Wanneer het niet lukt om zwanger te worden, kan er sprake zijn van een vruchtbaarheidsprobleem. Er zijn verschillende manieren om dit aan te pakken. Als de minder ingrijpende mogelijkheden niet aanslaan, kan gekozen worden voor in-vitrofertilisatie (ivf). Bij ivf vindt bevruchting buiten het lichaam plaats. Sinds kort is het mogelijk de veiligheid van ivf te vergroten door behandeling op maat. Joop Laven, gynaecoloog en professor Voortplantingsgeneeskunde aan het Erasmus MC, vertelt.

Hoe werkt ivf?

“Het traject begint met een gesprek met de behandelaar en een informatiebijeenkomst met uitleg over het ivf-traject. Vervolgens vindt een intake plaats en wordt bloed geprikt. Bij de volgende menstruatie wordt de behandeling in gang gezet, die uit vier fasen bestaat. Allereerst de stimulatiefase, waarbij de eierstokken door middel van medicatie worden aangejaagd meer dan één eicel te laten groeien. In de punctiefase worden de ei-blaasjes (follikels) via de schede met een naald leeggezogen. In de derde fase worden de rijpe eicellen samengebracht met de zaadcellen. De eicellen die vervolgens bevrucht zijn, worden teruggeplaatst; de laatste fase. Na drie tot vijf dagen wordt het embryo via een dun slangetje in de baarmoeder ingebracht. Twee weken later is bekend of het gelukt is.”

Bij ivf bestaat de kans op over- of onderstimulering van de follikels, kunt u dat toelichten?

“Overstimulatie kan voorkomen bij vrouwen die in het voortraject geen eisprong hadden. Dit percentage vrouwen is laag, meestal is ivf niet nodig omdat zij na het op gang brengen van hun eisprong wel spontaan zwanger worden. Bij hen die wel ivf nodig hebben, bestaat de kans dat er massaal veel eitjes gaan rijpen. Als gevolg hiervan kan de eierstok sterk vergroot raken, kunnen vrouwen vocht in hun buik krijgen, bestaat een kans op trombose en embolie en kan men zeer ernstig ziek worden. In uitzonderlijke gevallen kan dat fataal zijn. Onderstimulering komt vaker voor, zeker als vrouwen ouder zijn. Voorafgaand aan de menopauze zijn vrouwen al tien tot vijftien jaar minder tot niet meer vruchtbaar, doordat de voorraad in hun eierstokken is afgenomen. Bij sommige vrouwen kan dit betekenen dat de eierstok niet meer reageert op stimulatie.”

Hoe kan dit voorkomen worden?

“Door de waarde van het Anti-Müllers-Hormoon (AMH) te meten, kan men zien hoe snel een vrouw in de menopauze komt. De waarde zegt indirect iets over de eicelvoorraad. Uit recent onderzoek blijkt dat wanneer je de AMH-waarde koppelt aan gewicht, je een betere voorspelling kunt doen voor de dosering van de eicelrijpende medicatie. Bij een hoge AMH-waarde bestaat namelijk het gevaar op overstimulatie en bij een lage waarde op onderstimulatie. Daarnaast maakt zowel over- als ondergewicht het minder makkelijk om zwanger te worden. Door de medicatiedosis aan te passen aan deze twee belangrijke factoren lijkt het erop dat de incidentie van over- en onderstimulatie verminderd kan worden. Dit is nu nog gebaseerd op één studie en het moet ook in de praktijk nog bewezen worden, maar overall lijkt deze manier goed te werken en de patiënten zijn tevreden over de aanpak.”

Wat zijn de voordelen van deze aanpak?

“Door op deze manier te werken, kunnen we de safety-marge verhogen en de behandeling beter toespitsen op de patiënt, ofwel ivf op maat. Daar houd ik van, het past bij shared decision making en stelt het belang van de patiënt centraal. De tijd dat de dokter wist wat het beste voor je is, is voorbij. De juiste behandeling hangt af van de dokter én het paar dat aan de andere kant van de tafel zit. Het draait om wat zij willen en hun doel in het leven.”

Meer informatie?
www.hulpbijzwangerworden.nl
www.repromed.nl