Mensen met hoorproblemen worden in hun besluit een hoortoestel te nemen door verschillende factoren beïnvloed. Er zijn veel soorten en met een hoortoestel alleen is de gebruiker er nog niet; die moet daarna met het toestel leren omgaan.

Goed nieuws: door technische innovaties worden toestellen steeds geavanceerder. Terwijl het aantal mensen met hoorproblemen stijgt – we worden ouder en leven langer – groeit het aandeel hoortoesteldragers nauwelijks. Er bestaan nog altijd vooroordelen: “Zo leeft het idee dat mensen met hoorproblemen automatisch als oud en traag worden gezien, terwijl dat onzin is”, zegt Marieke Pronk.

Zij doet samen met Sophia Kramer aan VUmc onderzoek naar de psychologische aspecten van slechthorendheid en hoorzorg, waaronder mentale gevolgen van gehoorverlies – zoals depressieve en eenzame gevoelens – en sociale factoren die beïnvloeden of mensen een hoortoestel nemen. Dit krijgt te weinig aandacht, vindt Pronk. “Veel mensen zien hoorproblemen als iets onvermijdelijks dat bij ouder worden hoort en waar niet noodzakelijk iets aan gedaan hoeft te worden. Terwijl er juist heel veel mogelijkheden zijn.”

Beïnvloedingsfactoren

Pronk en Kramer noemen vijf factoren die de beslissing om voor een hoortoestel te kiezen beïnvloeden. Het stigma kan een negatieve invloed hebben; een andere factor is hoe mensen de effecten van een hoortoestel inschatten.

Daarnaast speelt steun vanuit de omgeving een rol – de partner betrekken bij het proces kan daarom gunstig zijn. Ook is van belang hoeveel gehoorproblemen men ervaart. Het objectief gemeten gehoorverlies is een aparte factor en kan om uiteenlopende redenen verschillen van de eigen ervaring. Tot slot speelt de intrinsieke motivatie om er iets aan te doen een rol.

Pronk: “Als iemand er niet klaar voor is, maakt het weinig uit hoeveel gehoorverlies er gemeten wordt of hoeveel hoorproblemen iemand ervaart.” Ook het succes van het hoortoestel wordt door allerlei zaken beïnvloed, zoals hoe goed en frequent de drager het gebruikt.

Het wennen duurt vaak even; als mensen jaren met hoorproblemen hebben gelopen, bestaat de kans dat het toestel niet direct goed werkt. Helaas haken sommigen in die fase af. Om dit te voorkomen, bestaan trainingen die helpen bij het toestelgebruik, en strategieën om luistersituaties te verbeteren.

Technische innovatie

Binnen de hoorzorg spelen, vaak gelinkt aan technologische ontwikkelingen, allerlei innovaties zoals de koppeling van hoortoestel aan smartphone. Traditioneel had de gebruiker nauwelijks mogelijkheden om het toestel bij te stellen, vertelt René Groen van AudiNed, vakvereniging van audiciens.

Nu kan dat via de smartphone. Een andere vernieuwing voor in de toekomst is te vinden in het toestel zelf. Vaak zit een deel van het toestel in het oor; wat mogelijkheden biedt om sensoren toe te voegen en bijvoorbeeld hartslag of lichaamstemperatuur te meten: interessant voor ouderen of zieken.

Nieuw zijn hoortoestellen waarvan links en rechts op elkaar afgestemd zijn waardoor de gebruiker hoort waar geluid vandaan komt, om zo beter te kunnen verstaan in rumoer. Tot slot kunnen hoortoestellen gekoppeld worden aan apparatuur zoals televisie of telefoon. Door deze innovaties voelen mensen zich minder gehandicapt, aldus Groen.

Gebruikers zijn minder afhankelijk, heel belangrijk voor de ‘jongere’ doelgroep: de werkende slechthorenden.

Keuzes, keuzes

Er zijn allerlei overwegingen bij de verkoop van hoortoestellen, vertelt Groen. Ketens hebben vaak een merkbeleid. Kleinere zelfstandigen minder, maar ook die hebben voorkeuren voor bepaalde merken of typen.

“Het is niet zo dat het ene merk echt beter is dan het andere. In principe kan elke fabrikant elke cliënt bedienen.” Dat moet ook, want het is niet gebruikelijk dat cliënten ‘shoppen’ bij verschillende audiciens. Vooral belangrijk is volgens Groen dat mensen zich op hun gemak voelen bij de audicien en dat die makkelijk bereikbaar is. “Het kan wel eens een langdurige relatie worden.”