Kinderen met autisme lopen een extreem hoog risico op verdrinking in vergelijking met andere kinderen. Dit suggereert onderzoek naar de ontwikkelingsstoornis. Uit analyses van overlijdensregisters kwam naar boven dat kinderen met de ASS 160 keer meer risico lopen om te verdrinken dan kinderen zonder autisme.

Autistische kinderen tussen de 2 en 3 jaar moeten zo spoedig mogelijk op zwemles. Dit heeft prioriteit boven andere therapieën voor kinderen met autisme, suggereert hoogleraar epidemiologie Guohua Li: “Kinderartsen en ouders moeten de kinderen zo snel mogelijk inschrijven voor zwemlessen, voordat ze aan gedrag-, spraak- en ergotherapie beginnen. “Zwemvaardigheid voor kinderen met autisme is een essentiële overlevingsvaardigheid,” voegt hij toe.

Onderzoeksmethode

Li en zijn team kwamen tot deze ontdekking na het analyseren van 32 miljoen overlijdensregisters. Ze identificeerden bijna 1370 autisten die tussen 1999 en 2014 overleden zijn. Hieruit bleek dat een individu met autisme drie keer zoveel risico loopt op overlijden door onbedoeld letsel. Autisten sterven gemiddeld al rond hun 36e, terwijl dat sterftejaar bij mensen zonder autisme rond de 72 ligt. Meer dan een kwart van deze sterfgevallen treedt op door verdrinking en verstikking, en 80 procent hiervan betreft autistische kinderen. Zo luidden de bevindingen van het onderzoek, dat in de American Journal of Public Health gepubliceerd is.

Verdrinking en verstikking

Autistische kinderen zijn vaak geneigd om in de buurt van water te komen, vooral wanneer ze zich angstig voelen. “Ze hebben over het algemeen een affiniteit met water, zoals zwembaden, vijvers en rivieren,” zegt Li. “Het gevoel van water heeft een kalmerend effect op hen, waardoor ze er vaker ingaan en regelmatig verdrinken.” Verstikking komt volgens Li het meest voor onder autistische volwassenen, maar er is meer onderzoek nodig om te bepalen hoe dat komt.

Toenemende sterfgevallen

De onderzoekers ontdekten ook dat het jaarlijks aantal sterfgevallen van autisten in 2014 bijna zeven keer hoger is dan in 1999. Dit komt echter doordat autisme nu beter gediagnosticeerd wordt dan voorheen, stelt Li. “De diagnose van autisme is toegenomen in de laatste twee decennia, en eenzelfde toename in sterfgevallen onder autisten is dan te verwachten.”

Dit wordt ook onderschreven door Michael Rosanoff van Autism Speaks. De bevinding dat de levensverwachting van autisten rond de helft van de algemene bevolking ligt, is volgens hem ook uit eerder onderzoek gebleken. Hieruit kwam naar voren dat autisten rond de 2 tot 10 keer meer risico lopen om vroegtijdig te overlijden.

“Autisme zelf is geen doodsoorzaak, het gaat hier om andere psychische aandoeningen die het risico vergroten. Deze zijn o.a. schizofrenie, ADHD, epilepsie en depressie,” suggereert Rosanoff. Hij sluit af met de boodschap dat soortgelijk onderzoek wel erg belangrijk is om sterfgevallen onder autisten te voorkomen.