Het opnemen van consulten door patiënten: een hulpmiddel voor de patiënt of ongemakkelijke sta-in-de-weg voor de arts? Sinds voormalig minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2016 in een brief aan de Tweede Kamer liet weten dat gesprekken tussen arts en patiënt zonder toestemming van de arts mogen worden opgenomen, laaide de discussie op. Welk primair doel dient het opnemen van consulten en hoe kan voorkomen worden dat materiaal uit zijn verband wordt gerukt en tegen een arts wordt gebruikt? Om dergelijke vragen te beantwoorden en om artsen te ondersteunen heeft de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) een handreiking gepubliceerd over geluidsopnamen door patiënten.

Behoefte aan duidelijkheid

Over één aspect lijken de KNMG, artsen en patiënten het in elk geval eens te zijn: open communicatie is essentieel. De discussie zou dan ook dáárover moeten gaan, vindt Markus Oei, KNO-arts in het Flevoziekenhuis. Het gesprek over het opnemen van consulten gaat over een middel in plaats van over het doel, stelt hij. “Opnemen vind ik prima, maar voor mij is dit een non-discussie. Waarom hebben patiënten behoefte aan het opnemen van een gesprek? Omdat het hen niet voldoende duidelijk is wat hen wordt verteld en ze de mogelijkheid willen hebben alles later, op een rustig moment, terug te luisteren.” Volgens Oei is er nog te vaak onbegrip over een diagnose, ziektebeeld of behandeling. Wanneer dit probleem eerst bij de wortels wordt aangepakt, zal het opnemen van consulten wellicht niet eens meer zo vaak nodig zijn. Het begint bij degelijke informatieverstrekking en het kweken van begrip.

Alternatieven op geluidsopnamen

Dit schrijft ook de KNMG in de handreiking Opnemen van gesprekken door patiënten. Over het nut van het opnemen van consulten wordt allereerst het volgende gezegd: “Het opnemen van een gesprek kan de patiënt meer controle geven over het gesprek en het eigen zorgtraject. Door emoties en hun vaak kwetsbare situatie onthouden patiënten niet altijd alle informatie en naarmate het gesprek langer geleden is, wordt informatie ook vaker vergeten. Dan is het prettig om een gesprek te kunnen terugluisteren en te kunnen delen met naasten en andere betrokken zorgverleners. Een opname kan ook leiden tot een verminderd aantal vervolgvragen en -consulten, maar evengoed tot gerichte vervolgvragen. In beide gevallen kan het opnemen van het gesprek tot betere zorg en meer gedeelde besluitvorming leiden.”

In de publicatie worden vervolgens wel een aantal methoden genoemd voor het optimaliseren van de informatieverstrekking door artsen, om aan de vóórkant al de noodzaak om gesprekken op te nemen te verkleinen. Zo kan het helpen als patiënten wordt geadviseerd iemand mee te nemen naar het gesprek, zodat er door een tweede paar oren wordt meegeluisterd. Ook kunnen, als alternatief op geluidsopnamen, schriftelijke aantekeningen worden gemaakt om later thuis nog terug te kunnen lezen. Artsen zelf kunnen meehelpen door aandoeningen en behandelingen beter inzichtelijk te maken middels visuele modellen, tekeningen of schetsen. Aanvullend is het volgens de KNMG raadzaam om een patiënt aan het eind van een consult te laten samenvatten wat er is gezegd en, indien wenselijk, een schriftelijke samenvatting mee te geven van het besprokene.

Recht op privacy

Als dergelijke maatregelen nog steeds niet voldoende blijken om patiënten met genoeg kennis en begrip huiswaarts te kunnen laten keren, kunnen geluidsopnamen uitkomst bieden, vindt Oei. Huisarts Jinder Balwant-Gir is het met hem eens, maar pleit daarbij wel voor openheid en eerlijke communicatie. Hij stoort zich aan het feit dat de wet het, zoals deze nu is voorgeschreven, patiënten toestaat om consulten op te nemen zonder vooraf toestemming te hebben gevraagd aan de arts. “Tegen het opnemen van gesprekken heb ik geen bezwaar. Echter, ik vind wel dat een patiënt die hier behoefte aan heeft, dit eerlijk moet durven zeggen.” Dat minister Schippers in haar brief in 2016 adviseerde om het heimelijk opnemen van consulten toe te staan, noemt Balwant-Gir ‘raar’. Een stiekeme opname valt voor hem niet te verenigen met een verhoging van de kwaliteit van zorg en de overheid geeft met de huidige wetgeving wat hem betreft dan ook een verkeerd signaal af. “Hoe zit het met het recht op privacy? De overheid geeft veel artsen hiermee het idee wantrouwig te zijn en geeft hen weinig ruimte om er eens naast te zitten.”

Nadelige gevolgen

Er is namelijk nog een andere, grote zorg die leeft onder artsen. Opnamen die in de spreekkamer worden gemaakt kunnen namelijk openbaar worden gemaakt, bijvoorbeeld via sociale media. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat het gezegde uit zijn verband wordt gerukt, of, zo stellen veel artsen, er wordt zodanig geknipt in de opname dat de fragmenten een vertekend beeld geven van het gesprek. Een zorgwekkende zaak, vindt Balwant-Gir. “Geneeskunde is niet zwart-wit. Als wij een diagnose stellen volgens de boekjes en vervolgens een inschatting maken van het ziekteverloop, betekent dat lang niet altijd dat het daadwerkelijk zo gaat lopen.” De mogelijkheid dat artsen in een tuchtzaak alsnog worden afgerekend op dergelijke inschattingen of verschil in interpretatie, vindt hij daarom onredelijk. Het kan bovendien gevolgen hebben voor de manier waarop artsen het gesprek aangaan. “Moeten we nu, naast onze medische plichten, dan ook continu de juridische aspecten in het achterhoofd houden en onszelf continu afvragen of we alles wel correct gezegd en gevraagd hebben?” De klassieke patiënt, waarbij je inderdaad routineus een lijstje symptomen en behandelmogelijkheden kunt afgaan, bestaat niet, stelt hij. “Honderd procent zekerheid heb je dus nooit.”

Vertrouwensrelatie

In Nederland mogen alle gesprekken zonder toestemming van de wederpartij worden opgenomen, dus daarop vormt een gesprek tussen een arts en patiënt geen uitzondering. Dit benadrukt Gert van Dijk, beleidsadviseur ethiek bij de KNMG. Wel begrijpt hij de verontwaardiging van Balwant-Gir en zijn collega’s. “Als kan voorkomen worden dat het heimelijk gebeurt, is dat natuurlijk alleen maar goed.” Hij bepleit daarom een open, uitnodigende houding door de arts. Ook kan een pamflet of melding op monitors in de wachtkamer helpen. Hierop kan worden vermeld dat opnamen zijn toegestaan, maar dat het op prijs wordt gesteld als het vooraf gemeld wordt. Wanneer een arts er achteraf achter komt dat zijn of haar patiënt geluidsopnamen heeft gemaakt, kan dit de vertrouwensrelatie schaden, stelt Van Dijk. Andersom geldt ook dat patiënten juist bang zijn het vertrouwen van de arts te schaden wanneer ze te kennen geven het gesprek te willen opnemen. Openbaarmaking van een opname is alleen toegestaan binnen de privékringen en in een gerechtelijke procedure wanneer de rechter dit toestaat. In een rechtszaak hoeven opnamen niet altijd te betekenen dat een arts onder vuur komt te liggen, vertelt Van Dijk. “Het kan er juist voor zorgen dat bewezen wordt dat een arts goed gehandeld heeft en voorkomen dat het woord van de patiënt tegenover het zijne of hare wordt afgezet.”

Volledige informatieverstrekking

Voor patiënten gaat het bovendien in veruit de meeste gevallen niet eens om het juridisch gelijk halen of om het neerhalen van een arts, vertelt Maria Smit. Zij startte in 2015 een burgerinitiatief nadat ze zelf blijvend gehandicapt raakte ten gevolge van bijwerkingen van bekkenbodemoperatie. In een brief aan de Tweede Kamer riep ze op artsen te verplichten hun patiënten ook schriftelijk te informeren na consulten. “Als de informatieverstrekking door mijn arts compleet was, had ik geweten wat de complicaties van mijn operatie konden zijn. Dan had ik zeker afgezien van de ingreep.” Ook zij vindt dat de discussie over het opnemen van consulten het wérkelijke vraagstuk overschaduwt: hoe kan de informatieverstrekking door artsen verbeterd worden? “Geluidsopnamen kunnen zeer nuttig zijn, maar wat een arts niet zegt, kun je ook niet opnemen.” Wanneer een patiënt ingrijpend nieuws te horen krijgt in de behandelkamer heeft hij of zij niets aan wat beknopte termen en een slechts een summier overzicht van behandelmogelijkheden. Volgens Smit zouden de verschillende oplossingen niet los van elkaar moeten staan. “Zowel schriftelijke aantekeningen als een samenvatting door de arts als een geluidsopname kunnen van grote toegevoegde waarde zijn en elkaar aanvullen. Het enige dat telt voor de patiënt is de gezondheid. Hij of zij wil beter worden – niet de arts een loer draaien.”