Ouderen met bloedarmoede hebben een hoger risico op overlijden na een beroerte, zeggen onderzoekers van de University of Aberdeen. In vergelijking met patiënten zonder bloedarmoede is het risico op overlijden na een beroerte 1,5 tot 2 keer zo groot. Bij bloedarmoede bevat het bloed een te laag aantal rode bloedcellen of een te laag gehalte aan hemoglobine (Hb). Dit is een zuurstoftransporterend en ijzerhoudend eiwit ín de rode bloedcellen.

Overlijdensrisico na beroerte

Wetenschappers onderzochten ruim 30.000 gevallen van patiënten met een beroerte, waarvan 8.000 recent. In 25% van de gevallen bleek er sprake te zijn van bloedarmoede bij een patiënt, meer specifieker een tekort aan rode bloedcellen. Had deze een herseninfarct of hersenbloeding gehad, dan was de kans op overlijden binnen een jaar ongeveer 2 keer zo groot.
Bij patiënten met een hoog hemoglobinegehalte was er een soortgelijk verband, alleen minder sterk. Het verhoogde risico op overlijden was hierbij tot een maand na een beroerte.

Volgens hoofdonderzoeker Myint wijzen de bevindingen erop dat zowel een te laag als een te hoog gehalte van hemoglobine een risico geven. Een laag gehalte kan voor een zuurstoftekort in de hersenen zorgen waardoor er kans is op een herseninfarct. Aan de andere kant kan een te hoog gehalte zorgen voor een bloedprop en daarmee ook een herseninfarct veroorzaken.

Mogelijke behandeling bloedarmoede

Bloedarmoede komt over het algemeen veel voor bij ouderen. Volgens de onderzoekers geldt dit zeker voor beroerte-patiënten. Als deze patiënten behandeling krijgen na een beroerte, moet er zorgvuldig gekeken worden wat de beste methode is.
Heeft een patiënt bijvoorbeeld een abnormaal hemoglobinegehalte, dan zou het mogelijk effectief zijn om:

  • Een laag Hb-gehalte te verhogen, waardoor er meer zuurstof naar de hersenen gaat.
  • Een hoog Hb-gehalte te verlagen, waardoor de kans op een bloedprop in een van de aderen voorkomen kan worden.

Bron: Journal of the American Heart Association