Augmented reality ontwikkelt zich razendsnel en biedt inmiddels ook veelbelovende toepassingen in de gezondheidszorg. In hoeverre worden deze toepassingen al gebruikt, en zijn deze een verbetering ten opzichte van eerdere technieken? AR-expert Tim Nijland en hoogleraar Chirurgie Marlies Schijven vertellen over wat mogelijk is.
Er zijn verschillende doelen waarvoor men AR in de gezondheidszorg kan toepassen, vertelt Nijland. Allereerst is de technologie zeer geschikt voor training en onderwijs. Met behulp van AR kan men tweedimensionale beelden gemakkelijk driedimensionaal én interactief maken. “Studenten die bezig zijn met bijvoorbeeld het hart zien dan een ruimtelijke weergave waar zij op kunnen klikken om meer informatie te zien”, zegt Nijland. Ook voor patiënten of hun familieleden kan het uitkomst bieden, legt hij uit. Zo kan men platte afbeeldingen, zoals scans, veel inzichtelijker maken voor de leek door deze driedimensionaal en interactief te maken. In de operatiekamer kan de chirurg bovendien veel baat hebben bij AR: “Er zijn toepassingen waarmee men tijdens een operatie informatie geprojecteerd ziet, zoals ook gebeurt bij bijvoorbeeld straaljagerpiloten. Voor chirurgen kan dit heel handig zijn: zo kunnen ze vitale informatie zien, terwijl ze hun ogen op hun werk houden.”

AR in de ok

Dat de mogelijkheden er zijn, betekent niet direct dat ze ook worden toegepast. Marlies Schijven (Amsterdam UMC), hoogleraar chirurgie en gespecialiseerd in onder andere simulatie en serious gaming, benadrukt dat men kritisch moet kijken waar men welke technologie voor gebruikt. “Het is belangrijk dat de toepassing past”, zegt Schijven. “Er zijn in ieder geval drie zaken heel belangrijk in de OK: veiligheid, privacy en steriliteit. Om dan met een grote AR-bril op te opereren, is niet ideaal.” Bovendien, zegt Schijven, wordt werken met een virtuele laag onbetrouwbaar als de laag eronder waarop geprojecteerd wordt, de patiënt dus, “leeft, beweegt en verschuift. Er is momenteel nog geen sprake van AR applicaties met goede real-live-tracking. Als de persoon waarop AR geprojecteerd wordt kan bewegen, is het niet zo dat de projectie op precies dezelfde manier meebeweegt. Voor deze live-tracking zouden we ten minste infraroodcamera’s nodig hebben die zonder vertraging de beelden op de AR bril hiervoor kunnen corrigeren. Ook dat is erg onhandig in een OK.” En al zou het kunnen, dan nog is het maar de vraag of het uitkomst zou bieden: “We kunnen immers al heel veel, dus wat los je met een AR bril nu feitelijk op? Ik denk dat AR voor bijvoorbeeld navigatie tijdens een chirurgische procedure in de OK nu echt geen toegevoegde waarde heeft. De vraag is dus: waar past het?”

Toetsing

Toch zijn er zeker toepassingen voor AR in de medische context, zegt Schijven. Zo kan men AR goed gebruiken voor scholing, maar ook voor toetsing. “Generieke beelden die gebruikt worden voor overlay projectie zijn minder waardevol in de patiëntenzorg omdat iedere patiënt anders is. Maar juist in het onderwijs kun je hier prima mee uit de voeten.” Bovendien biedt technologie in bredere zin uitkomst voor nauwkeurige toetsing. De portfolio’s die nu ingevuld worden, zijn lastig objectief meetbaar, vertelt Schijven. “Het kan per begeleider verschillen welk cijfer er aan in feite dezelfde actie of gedraging gegeven wordt. Simulatiemodellen hebben aangetoond dat we voor sommige chirurgisch-technische vaardigheden goed kunnen bepalen wie er voor bepaalde handelingen bekwaam is en wie nog niet. Als je de studenten met behulp van gevalideerde technologie hun toetsen laat doen, is er geen twijfel meer omdat iedereen volgens dezelfde manier beoordeeld wordt: het is immers de technologie die meet. Dat kan ook houvast geven aan opleiders. Het is immers belangrijk te weten wie je welke handelingen kunt toevertrouwen.” Daar komt bij dat simulatie versterkt met virtual reality (VR) of AR een aantrekkelijke leermethode is, vervolgt Schijven. “Men vindt het veel indrukwekkender om via VR of AR kennis op te doen dan door de boeken in te duiken. Bijkomend voordeel is dat het geleerde daarmee ook beter blijft ‘hangen’.”

Implementatie

Maar de implementatie kan beter, vindt Schijven. Er is weinig budget en AR is duur. De hardware en de ontwikkeling van software applicaties kosten veel geld. Wat voor VR en simulatie training wel het geval is, is nog niet het geval voor AR: tot op heden is voor AR toepassingen nog niet goed aangetoond hoe training zich vertaalt in uitkomsten, zegt Schijven. “Maar als je ergens geld voor nodig hebt, moet je natuurlijk wel kunnen aantonen dat het beter werkt dan andere manieren. Bovendien: als je aantoont dát training ondersteund door IT zoals simulatieomgevingen werkt, betekent dat nog niet dat de oude manier overbodig wordt. Het gaat erom hoe je technologie inzet: het moet passen. En op dit moment past AR mijns inziens nog niet in de operatiekamer, maar wel voor onderwijs.” Bovenal, besluit Schijven, is dit geen nieuws: “We weten al minstens tien jaar dat trainen met VR simulatie werkt, maar niet echt ‘geland’ is in de opleiding tot chirurg. De verbinding naar een online portfolio is mijns inziens essentieel om technologische onderwijsinnovaties zoals VR, simulatie en misschien ook wel AR te laten ‘landen’ in het onderwijs, en daarmee in de opleiding van de aankomend medisch specialist.”