1. Wat is dyspneu?

Dyspneu is te omschrijven als een onaangenaam gevoel bij ademhaling. De symptomen zijn niet in alle gevallen zichtbaar. Personen die het ervaren spreken van kortademigheid of benauwdheid. Tijdelijk ernstige of aanvalsgewijze klachten wordt aanvalsgewijze dyspneu genoemd. Dit kan onvoorspelbaar zijn of worden uitgelokt door prikkels zoals inspanning, emoties, omgevingsfactoren (bijvoorbeeld stof, temperatuur, infectie en/of koorts). Chronische dyspneu wordt veroorzaakt door ziekte aan de luchtwegen, zoals astma, longontsteking, bronchitis of hooikoorts.

2. Welke vormen kunnen worden onderscheiden?

  • Luchthonger; er is langere tijd sprake van snelle ademhaling (hyperventilatie) waardoor je lichaam aangeeft dat een diepe ademhaling nodig is.
  • Ademarbeid (ademnood); een tekort aan adem bij het verrichten van inspanningen.
  • Door bronchospasme kan een strak en benauwd gevoel op de borst ontstaan.
  • Versnelde ademhaling met meer dan 20 halen per minuut wordt Tachypneu genoemd.
  • 3. Wat houdt het subjectieve karakter ervan in?

    In alle definities en beschrijvingen wordt het subjectieve en beangstigende karakter benadrukt. Het gevoel van moeite hebben met de ademhaling brengt angst en spanning met zich mee. Er is geen duidelijke relatie tussen het (subjectieve) gevoel van dyspneu en objectieve waarnemingen als het zuurstofgehalte. Iemand kan een onaangenaam gevoel van ademhaling ervaren zonder dat er een tekort van zuurstof is.

    4. Wat gebeurt er inwendig wanneer iemand het ervaart?

    Bij dyspneu worden er signalen van ademhaling doorgegeven aan de hersenen. Het type ademhaling die voor een onaangename gevoel zorgt, is te voelen aan onmiddellijke prikkels als angst of spanning (het affectieve deel ervan). Vervolgens volgt er een emotionele respons die kan leiden tot reflectie op de situatie. Bijvoorbeeld: “ik krijg geen lucht, het raam moet open” of “ik moet stoppen met fietsen het kost teveel inspanning”.

    5. Welke impact heeft het op het leven?

    De impact van dyspneu is groot, zowel op de patiënt als op de naasten, mede door de functionele beperkingen op fysiek en sociaal gebied.