1. Hooikoorts is niet per se seizoensgebonden

Vanwege de term hooikoorts wordt gauw de associatie met de lente/zomer gemaakt; de tijd van het jaar dat er sprake is van (hoge) pollenconcentratie in de buitenlucht. Dit is ten onrechte aangezien sommige mensen het hele jaar door last hebben. Een meer toepasselijkere term is allergische rhinitis, dat een ontsteking aan de neusslijmvliezen inhoudt. Deze kan door allerlei allergenen veroorzaakt worden. Naast stuifmeel is huisstofmijt de meest voorkomende. Deze is niet seizoensgebonden en kan dus het hele jaar door klachten veroorzaken.

2. Kruisreacties bij voeding

Sommige mensen met hooikoorts krijgen ook allergische reacties bij het eten van bepaalde voedingsmiddelen. Dan is er sprake van kruisreacties. Waarschijnlijk komt dit omdat bepaalde allergenen in voeding en pollen aan elkaar verwant zijn. Hieronder een overzicht van een aantal kruisreacties.

Allergie voor: Mogelijke kruisreactie op o.a.:
Graspol Aardappel, tarwe, tomaat, pinda, boekweit
Bijvoetpol (plant) Selderij, anijs, koriander, wortel, peterselie
Berkenpol Appel, peer, kers, abrikoos, aardbei, noten
Timoteegras Aardappel, appel, wortel, selderij

3. Vermindering van productiviteit

Uit Brits onderzoek blijkt dat 90% van de hooikoortspatiënten op dagelijkse basis niet goed kunnen functioneren. Omdat hun productiviteit vermindert gaat hun werk of school eronder lijden. In Nederland melden werknemers zich gemiddeld vijf werkdagen per jaar ziek. Deze kosten bedragen ongeveer 650 euro per jaar per persoon en komen indirect op rekening van de samenleving.

4. Klachten worden vaak niet serieus genomen

Achterhalen of klachten toe te schrijven zijn aan hooikoorts gebeurt niet altijd. De symptomen zijn vergelijkbaar met een verkoudheid waardoor niet meteen een huisarts wordt ingeschakeld. Behandeling van de klachten blijft hiermee uit terwijl circa 10% van de Nederlanders echt medicijnen en zorg nodig blijkt te hebben.

Hiernaast laat ander onderzoek zien dat vaak geen sympathie wordt getoond voor hooikoortspatiënten op de werkvloer. Van de collega’s gaf 11% aan de aandoening niet als serieus te beschouwen. Dit bevestigt het beeld dat er een taboe rust op “onzichtbare” aandoeningen/ziekten.