Een klein deel van de mensen met visuele beperkingen heeft ook bijkomende problemen, bijvoorbeeld psychiatrisch of psychosociaal van aard. Deze combinatie van beperkingen maakt het leven vaak complex en vraagt om specifieke deskundigheid en ervaring. Monique Beukers (bestuurder) en Peter Verstraten (programmamanager Expertise, Innovatie en Kennis) van de Robert Coppes Stichting vertellen over deze bijzondere doelgroep.

Waarom is de groep mensen met visuele beperkingen en bijkomende problematiek bijzonder?

Beukers: “Deze mensen zijn allemaal blind of slechtziend en hebben minimaal één, maar vaak twee tot wel vijf bijkomende beperkingen, zoals een depressie, een verstandelijke beperking of autisme. Door deze combinatie wordt een aantal behandelmethoden ter compensatie uitgesloten. Zo wordt iemand met autisme normaal gesproken begeleid door dingen visueel te maken. Deze optie valt weg bij een visuele beperking. Bij een verstandelijk beperkt persoon wordt vaak voorgedaan hoe iets moet. Ook dat valt weg bij visuele beperkingen. Het komt erop neer dat de standaardbehandelingen niet aanslaan. Bij deze mensen kan maar heel beperkt gecompenseerd worden. Daarom moet goed gekeken worden wat wel mogelijk is. Het is belangrijk dat zij de regie houden over hun eigen leven, de behandeling moet hierop aansluiten.”

Wat maakt de zorg voor deze doelgroep complex?

Beukers: “De bijkomende beperkingen zijn als een kluwen van problemen, waar de visuele beperking als een loden mantel overheen ligt. Zorgverleners moeten dus goed in staat zijn verder te kijken dan enkel de visuele beperking. Dit vraagt niet alleen om algemene expertise wat betreft visuele beperkingen, maar ook over de bijkomende problematiek. Daarnaast moet er ook kennis zijn van de impact van die problematiek op het dagelijkse leven en op elkaar. Tot slot moet er altijd gekeken worden naar wat er over blijft om mee te compenseren. Als iemand gek is van bijvoorbeeld muziek, dan moet worden gekeken of deze passie kan worden gebruikt in de begeleiding.”

Waar liggen de uitdagingen wat betreft deze zorg?

Beukers: “Een belangrijke uitdaging is het tijdig herkennen van de doelgroep. Het vraagt behoorlijk wat specialistische kennis om te zien wat er onder de ‘loden mantel’ zit. Sinds de invoering van de Wmo zijn er minder instromers, maar de mensen zijn niet verdwenen. De uitdaging is dan ook: hoe krijgen we de cliënten boven water? Daarnaast is het netwerk van veel van deze cliënten heel klein. Daarom moet samen met hen het netwerk weer opgebouwd worden, zodat zij daarop kunnen terugvallen.”

Verstraten: “Een andere grote uitdaging is wetenschappelijk onderzoek. Het ontwikkelen en overdragen van kennis blijft heel belangrijk. De omgeving om de cliënten blijft veranderen, waardoor zij zich weer gehandicapt kunnen voelen. Continue innovatie blijft daarom belangrijk.”

Hoe zetten jullie je in voor de doelgroep?

Verstraten: “Naast de gebruikelijke begeleiding en behandeling doen we dit door kennisoverdracht en -ontwikkeling. Hierbij kijken we allereerst naar welke kennis en expertise we al in huis hebben. Daar waar lacunes zijn willen wij kennis ontwikkelen. Dit doen we door middel van een kenniscirkel. De ontwikkelde kennis brengen we in de praktijk om te toetsen, en wordt vervolgens beoordeeld. Waar nodig worden dingen aangepast en vervolgens wordt de nieuwe kennis geïmplementeerd door middel van opleidingen. Zo dragen we de kennis over aan onze medewerkers, maar ook aan andere organisaties. Het gaat allemaal om de herkenbaarheid van de doelgroep: mensen alert maken om de beste zorg te kunnen bieden. Het is belangrijk om up-to-date te blijven, want de wereld verandert heel snel en heel veel.”

Meer informatie?
www.robertcoppes.nl