De zorgvastgoedsector is een relatief onbekende beleggingsmarkt die steeds meer potentie toont. Door de dubbele vergrijzing is er namelijk sprake van een erg snelle groei in het aantal zorgbehoevenden, en dit baant de weg voor bedrijven en organisaties om in deze markt te investeren. Ook voor particulieren liggen de kansen voor het oprapen. Maar voor welke uitdagingen komen de investeerders te staan?

Masi Mohammadi, hoogleraar Smart Architectural Technologies Technische Universiteit Eindhoven, bespreekt de kansen en uitdagingen van het beleggen in zorgvastgoed.

Waarom is het verstandig om in zorgvastgoed te investeren?

“Als we het hebben over investeren in zorgvastgoed kunnen we het beste zakelijk zijn. De meeste mensen denken natuurlijk dat het bewonderenswaardig of nobel is om te investeren in de zorgsector, maar het hoeft niet enkel om filantropische redenen te gebeuren. Investeerders moeten beseffen dat een kwart van onze samenleving de potentiële doelgroep voor het toegankelijk en toekomstbestendig vastgoed is, en uit een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat in 2020 ongeveer vijftig procent van de totale voorraad bewoond zal worden door senioren. Grof gezegd heeft de zorgvastgoedsector dan bij elke twee woningen een vinger in de pap. Dat besef is snel aan het groeien. We zien dat steeds meer particulieren uit zichzelf beginnen met het investeren in zorgvastgoed en het opzetten van zorginstellingen. Deze commercialisering kan positief uitpakken voor de mensen die zorgvastgoed nodig hebben én de mensen die het tot stand brengen.”

Voor welke uitdagingen komen investeerders te staan?

“Zoals bij meerdere kwesties het geval is, vormt wet- en regelgeving nog weleens een uitdaging. Deze is de laatste jaren wel soepeler geworden, maar nog niet genoeg om ook kleine ondernemingen in staat te stellen om successen te boeken. Het is nog steeds teveel op grote instanties gericht, en daar ligt het probleem voor kleine ondernemingen die in de sector willen beginnen. Dit is een complex probleem dat niet makkelijk op te lossen is. Wet- en regelgeving is er namelijk vaak opgericht om de eindgebruiker te beschermen, maar in de participatiesamenleving is de eindgebruiker ook ondernemer geworden. Nu deze participatiesamenleving – die in 2013 werd genoemd in de eerste troonrede van Koning Willem-Alexander – meer vorm heeft gekregen, zien we steeds meer voor- en nadelen. Een belangrijke uitdaging is de scheiding van wonen en zorg die in 2013 is ingevoerd. Hiermee is de huisvestingscomponent (het wonen) uit het intramurale pakket gehaald waardoor zorginstellingen sommige zorgbehoevende mensen niet meer mogen accepteren, omdat hun inkomen net boven een bepaalde grens is. Dan moeten ze zoeken naar andere huisvesting, en ik heb verhalen gehoord over gevallen waar mensen tussen wal en schip zijn gevallen. Dit is vergelijkbaar met het probleem dat veel starters net boven de inkomensgrens voor een sociale huurwoning zitten en te weinig verdienen voor een koopwoning. Het scheiden van wonen en zorg is dus een voorbeeld van wetgeving waarbij er meer over de consequenties nagedacht had moeten worden.”

Hoe kan dit probleem opgelost worden?

“Onder andere woningcorporaties en zorginstellingen hebben zich gebogen over dit soort consequenties en ontwikkelen daar samen met kennisinstellingen en brancheorganisaties strategieën voor. Het gaat om nieuwe woonvormen en dienstverleningsconcepten met de daarbij behorende financieringsmodellen die inspelen op de wensen van de bewoner. Dit was een van de primaire doelstellingen van het scheiden van wonen en zorg. Daarnaast moet er meer aandacht besteed worden aan woonvormen die het langer zelfstandig wonen van mensen met een zorgbehoefte bevorderen, evenals aan woonvormen die meer keuzevrijheid bieden aan mensen in een intramurale locatie. Kortom, het vergroten van de diversiteit aan woon(zorg)vormen is een nadrukkelijk streven.”