Baarmoederhalskanker is een kwaadaardig gezwel van de baar-moederhals. De behandeling van de ziekte is steeds meer maatwerk, zegt Willemien van Driel, gynaecologisch oncoloog en woordvoerder oncologie van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG).

Hoe ontstaat baarmoederhalskanker?

Baarmoederhalskanker ontstaat in het overgangsgebied van de baarmoederhals, waar twee soorten cellen in elkaar overgaan. Dit overgangsgebied is zeer gevoelig voor een infectie met HPV, een virus dat wordt overgedragen via seksueel contact. 80 tot 90 procent van deze besmettingen wordt door het afweersysteem zelf opgeruimd. Gebeurt dit niet, dan kunnen er afwijkende cellen ontstaan waarbij zich een voorstadium van baarmoederhalskanker kan ontwikkelen. “Als die niet worden behandeld, kunnen deze voorstadia zich ontwikkelen tot een kwaadaardige afwijking. Tussen het begin en het ontstaan van baarmoeder-halskanker kan wel tien tot vijftien jaar liggen.”

Bevolkingsonderzoek

Het merendeel van de gediagnosticeerde vrouwen wordt middels het bevolkingsonderzoek opgespoord. “Door het bevolkingsonderzoek worden voorstadia ontdekt die goed te behandelen zijn.” De behandelmogelijkheden zijn de laatste decennia groter geworden, zo stelt Van Driel. Veertig tot vijftig jaar geleden was een behandeling vaak een radicale operatie waarbij het weefsel rond de baarmoeder en de lymfeklieren werd verwijderd. Dat had vaak gevolgen voor andere organen, zoals de blaas, darmen, schede en de lymfeafvloed.

Behandeling op maat

De laatste decennia wordt er steeds meer en steeds beter op maat behandeld, vertelt Van Driel. Als de tumor zich bijvoorbeeld buiten de baarmoedermond bevindt, dan is een operatie niet goed mogelijk en wordt gekozen voor een behandeling waarbij bestraling al dan niet gecombineerd wordt met chemotherapie. Door de bestraling nauwkeuriger te geven worden de kankercellen vernietigd en gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard.

Grote impact

Een kwaadaardigheid van de baarmoederhals of andere vrouwelijke geslachtsorganen kan een grote impact hebben en kan bovendien gevolgen hebben voor een eventuele kinderwens, seksualiteit en de hormoonhuishouding. De behandeling kan bijvoorbeeld ook een vervroegde overgang tot gevolg hebben. “Afhankelijk van het stadium van de ziekte en de leeftijd is het soms mogelijk om de baarmoeder te sparen bij de behandeling, zodat een eventuele zwangerschap nog mogelijk is.”