Patiënten met taaislijmziekte hebben vaak last van luchtweginfecties. De huidige tests voor het opsporen van die infecties zijn niet geschikt voor kleine kinderen. Anne Neerincx van het Radboudumc zocht uit of een blaastest uitkomst biedt. 3 februari promoveert ze op haar onderzoek.

Hoe ontstaat taaislijmziekte?

Taaislijmziekte is de meest voorkomende ongeneeslijke erfelijke aandoening. Een mutatie leidt tot verstoord zoutwatertransport waardoor taai slijm ontstaat. Dit taaie slijm vormt een perfecte voedingsbodem voor bacteriën. Ophoesten ervan is lastig, waardoor de bacteriën in de longen aanwezig blijven en chronische infecties, ontstekingen en littekenweefselvorming veroorzaken. Uiteindelijk leidt dit tot een sterk verminderde longfunctie.

Luchtweginfectie opsporen

Artsen gebruiken nu slijm uit de longen om de infecties vast te stellen. Hiervoor moeten patiënten voldoende slijm ophoesten, wat voor kinderen vaak lastig is. Goede alternatieven zijn er niet. Een patiëntvriendelijk alternatief zou een blaastest zijn die de bacteriën opspoort. Anne Neerincx onderzocht of het mogelijk is om met een blaastest waterstofcyanide op te sporen, een stof die door een van de belangrijkste bacteriële veroorzakers van ontstekingen bij taaislijmziekte wordt geproduceerd: Pseudomonas aeruginosa. Het idee is simpel. De patiënt blaast wat lucht uit die wordt geanalyseerd. Is waterstofcyanide aanwezig? Dan heeft de patiënt een luchtweginfectie en moet gestart worden met antibiotica.

Wanneer start de productie van waterstofcyanide?

Neerincx bracht in kaart wanneer de productie van waterstofcyanide start en welke stammen van de bacterie de stof produceren. Ook testte ze of andere bacteriën in het taaie slijm waterstofcyanide produceren. Dat bleek het geval. Ook Staphylococcus aureus die vooral infecties bij jonge kinderen veroorzaakt, produceert de stof. Pseudomonas aeruginosa is juist vaker aanwezig bij volwassenen. De mogelijkheden voor een ademtest die waterstofcyanide opspoort, worden nu verder onderzocht.

Uitademprofiel

Verder bekeek Neerincx of ze de uitgeademde lucht van patiënten met taaislijmziekte met een Staphylococcus aureus infectie kon onderscheiden van patiënten zonder Staphylococcus aureus infectie. De stoffen bracht ze in kaart in een ‘uitademprofiel’. Het bleek inderdaad mogelijk om de de eerste groep te onderscheiden op basis van hun adem. Hierbij spelen negen stoffen een belangrijke rol. Ook dit uitademprofiel kan interessant zijn bij de ontwikkeling van een ademtest die luchtweginfecties bij taaislijmziekte opspoort.

Bron: Radboudumc