Cardiologie is een specialisme dat voortdurend in beweging is en waar innovaties elkaar snel opvolgen. Voor de behandeling van boezemfibrilleren bijvoorbeeld zijn nieuwe opties beschikbaar. Daarnaast zijn er ook interessante ontwikkelingen op het gebied van pacemakers.

Wat is boezemfibrilleren?

Een normaal hart klopt gemiddeld één maal per seconde en in een regelmatige cadans. Bij boezemfibrilleren slaan de hartboezems echter op hol: ze maken tot soms wel 300 slagen per minuut. De boezemkamerknoop werkt gelukkig als een remmer: een deel van de prikkels wordt hier tegengehouden, zodat de hartkamers bij boezemfibrilleren niet het ritme van de boezems volgen, maar dat ongeveer halveren. In Nederland hebben 200.000 à 250.000 mensen boezemfibrilleren, dat daarmee de meest voorkomende hartritmestoornis is.

Hoe wordt boezemfibrilleren behandeld?

Boezemfibrilleren is zelf niet eens heel gevaarlijk. Het gevaar is dat bij deze aandoening makkelijk bloedstolsels in hart kunnen ontstaan, die elders in het lichaam een bloedvat kunnen afsluiten. In de hersenen leidt dat tot een beroerte en het is uiteraard zaak om dit zoveel mogelijk te voorkomen. Vandaar dat de behandeling van boezemfibrilleren zo belangrijk is.

Om boezemfibrilleren te beheersen wordt veel gebruik gemaakt van medicijnen om het hartritme te beheersen, maar dit vraagt een grote mate van therapietrouw. In de ontwikkeling van deze medicijnen is de laatste tien jaar weinig vooruitgang geboekt. Dat geldt bepaald niet voor catheter-ablatie en minimaal invasieve hartritme chirurgie. Het aantal behandelingen is sterk gestegen en ook de techniek maakt grote sprongen vooruit.

De behandeling van mensen met boezemfibrilleren zal meer individueel gericht worden: per patiënt wordt bekeken wat de beste behandeling is en of antistollingsmiddelen noodzakelijk zijn. En soms is de beste therapie geen therapie, zeker als de klachten niet hinderlijk zijn en er geen direct groot gevaar dreigt.

Ontwikkelingen van pacemakers

Soms wordt een pacemaker gebruikt om het hart in het juiste ritme te houden. In dat licht is het interessant om te zien dat ook pacemakers zich snel ontwikkelen. Inmiddels worden ook in Nederland de eerste draadloze pacemakers geïmplanteerd, maar de techniek gaat al verder. Er wordt nu ook gewerkt aan een draadloze ICD, zodat een ideaal beeld ontstaat van een pacemaker en ICD draadloos kunnen werken en toch het hart kunnen stimuleren.

Daarnaast wordt een studie gestart met een pacemaker die werkt op basis van geluidsgolven in plaats van stroomstootjes. Daartoe wordt in de linkerhartkamer een ontvanger geïmplanteerd, die de linker- en rechterhartkamer kan stimuleren. De geluidsgolven zelf kunnen buiten het lichaam opgewekt worden. Het voordeel is dat de batterij voor het opwekken van de geluidsgolven ook buiten het lichaam blijft en dat maakt vervanging op den duur een stuk minder ingrijpend.