Er is veel te doen over de vroege detectie van persoonlijkheidsstoornissen in de adolescentie. Bij professionals lijkt een weerstand te bestaan om een diagnose te stellen. Dit laat recent onderzoek van Annelies Laurenssen (Vrije Universiteit) zien, waaruit blijkt dat slechts 9% van de ondervraagden uit een steekproef van 367 psychologen een diagnose stelt.

Ongegronde angst

Volgens deskundige Joost Hutsebaut (Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen) zijn hier meerdere redenen voor waaronder het idee dat het niet mag. “Dit is onterecht want bij jongeren vanaf de leeftijd van circa 13-14 jaar mag de diagnose worden gesteld wanneer ze minstens één jaar aan de kenmerken voor een persoonlijkheidsstoornis voldoen”. Daarnaast is er de angst voor overdiagnosticeren, die eveneens niet terecht is: wanneer de criteria worden toegepast bij jongeren, leidt dat tot cijfers die erg vergelijkbaar zijn met het voorkomen van persoonlijkheidsstoornissen bij volwassenen. Een andere reden waarom hulpverleners geen diagnose stellen, is omdat ze ervan uitgaan dat de borderline-problematiek stopt in de overgang naar volwassenheid. Onderzoek heeft echter aangetoond dat jongeren met een diagnose van persoonlijkheidsstoornis erg kwetsbaar blijven als volwassene.

Persoonlijkheidsstoornissen in de adolescentie

Laurenssen merkt in haar onderzoek op dat adolescenten met persoonlijkheidspathologie een hoge ziektelast ervaren, vergelijkbaar met volwassenen met een persoonlijkheidsstoornis. Zowel zij als Hutsebaut pleiten daarom voor het belang van vroege herkenning. De ervaring leert immers dat persoonlijkheidsstoornissen op jonge leeftijd nog sneller en gemakkelijker te behandelen zijn, waardoor de prognose ook gunstiger is en kan worden voorkomen dat er steeds meer negatieve gevolgen zullen optreden.
Net als voor veel andere aandoeningen geldt dat de duur tussen het begin van de aandoening en de vroege start van specialistische behandeling hierbij belangrijk is. Hoe vroeger er gestart wordt met behandeling (in dit geval in de puberteit), hoe minder gevorderd de problematiek is. De behandeling hoeft dan ook minder lang te duren.

Diagnose stellen

De fasen die worden onderscheiden zijn:

  • Vaststellen diagnose; aan de hand van diagnostische instrumenten een beeld schetsen van de situatie
  • Behandelfase; hierin werken de jongeren aan doelen om de problematiek te verminderen. Denk hierbij aan het proberen te voorkomen van crisisgedrag zoals zelfbeschadiging. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat zo’n jongere in behandeling blijft, mede daarom wordt het altijd aangeraden om de ouders te betrekken
  • Terugval voorkomen; evalueren wat de behandeling heeft opgeleverd. Begeleiden in het traject om mee te kunnen in de maatschappij

Wat is een persoonlijkheidsstoornis?

In Nederland heeft ongeveer 13% van de bevolking een persoonlijkheidsstoornis. Bij een persoonlijkheidsstoornis nemen de kenmerkende trekken van een persoon extreme vormen aan. Die is niet meer in staat zichzelf aan te passen aan de omgeving, wat voor problemen kan zorgen. Het langdurige patroon waarin iemand vastgeroest zit, kan een serieuze mate van lijden veroorzaken. Het gedrag en de ervaringen van zijn dan volgens Hutsebaut te herleiden naar vier herkengebieden.

Vier herkengebieden

    1. Manier van denken; denk hierbij aan jongeren en volwassenen die telkens het gevoel hebben opnieuw afgewezen of onderuit gehaald te worden
    2. Omgang met emoties; dit kan te maken hebben met intensiteit. Voor sommigen geldt dat de emoties geremd zijn, deze laten weinig emotie zien en voelen weinig. Aan de andere kant kan er juist heftig gereageerd worden en veel worden gevoeld. Voorbeelden zijn: immens verdriet en boosheid, die zich dan ook weer kunnen afwisselen met plotse blijheid
    3. Gedragssturing/impulsiviteit; dit uit zich in geremd of juist ongecontroleerd gedrag. In sommige gevallen overmatig gecontroleerd zijn en steeds ‘op veilig spelen’, in andere gevallen impulsief en voortdurend schadelijk gedrag uitvoeren
    4. Functioneren in contact met anderen; ook hierin zijn er twee tegenpolen. Het kan zo zijn dat iemand heel teruggetrokken is en anderen probeert te vermijden. Anderzijds zie je juist dat mensen zich sterk gaan hechten aan anderen en juist intense relaties proberen aan te gaan

Borderline: uitgelicht

Verschillende types persoonlijkheidsstoornissen hebben de genoemde overeenkomsten, maar uiten zich vaak heel verschillend. Kenmerkend voor borderline is de instabiliteit: in emoties, gedrag, zelfbeeld en relaties. Emoties wisselen voortdurend en kunnen overweldigend zijn, waaruit er vaak impulsieve reacties ontstaan. Al met al is het vermogen tot emotie-regulatie moeizaam bij deze groep.
De controle over het gedrag die verloren gaat kan er bijvoorbeeld leiden tot:

  • Het verbreken van relaties met personen in de omgeving
  • Verspreiden van berichten op sociale media die schadelijk zijn zonder de gevolgen ervan te overzien
  • Vertonen van impulsief koopgedrag, waarbij al het geld direct wordt verbruikt
  • Zelfverwonding en in uiterste gevallen suïcidepogingen

Behandelingsmogelijkheden van een persoonlijkheidsstoornis

Het meest onderzocht en effectief bevonden is psychotherapie. Dit blijkt vooral het geval te zijn bij borderline. Hieronder vallen:

  • Dialectische Gedragstherapie (DGT) en Systems Training for Emotional Predictability and Problem Solving (STEPPS/VERS) zijn voornamelijk gericht op het aanleren van vaardigheden om met de overweldigende emoties om te gaan, waardoor patiënten minder een beroep hoeven te doen op zelfdestructief gedrag
  • Transference-Focused Psychotherapie (TFP) en Mentalization Based Treatment (MBT) stammen uit de psychodynamische traditie. TFP is erop gericht om mensen te helpen alle positieve en negatieve aspecten van zichzelf en anderen te kunnen verdragen en samenbrengen. MBT wil patiënten helpen om hun eigen gedrag en dat van anderen te begrijpen en verklaren vanuit gevoelens, gedachten, verwachtingen en andere mentale toestanden. Laurenssen vergeleek de effectiviteit van MBT met een op maat gemaakte behandeling voor volwassen patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis.
    Beide behandelingen lieten goede resultaten zien na achttien maanden follow-up. Er waren na die maanden echter geen significante verschillen tussen beide behandelingen
  • Schemagerichte Therapie is tenslotte een integratieve therapie, waarin gebruikgemaakt wordt van technieken uit zowel de cognitieve gedragstherapie, experiëntiële therapie als psychodynamische therapie. De effecten van al deze behandelingen zijn gemiddeld genomen ongeveer even groot. Behandeling leidt tot een aanzienlijke vermindering van de symptoomlast en een verbetering van de levenskwaliteit