Stadium III melanoom is een agressieve vorm van huidkanker die is uitgezaaid naar de lymfeklieren. Hoewel er individuele verschillen zijn tussen patiënten met stadium III melanoom, geldt voor de groep als geheel dat zonder aanvullende behandeling de ziekte bij ongeveer 50 procent terugkomt na het operatief verwijderen van het melanoom. Internist-oncoloog Astrid van der Veldt van het Erasmus MC Kanker Instituut vertelt over recente ontwikkelingen op behandelgebied die de kans op terugkeer kunnen verminderen: “Het is een mooie ontwikkeling.”

Welke ontwikkelingen zijn er in de behandeling van stadium III melanoom?
“Voorheen was er voor patiënten met stadium III melanoom na het operatief verwijderen geen verdere behandeling. Ze werden daarna enkel gecontroleerd door de chirurg en de dermatoloog. Sinds eind vorig jaar kunnen we voor stadium III melanoom na de operatie een aanvullende (adjuvante) behandeling van één jaar geven die het percentage patiënten bij wie de ziekte terugkeert, in het algemeen halveert van ongeveer 50 procent naar ongeveer 25 procent. Dat is enorme winst.”

Wat houdt de nieuwe behandeling in?
“Er zijn op dit moment twee soorten behandelingen die na de operatie gegeven kunnen worden: immuuntherapie en doelgerichte therapie (targeted therapy). Immuuntherapie is beschikbaar voor alle patiënten met stadium III, tenzij ze een auto-immuunziekte hebben die het geven van deze therapie bemoeilijkt, zoals colitis of ontstekingsreuma. De immuuntherapie zorgt ervoor dat het eigen afweersysteem tumorcellen kan opruimen door een ‘antenne’ te activeren die belangrijk is voor het herkennen van de tumorcellen. Doelgerichte therapie is beschikbaar voor ongeveer de helft van de patiënten. Deze patiënten hebben een zogeheten BRAF-mutatie in het DNA van de tumor, die de melanoomcellen constant het signaal geeft om verder te blijven groeien. De doelgerichte therapie kan dat signaal blokkeren. De doelgerichte therapie is op dit moment echter nog niet vergoed en wordt momenteel tijdelijk verstrekt door de fabrikant voor patiënten die deze behandeling nodig hebben.”

Wat betekent deze ontwikkeling voor patiënten?
“Het betekent dat er een keuze is. Na de operatie worden patiënten met stadium III verwezen naar de internist-oncoloog om de aanvullende behandelmogelijkheden te bespreken. Wil iemand een aanvullende behandeling? Zo ja, kies je dan voor immuuntherapie via een infuus op de dagbehandeling, of voor doelgerichte therapie die je thuis inneemt in tabletvorm? Bij het gesprek hierover komen allerlei aspecten kijken. Zo kunnen we niet voorspellen bij wie de ziekte zonder aanvullende behandeling terugkeert, of wie te maken krijgt met mogelijk ernstige of blijvende bijwerkingen van de behandeling. Wel geldt voor beide therapievormen dat er grote groepen patiënten zijn met nauwelijks bijwerkingen.”

Er is steeds meer aandacht voor gezamenlijke besluitvorming rondom het maken van behandelkeuzes. Welke adviezen geeft u patiënten en oncologen mee?
“Omdat er vaak niet één juist antwoord is, ben ik voor deze aanvullende behandeling een grote voorstander van shared decision making, de gezamenlijke besluitvorming tussen arts en patiënt. Als artsen moeten we zoveel mogelijk informatie geven en patiënten moeten zoveel mogelijk vragen, om zo samen tot de beslissing te komen die het beste bij de patiënt past. Het is goed om te weten dat daar bij deze specifieke behandeling van stadium III melanoom veelal ook tijd voor is, mits een patiënt tijdig is doorverwezen: na de operatie heeft men 12 weken de tijd om ermee te starten. Wanneer een patiënt na het eerste gesprek erg twijfelt, adviseer ik de arts om informatie mee te geven, de patiënt om er nog eens goed over na te denken en er tijdens een tweede gesprek samen op terug te komen.”

Dit interview is financieel mogelijk gemaakt door Novartis. De hierin besproken meningen en ervaringen zijn afkomstig van de geïnterviewde persoon; Novartis heeft geen invloed gehad op de inhoud.

NL1908713629