Ongeveer twee jaar geleden begonnen burgerinitiatieven in Nederland plotseling aan een opmars. Hoe verschillend ook, deze initiatieven blijken vaak te rusten op vergelijkbare bouwstenen en gedeelde waarden. Voor nog op te richten burgerinitiatieven zijn hier belangrijke lessen uit te leren.

Wat zijn burgerinitiatieven?

Toen onderzoekers Sven Turnhout en Dieke Feliksdal besloten onderzoek te doen naar burgerinitiatieven, was dat vooral omdat er nog weinig beschreven was, laat staan onderzocht, wat een burgerinitiatief inhoudt. Turnhout en Feliksdal signaleerden dat een burgerinitiatief verschillende gedaanten kan innemen. Vaak hebben ze echter vergelijkbare kenmerken, legt Turnhout uit. “Ze zijn voor en door burgers, het gaat altijd om zorg dan wel welzijn van deze burgers, ze hebben een lokaal karakter en ten slotte zijn betrokkenheid en wederkerigheid essentiële waarden.”

Twee burgerinitiatieven in de praktijk

Twee burgerinitiatieven hebben de onderzoekers nader onderzocht. Op het oog verschillend, maar ook hier vonden ze vergelijkbare onderliggende waarden. Het gaat om Lierop en Zoetermeer. Turnhout: “Lierop is een klein Brabants dorp waar men elkaar kent. Samen sterker staan is het doel van ‘Lierop Leeft’, een dorpscoöperatie waarvan maar liefst 1.000 van de 2.150 inwoners lid zijn. Zoetermeer profileert zich heel anders: als ICT-minded stad. Dat zien we ook terug bij ‘Wijzelf Zorgcoöperatie Zoetermeer’ die de inwoners via een website de mogelijkheid biedt om zelf hulp en zorg te regelen.”

Onderzoek volgens de narratieve methode

Voor het diepteonderzoek hanteerden de onderzoekers de narratieve methode: door het ophalen van verhalen brachten zij verschillende groepen betrokkenen in kaart en de voor hun belangrijke waarden. Voor het ophalen van deze verhalen hebben zij ingespeeld op de verschillen tussen de burgerinitiatieven. Feliksdal: “Het was geen kwestie van de onderzoeksmethode uitrollen; we hebben voor maatwerk gekozen. Voor Zoetermeer hebben we het proces digitaal ingericht. Voor Lierop zijn we naar een aantal avonden in het dorpshuis geweest.”

Resultaten van het onderzoek

Een neveneffect van het onderzoek is dat het verdere samenwerking tussen de burgerinitiatieven en zorg- en welzijnsorganisaties heeft gestimuleerd, zegt Feliksdal. “Een burgerinitiatief heeft andere organisaties nodig om doelen te realiseren. Met onderzoek naar hoe die samenwerking verliep, hebben wij daaraan een bijdrage geleverd.”

Met de publicatie, ‘het verhalenboek’, willen de onderzoekers andere initiatieven en gemeenten inspireren om op eenzelfde wijze ervaringen uit te wisselen en een duurzame samenwerking aan te gaan.

Ondanks de verschillen zijn er meer overeenkomsten, zegt Feliksdal. “Het gaat om het verbeteren van de leefbaarheid, een vraag van de buurman die men wil oplossen. Heel dichtbij de burger. Daar zoekt men samenwerking voor met de gemeente en met zorg- en/of welzijnsinstellingen.”

Ontwikkeling van de burgerinitiatieven

Burgerinitiatieven hebben de laatste jaren een enorme vlucht genomen. Toen de onderzoekers in 2013 startten, waren het er ruim 60. Begin 2015 was dat aantal gestegen naar 102. Inmiddels, aan het einde van dit jaar, tikt een recente telling de 174 aan. Waarom het zo’n vlucht neemt, hebben de onderzoekers niet vastgesteld. Aannemelijk is wel dat het met de gemeentelijke decentralisaties te maken heeft, zegt Turnhout. “Er komt veel op bewoners af; in Lierop hebben bewoners zichzelf de vraag gesteld of ze het ieder voor zich gaan doen of kiezen voor samen. Lierop kiest voor samen. Dit geluid horen we meer, tevens zien we nauwelijks burgerinitiatieven afhaken. Het lijkt een beweging te zijn die zich over Nederland aan het verbreden is.”