Trombose

Kostenbesparing door verkorte draagduur steunkous na trombose

Bij de helft van alle patiënten die een steunkous dragen om complicaties na een trombosebeen te voorkomen, kan de draagduur zonder gevolgen met anderhalf jaar worden verkort tot zes maanden. Dat is een verlichting voor patiënten en zou alleen al in Nederland een zorgkostenbesparing opleveren van meer dan tien miljoen euro op jaarbasis. Dat blijkt uit onderzoek bij ruim 800 patiënten in veertien ziekenhuizen. Wetenschappers van het Maastricht UMC+ beschrijven

Wat is de nieuwe rol van de trombosedienst?

De rol van de trombosedienst verandert. Door ontwikkelingen op het gebied van medicatie, de vingerprik en zelfmanagement zijn er meer mogelijkheden voor antistollingsbehandeling met en zonder de trombosedienst. Zo krijgen patiënten steeds meer de regie over hun eigen leven. Overbodig wordt de trombosedienst echter allerminst: ondersteuning en advies zal altijd nodig blijven, vertelt arts klinische chemie Henk Adriaansen. Hoe verloopt een reguliere controle bij de trombosedienst? “De patiënten die zich

“Sommige collega’s weten niet eens dat ik trombose heb”

Toen Petra Rietveld op haar 21e voor het eerst last kreeg van een trombosebeen, waren haar klachten na een halfjaar verdwenen. Toch bleef de aandoening haar achtervolgen. Later kwam het tweemaal terug en op haar 43e resulteerde het in een longembolie. Maar hier bij stilstaan, doet ze niet. Wat waren je eerste klachten? “Op mijn 21e brak ik mijn middenvoetsbeentje, waarna ik vier weken in het gips zat. Al snel

Trombosezorg in Nederland staat op kruispunt

Ongeveer een op de veertig mensen in Nederland heeft trombose en dagelijks komen hier mensen bij. Er bestaan nog veel misverstanden over trombose: zo wordt vaak ten onrechte gedacht dat het alleen bij ouderen voorkomt. Geregeld wordt de diagnose hierdoor gemist, ook omdat de symptomen niet altijd voldoende specifiek zijn. Onbehandelde of laat ontdekte trombose kan leiden tot ernstige schade, of uiteindelijk tot overlijden. NOAC of DOAC Huidige ontwikkelingen en

“Eigen regie brengt rust en vrijheid”

De 65-jarige René Ligthart werd geboren met slechte hartkleppen en werd al op zeer jonge leeftijd voor het eerst geopereerd. Vele operaties en twee kunstkleppen later is hij voor de rest van zijn leven gebonden aan antistollingsmiddelen. De mogelijkheid om zelf zijn INR-waarde te meten door middel van een vingerprik was daarom voor hem een enorme uitkomst. Al van jongs af aan weet René hoe het is om elke twee

In gesprek met Hans over NOAC’s

Voor antistollingspatiënten zal het innemen van medicatie altijd onderdeel uitmaken van het dagelijks leven. Om de regie te nemen en te behouden op het eigen ziektebeeld, is assertiviteit dan ook het sleutelwoord. De openhartoperatie van Hans Voor de 69-jarige Hans Rutte begon het acht jaar geleden, toen hij een openhartoperatie onderging om kapotte hartkleppen te laten repareren. De operatie slaagde, maar na de ingreep was Hans wel genoodzaakt om levenslang

Inspelen op veranderingen in de antistollingszorg

De afgelopen jaren heeft de antistollingszorg in Nederland diverse veranderingen ondergaan. Een daarvan is de introductie van nieuwe medicijnen: de NOAC’s (nieuwe orale anticoagulantia), ook wel aangeduid als DOAC’s (directe orale anticoagulantia). Hoe kijken arts en patiënt tegen deze ontwikkeling aan? Tot niet zo lang geleden was er voor thuisbehandeling van patiënten met boezemfi brilleren of trombose aan het been maar één soort middel beschikbaar: de vitamine K-antagonisten. Omdat deze

Wie krijgt welke bloedverdunner na dotter?

Na een dotterbehandeling met stentplaatsing kan zich in de stent plots een stolsel vormen. Dit gebeurt bij zo’n 300 patiënten per jaar, die daardoor een groot risico lopen op een hartinfarct of zelfs overlijden. Om dit te voorkomen krijgen patiënten na de dotterbehandeling altijd bloedverdunners, meestal aspirine en clopidogrel. De bloedverdunner clopidogrel werkt niet voor alle patiënten even goed. Paul Janssen, arts bij het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht/ Nieuwegein

Sinustrombose: van reizende jurist naar huismus

Op 14 oktober 2011 raakte Elisheva onwel tijdens een werkbijeenkomst. Ze kon nog net bij haar directe collega aangeven dat zij zich echt niet goed voelde. “Mijn rechterarm bewoog raar en ik reageerde niet op vragen van hem. Het enige wat ik mij kan herinneren is dat ik in een ambulance werd gehesen. Achteraf hoorde ik van mijn collega dat ik in de ambulance wartaal sprak, voornamelijk in het Engels.”

De belofte van NOAC

Jarenlang waren vitamine K-antagonisten (VKA) de aangewezen middelen om trombose te voorkomen en te behandelen. Deze middelen laten zich lastig instellen en in Nederland ontstond voor de begeleiding daarvan een uitgebreid netwerk van trombosediensten. Met de komst van nieuwe antistollingsmiddelen, NOAC of DOAC genoemd, zijn de kaarten anders komen te liggen. Wat zijn NOAC precies? NOAC (non-vitamine K-antagonisten orale anticoagulantia), ook wel nieuwe orale anticoagulantia of direct werkende orale anticoagulantia