Het is misschien verleidelijk als patiënt om bij onbegrepen klachten als vermoeidheid een breed bloedonderzoek te laten uitvoeren. Het kan immers van alles zijn, dus laten we dan ook maar op van alles testen, zo lijkt de gedachte. Toch is dit niet verstandig. Hoe meer tests men namelijk uitvoert, hoe groter de kans dat er een verkeerde uitslag uitkomt.

Bloedonderzoek

In 2009 werd in een artikel in Huisarts en Wetenschap door Hèlen Koch en Loes van Bokhoven geschreven dat nog steeds veel huisartsen bij onbegrepen klachten direct een uitgebreid bloedonderzoek aanvragen. Volgens van Koch en Van Bokhoven kan een te breed onderzoek leiden tot “een cascade van onnodig aanvullend onderzoek, verwijzingen en behandelingen, en ook tot ongerustheid of zelfs somatisatie.” Het advies: wees terughoudend met grote bloedonderzoeken en wees geduldig. Door de patiënt te verzoeken na vier weken weer terug te keren voordat men overgaat op bloedtesten, is het mogelijk om de klachten over een tijdsspanne te monitoren. In 2012 werd de nieuwe richtlijn Bloedprikken van de NHG gepubliceerd, getiteld ‘Rationeel Aanvragen van Laboratoriumdiagnostiek’. Zoals hierin geschreven wordt: “Het aantal bepalingen dat wordt aangevraagd bij algemeen bloedonderzoek bij patiënten met lichamelijk onverklaarde klachten moet zoveel mogelijk beperkt blijven.” Doet men dit niet, dan neemt de kans op valspositieve uitslagen toe, zo schrijven de auteurs.

Doorvragen

Marc Elisen is klinisch chemicus en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC). Hij constateert dat de aanvragen die huisartsen
indienen veel scherper zijn geworden de afgelopen tien jaar. Dit komt deels door de feedback die klinisch chemici geven, zegt hij: “Sinds een paar jaar voeren we Diagnostische Toets Overleggen (DTO’s). In deze overleggen geven we terugkoppeling en adviseren hoe men een zo specifiek mogelijke aanvraag voor bloedonderzoek indient.” Het allerbelangrijkste is doorvragen, stelt Elisen: door dieper op de klachten in te gaan, kun je veel gerichter onderzoeken. Dit vergt wat meer tijd tijdens het consult, maar levert nauwkeurigere resultaten op. Hij merkt dan ook op dat dit reeds steeds beter gaat. Bovendien, stelt Elisen, komen patiënten over het algemeen zeer goed voorbereid naar het consult. Vaak hebben zij zelf al veel online onderzoek gedaan, waardoor zij de huisarts goed richting kunnen geven. “Dit helpt zeker bij het gericht aanvragen van bloedonderzoek”, vertelt Elisen.

Wat zijn normale waarden?

Maar hoe kan het dan dat deze testen een vertekend beeld kunnen geven naarmate er meer bepalingen worden aangevraagd? Volgens Elisen heeft het te maken met wat klinisch chemici als normale waarden hanteren. Het gaat dan om het bereik van resultaten dat bij 95 procent van de gezonde testpersonen is gemeten. Als de resultaten binnen deze bandbreedte vallen, worden ze als normaal beschouwd. “Maar dit levert een probleem op,” zegt Elisen: “Vijf procent van de geteste personen – de onderste en bovenste 2,5 procent – valt immers buiten deze bandbreedte, maar is kerngezond. Tegelijkertijd kan het zo zijn dat de resultaten binnen de normale bandbreedte vallen, maar dat het wel degelijk ongezonde waardes zijn voor dit individu. Hier zit de crux: je moet eigenlijk bepalen wat de normale waardes van het individu zijn. Iemand kan van zichzelf hoge of lage waardes hebben en gezond zijn, of juist binnen de normale waardes vallen terwijl die voor diegene juist te hoog of te laag zijn.”

Gezonde waardes bijhouden

Het is een probleem waar de klinische chemie vaak tegenaan loopt. Wat uitkomst kan bieden, is om na bijvoorbeeld een maand weer dezelfde test uit te voeren. “Dan zie in ieder geval hoe de waardes zijn veranderd, en hoe dit verband houdt met de klachten van de patiënt”, zegt Elisen. “In feite creëer je een baseline.” Toch kan dit in de toekomst anders. Volgens Elisen is het helemaal geen gek idee als gezonde patiënten in de toekomst hun normale bloedwaardes gaan bijhouden. Dit zou iedereen immers een individuele baseline geven, die vervolgens gebruikt kan worden om afwijkingen te bepalen. “Het klinkt misschien als toekomstmuziek, maar er wordt inmiddels al aan gewerkt om dit te realiseren. Dit zou het nauwkeurig testen van bloed een stuk gemakkelijker maken.”