Bij de meeste mensen met de ziekte van Parkinson is het idiopathisch, wat betekent dat de ziekte geen bekende oorzaak heeft. Blijvend onderzoek naar deze progressieve neurodegeneratieve ziekte is dan ook van groot belang. Wetenschappers van de University of Cambridge hebben nu ontdekt dat een hoog calciumgehalte in het brein mogelijk een rol speelt in de ontwikkeling van de ziekte.

Overmatig calcium in het brein

Volgens het team beïnvloedt de overmatige aanwezigheid van calcium de interactie tussen zenuwcellen en het eiwit alpha-synucleïne. Dit eiwit wordt gelinkt aan Parkinson en zou bijdragen aan het vormen van eiwitklompjes (Lewy-lichaampjes) in de hersencellen. Hoge calciumgehaltes of alpha-synucleïne veroorzaken mogelijk het afsterven van hersencellen, waardoor de ontwikkeling van Parkinson in gang wordt gezet.

Alpha-synucleïne en calcium in relatie tot het brein

Hoofdonderzoeker Gabriele Kaminski Schierle: “Alpha-synucleïne is een zeer klein eiwit waarvan we tot dusver weten dat het interactie met andere eiwitten of celstructuren nodig heeft voordat het kan functioneren.”

Calcium speelt daarentegen een rol in het vrijkomen van neurotransmitters. Dit zijn chemische stofjes die zorgen voor de prikkeloverdracht van de ene zenuwcel naar de andere. Kaminski Schierle legt uit dat een toename in calciumgehalte in zenuwcellen zorgde voor interactie met de alpha-synucleïne-eiwitten. Dit wijst er mogelijk op dat deze eiwitten een rol spelen in de overdracht van neurotransmitters tussen zenuwcellen. Een dergelijke interactie is niet eerder in kaart gebracht.

De onderzoekers geloven dat het eiwit beschouwd kan worden als een soort calciumsensor. Op het moment dat de twee met elkaar in verbinding komen, wordt het eiwit geactiveerd.

Hoe ontstaat een onbalans in calcium en alpha-synucleïne?

De wetenschappers zeggen dat er normaal gesproken een juiste balans is in de aanwezigheid van calcium en het eiwit alpha-synucleïne in een cel. Zodra deze verstoord raakt wordt een proces in gang gezet die kan leiden tot de ziekte van Parkinson. Deze onbalans kan komen door een genetisch defect, ouderdom (vertraagde afbraak van eiwitten) of een abnormaal gehalte van calcium in zenuwcellen.

De ziekte van Parkinson

Parkinson kenmerkt zicht door motorische symptomen als traagheid, stijfheid, trillen en balansproblemen. Daarnaast treden er vaak ook niet-motorische symptomen op. Voorbeelden hiervan zijn een verminderd reukvermogen, slaapstoornissen, depressie en cognitieve achteruitgang.

Met deze bevindingen is de wetenschap weer een stap dichterbij in het achterhalen van hoe de ziekte van Parkinson zich ontwikkelt. De publicatie is te lezen in Nature Communications