Sinds 2017 is het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker vernieuwd. Bij de nieuwe screening staat het Humaan Papillomavirus (HPV) centraal, vertellen Daisy Sie-Go (klinisch patholoog UMC Utrecht) en Bettien van Hemel (klinisch patholoog UMC Groningen).

Waarin verschilt de nieuwe screening op baarmoederhalskanker van de oude?

Sie-Go: “Het verschil met de oude screening is dat nu eerst moleculair onderzoek wordt gedaan. Daarbij worden vrouwen getest op aanwezigheid van het hoogrisicotype van het Humaan Papillomavirus (hrHPV). Als er hrHPV gevonden is, wordt hetzelfde celmateriaal getest op cytologische afwijkingen om te onderzoeken of er inderdaad sprake is van baarmoederhalskanker of een voorstadium daarvan.

Er zijn namelijk veel vrouwen die positief worden getest op hrHPV, maar die geen baarmoederhalskanker blijken te hebben. Vroeger gebeurde het andersom, en werd eerst gekeken naar cytologische afwijkingen. Als die werden gevonden, werd vervolgens gekeken naar de aanwezigheid van hrHPV. De gedachte achter de nieuwe aanpak is dat de meeste gevallen van baarmoederhalskanker worden veroorzaakt door hrHPV.”

Hoe vergroot je de deelname aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

Van Hemel: “Om meer vrouwen bij het bevolkingsonderzoek te kunnen betrekken, is daarnaast de mogelijkheid geïntroduceerd om een self sampler aan te vragen. Daarmee kunnen vrouwen zelf thuis een uitstrijkje maken, waar een HPV-test op kan worden uitgevoerd. Zijn vrouwen hrHPV-positief, dan moeten ze alsnog naar de huisarts om een cytologisch uitstrijkje te laten maken.”

Waarom is ervoor gekozen om alleen een HPV-screening uit te voeren?

Sie-Go: “Omdat de sensitiviteit van de HPV-test hoger is dan van het cytologisch onderzoek. Dat betekent dat het percentage vrouwen dat volgens de test een afwijking heeft en bij wie dat ook echt het geval blijkt te zijn, hoger ligt dan bij een cytologisch uitstrijkje. Maar de specificiteit is bij cytologisch onderzoek weer hoger dan bij de HPV-test. Dat houdt in dat het percentage vrouwen dat volgens de test géén afwijking heeft en bij wie dat ook echt het geval blijkt te zijn, hoger ligt dan bij de HPV-test. Daarom is ervoor gekozen eerst de HPV-test te doen, en daarna, als er positief getest wordt op hrHPV, een cytologische test te doen.”

Uit onderzoek blijkt dat de HPV-screening 10 procent van de kankers mist. Hoe zou de screening verbeterd kunnen worden?

Sie-Go: “Vrouwen onder de 30 jaar worden niet meegenomen in het bevolkingsonderzoek, omdat hun lichaam hrHPV nog zelf kan ‘klaren’, laten verdwijnen. Als zij positief worden getest op hrHPV, kan hun lichaam het virus dus nog uitschakelen. Maar baarmoederhalskanker komt wel voor bij vrouwen onder de 30 jaar. Je kunt je afvragen of bij deze vrouwen niet een cytologisch uitstrijkje moet worden gemaakt, om baarmoederhalskanker uit te sluiten. Daarnaast is een heel klein percentage van de baarmoederhalskankers hrHPV-negatief. Die slippen door deze test heen. Geen enkele test
geeft echter 100 procent zekerheid. Het zou eigenlijk het beste zijn om de HPV-test
samen met het cytologisch uitstrijkje aan te bieden – ook aan vrouwen jonger dan 30 jaar – maar dat wordt heel duur.”

Van Hemel: “Een bevolkingsonderzoek is ingericht op het vangen van zoveel mogelijk afwijkingen, maar daarbij spelen ook economische belangen een rol. Er wordt dus bekeken met welk economisch model zoveel mogelijk afwijkingen kunnen worden gevonden. Ik denk dat we eerst moeten kijken hoe het gaat en wat de resultaten zijn in vergelijking met het vorige bevolkingsonderzoek. Het is een screening die werkt voor een heel grote groep, maar voor een individu kan hij niet werken. Daarom moeten vrouwen als ze klachten hebben en zich ongerust maken naar de huisarts gaan. Dat blijft altijd belangrijk.”

Meer informatie?

www.hologic.com
www.umcutrecht.nl
www.umcg.nl