Autisme wordt gekenmerkt door een onvermogen om sociale signalen te begrijpen. Hierbij wordt vaak gedacht aan de visuele moeilijkheid om gezichtsuitdrukkingen te interpreteren. Onderzoekers van the Weizmann Institute of Science veronderstellen echter dat ook het reukvermogen een rol zou spelen.

Sociale geuren

Het is algemeen bekend dat geuren emoties als angst, agressie of geluk kunnen oproepen. Hoewel we deze aroma’s niet bewust kunnen ruiken, spelen ze een belangrijke rol bij de non-verbale communicatie tussen mensen. De wetenschappers wilden bestuderen of het vermogen om deze geuren op te sporen is verstoord bij mensen met autisme.

Geuren opsporen

Voor de studie voerden de onderzoekers verschillende experimenten uit bij zowel goed functionerende autisten als gezonde mensen. Ten eerste wilden ze hun vermogen testen om geuren te identificeren die bewust kunnen worden geroken, zoals zweet. Hier waren geen verschillen zichtbaar.

Vervolgens werden alle deelnemers blootgesteld aan twee geuren, namelijk de ‘geur van angst’ en een controlegeur. De angstgeur bestond uit het zweet van mensen die gingen skydiven en de controlegeur uit zweet dat werd veroorzaakt door sport. Dit keer konden de wetenschappers wel een contrast waarnemen. Hoewel de deelnemers de geuren niet bewust konden ruiken, reageerden hun lichamen er wel op. Zo produceerde de angstgeur meer bange gevoelens bij de gezonde deelnemers, terwijl het alledaagse zweet dit niet deed. Bij de autistische deelnemers was echter het tegenovergestelde zichtbaar. Hun angstniveau nam toe bij het ‘gewone’ sportzweet, terwijl deze gevoelens bij het angstzweet afnamen.

Pratende robots

In het derde experiment creëerden de onderzoekers pratende robotmannequins die verschillende geuren via hun neusgaten uitzonden. Aansluitend kregen de deelnemers verschillende taken opgelegd. Deze opdrachten waren op zo’n manier vormgegeven dat de wetenschappers het niveau van vertrouwen in de mannequins konden evalueren. Uiteindelijk werd duidelijk dat het vertrouwen van de autistische deelnemers toenam wanneer er een angstgeur werd uitgezonden.

Ten slotte wilden de wetenschappers de effecten van andere sociale geuren bestuderen. Hiervoor stelden zij een experiment op waarbij de deelnemers tegelijkertijd werden blootgesteld aan plotselinge harde geluiden als aan hexadecaan, een component van een lichaamsgeur die bekendstaat om zijn potentieel kalmerende werking. Vervolgens werd hun automatische angstrespons, het knipperen met de ogen, gemeten door middel van elektroden. Wat bleek? De knipperrespons van de gezonde deelnemers was zwakker wanneer zij werden blootgesteld aan hexadecaan, terwijl de autisten in dit geval sterker reageerden.

Verkeerde interpretatie

De wetenschappers concluderen dat hoewel autistische mensen in staat zijn om sociale aroma’s waar te nemen, zij de geuren onjuist interpreteren. Ze suggereren dat de resultaten van hun studie een aanwijzing kunnen vormen voor een verband tussen ons reukvermogen en de vroege vorming van onze hersenen. Wellicht dat het vermogen om subtiele, chemische geuren aan te voelen niet goed is ontwikkeld bij mensen met autisme.

Ze stellen dat er meer onderzoek nodig is om zowel de functie van onbewuste, sociale geuren te begrijpen als hun rol bij stoornissen als autisme.