Kinderen in de bovenbouw van de basisschool blijken minder vaak groente en fruit mee te nemen voor het 10-uurtje. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research uitgevoerd onder ruim duizend ouders van kinderen op de basisschool. Gezondheid, gevoel van controle en voorkeuren van het kind zijn de drie belangrijkste motieven van ouders voor de keuze van het 10-uurtje.

Nederlandse kinderen eten onvoldoende groente en fruit. Eén van de manieren om de consumptie bij kinderen te verhogen, is om de beschikbaarheid van groente en fruit tijdens het 10-uurtje op school te verhogen. In de Publiek Private Samenwerking (PPS) “Groente en fruit op school, vanzelfsprekend! De rol van de ouders en school” wordt onderzocht hoe het eten van groente en fruit tijdens het 10-uurtje makkelijker en vanzelfsprekend kan worden voor alle kinderen, ouders en scholen.

Motieven voor 10-uurtje

De belangrijkste motieven van ouders voor de keuze van het 10-uurtje waren: gezondheid, gevoel van controle en voorkeuren van hun kind. Het aspect van controle (controle over wat en hoeveel het kind eet) is nieuw ten opzichte van eerdere onderzoeken rondom dit onderwerp.

Het onderzoek liet zien dat naarmate de kinderen ouder waren, er minder vaak groente en fruit werd meegegeven en dat ouders het minder belangrijk vonden dat hun kind vijf dagen per week groente en fruit eet tijdens het 10-uurtje. Mogelijke verklaringen hiervoor die uit het onderzoek naar voren kwamen, waren dat het belang van het motief “Gezondheid” afnam als het kind ouder was, en dat ouders meer productgerichte nadelen (beperkt houdbaar, snel bruin, geeft geknoei) en meer sociale tegenwerking (kind vraagt om andere snacks, klasgenootjes negatief over groente en fruit) rapporteerden als het kind ouder was. Deze bevinding betekent dat er naast interventies op jonge leeftijd -want jong geleerd is oud gedaan-, ook interventies geïmplementeerd zouden moeten worden voor leerlingen in de bovenbouw van de basisschool.

Barrières voor 10 uurtje

In het algemeen ervaarden de ouders relatief weinig barrières bij het meegeven van groente en fruit, zoals dat groente en fruit snel bruin of gebutst wordt in de schooltas, dat groente en fruit beperkt houdbaar is, en dat hun kind na het eten van groente en fruit nog steeds trek heeft. Toch bleken de ouders die relatief meer barrières ervaarden, minder vaak groente en fruit mee te geven. Ook hadden zij een minder positieve houding ten opzichte van groente en fruit voor het 10-uurtje. De ouders waren het over het algemeen eens dat het eten van groente en fruit tijdens het 10-uurtje verschillende voordelen voor het kind met zich meebrengt, zoals dat kinderen een goede gewoonte aanleren en dat ze voldoende voedingsstoffen binnen krijgen om te groeien. De ouders die het hoogst scoorden op deze verwachte voordelen, gaven vaker groente en fruit mee naar school.

Strategieën om consumptie te verhogen

In het onderzoek is aan de ouders ook gevraagd hoe aantrekkelijk zij verschillende strategieën vonden om de groente- en fruitconsumptie tijdens het 10-uurtje te verhogen. Het meest aantrekkelijk vonden zij activiteiten met de kinderen op school, de leerkracht als rolmodel, ouder-kind activiteiten op school en een leuk, praktisch meeneembakje. Ouders stonden neutraal tegenover een abonnement waarbij op vijf dagen per week groente en fruit op school geleverd wordt voor het 10-uurtje. Ruim een derde van de ouders (38%) zou bereid zijn om te betalen voor een groente- en fruitabonnement en ze zouden een abonnement van 2-3 dagen per week wenselijk vinden. In het vervolgonderzoek worden verschillende strategieën in de praktijk toegepast om te onderzoeken of deze strategieën kunnen helpen om het eten van groente en fruit tijdens het 10-uurtje makkelijker en vanzelfsprekender te maken voor kinderen op de basisschool, hun ouders en de school.

Bron: WUR