Longkanker ontstaat meestal door roken. Vrijwel altijd is er sprake van vele veranderingen in het genetisch materiaal (DNA). Bij een deel van de longkankerpatiënten is sprake van bepaalde veranderingen in het genetisch materiaal waartegen een specifiek geneesmiddel beschikbaar is. Er wordt veel onderzoek gedaan hoe deze tumoren het best te behandelen zijn. Elke longkankerpatiënt is anders en heeft daarom baat bij een zo persoonlijk mogelijk behandelplan (personalized care). Prof. Dr. Ed Schuuring is klinisch moleculair bioloog binnen de oncologische pathologie en prof. dr. Wim Timens is voorzitter van de afdeling pathologie en medische biologie in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Zij vertellen hoe een ervaren team tot de best mogelijke behandeling komt.

Kanker is heterogeen

“Een tumor is niet homogeen. Dat betekent dat tumorcellen onderling nogal kunnen verschillen. Daarom kun je meestal ook niet met één behandeling volstaan”, legt Timens uit. “Als we het hebben over een tumor die resistent is geworden, betekent het vaak dat een deel van de tumor is wegbehandeld, maar een ander deel (dat niet gevoelig was voor die behandeling) blijft dan over en kan opnieuw uitgroeien. Mogelijk is het niet eerder ontdekt, omdat het toen te weinig of niet aanwezig was in het stukje tumorweefsel (biopt) dat is afgenomen voor onderzoek. Daarom is het belangrijk om heterogeniteit te bepalen. Van chirurgisch verwijderde tumoren weten we dat er heel veel variatie kan optreden binnen de tumor. Ook de genetische veranderingen die voorkomen in uitzaaiingen kunnen afhankelijk van waar de uitzaaiing zit verschillen. Dit maakt het lastig om op grond van een biopt met zekerheid te voorspellen hoe een patiënt zal reageren op een therapie.”

Beste behandeling

Bij een vermoeden van kanker wordt een biopt, een stukje tumorweefsel, afgenomen. Vervolgens test de patholoog of het kanker betreft en onderzoekt om welke soort kanker het gaat. Schuuring: “Een aantal afwijkingen, zoals de ALK-translocaties en EGFR-mutaties, worden inmiddels als meer standaard gezien. We weten op basis van eerdere patiënten vrij goed welke behandeling het best zal werken voor patiënten als we deze mutaties aantreffen.” Tegenwoordig worden er geavanceerde technieken gebruikt waardoor ook veranderingen die net iets anders zijn dan de bekende veel voorkomende genetische mutaties of onbekende mutaties kunnen worden gedetecteerd. “Dat zijn mutaties waarvan we niet zeker weten of de beschikbare therapie ook effectief is. Juist in deze gevallen is bespreking in de Moleculaire Tumorboard van belang. Deze board richt zich op basis van deze moleculaire bevindingen op het adviseren over de best mogelijke behandelingsopties om de tumor met deze specifieke genetische verandering te bestrijden. Het team bestaat uit longartsen, medisch oncologen, klinisch moleculair biologen in de pathologie, pathologen en (in het UMCG) ook farmacologen gespecialiseerd in 3D-eiwitchemie. Samen bepalen ze op grond van daarvoor beschikbare online-databases, en literatuur wat ze kunnen vinden over die zeldzame mutatie en daarbij mogelijke behandelmogelijkheden. Hierbij wordt ook zoveel mogelijk rekening gehouden met behandelingsopties in studieverband die in Nederland beschikbaar zijn.

Voorspellen van de werking: 3D-Eiwitmodel van de nieuwe mutatie

Een deel van de genetische veranderingen worden in de literatuur (nog) niet beschreven of niet beschreven in combinatie met een specifieke therapie. Dit maakt het bepalen van welk geneesmiddel geschikt zou kunnen zijn, een ingewikkelde taak. In Groningen wordt in de Moleculaire Tumorboard speciale technologische kennis ingezet om een weloverwogen keuze te kunnen maken. Daarbij kunnen ze in die gevallen in Groningen gebruik maken van 3D-eiwitmodeling. Aan de hand van het 3D-model op basis van de mutatie in vergelijk met het 3D-model van het eiwit met een bekende mutatie, kan een voorspelling gedaan worden of de beschikbare specifieke geneesmiddelen zouden kunnen aangrijpen op het eiwitmolecuul waarin de afwijking gevonden is en welke dan het meest geschikt zou zijn. Het model kan nog steeds de werking van een middel niet garanderen, maar is wel een goede indicator waarmee we samen met andere bevindingen een keuze maken welke behandeling we voor deze patiënt het best kunnen starten of juist niet. Deze informatie koppelt de moleculaire tumorboard terug aan de behandelend arts die de mogelijkheden bespreekt met de betreffende patiënt. In de moleculaire tumorboard worden ook veel patiënten besproken die al behandeld zijn voor een mutatie maar waarbij de tumor na enige tijd toch weer groeit. In die gevallen wordt in de nieuwe tumor onderzocht of er andere genetische veranderingen gevonden worden waarvoor een ander specifiek geneesmiddel beschikbaar is. In de Moleculaire Tumorboard worden vaak dergelijke patiënten besproken waarbij er dus mogelijkheden zijn om de behandeling voort te zetten met een ander specifiek geneesmiddel dat werkt tegen de resterende nieuwe snel delende kankercellen.

Samenwerken in Nederland voor een goede zorg voor alle kankerpatiënten

”Timens en Schuuring hebben zich samen met vele deelnemers uit andere centra in Nederland verenigd in het zgn. “PATH” project (“Predictieve Analyse voor Therapie”; https://www.netwerk- path.nl/). Met dit project willen we alle kennis op het gebied van deze nieuwe behandelingen met elkaar delen. Dit project heeft dan ook als doel om patiënten met onder andere longkanker de zelfde mogelijkheden voor de nieuwe behandelingen te geven die beschikbaar zijn, onafhankelijk waar je woont in Nederland. Een patiënt in, bijvoorbeeld, Rotterdam kan dan ook profiteren van de ervaringen van iemand met dezelfde zeldzame mutatie die eerder in Groningen behandeld is op basis van de keuze van behandeling die gemaakt is in the Moleculaire Tumorboard in Groningen. Binnen dit project wordt een gecentraliseerd datasysteem opgezet, maar zolang dat nog niet beschikbaar is, kunnen pathologen en artsen uiteraard wel onderling informatie uitwisselen die van waarde kan zijn voor de patiënt. Als patiënt is het daarom altijd goed om deze mogelijkheden te bespreken met de behandelend arts.

Dit artikel is financieel mogelijk gemaakt door Takeda. De hierin besproken meningen en ervaringen zijn afkomstig van de geïnterviewde personen, Takeda heeft geen invloed op de inhoud gehad.

NL/ONC/19/0069