Het klinkt zo eenvoudig, ‘menslievende zorg’. Maar zorg waarbij de cliënt echt centraal staat en waar wordt gekeken hoe iemand op dat moment het beste geholpen kan worden, is niet eenvoudig. Het is ook niet altijd in regels te vatten. Zorg waarbij de hulpverlener zich werkelijk bekommert om de ander vereist dat de verpleegkundige of verzorgende zelf nadenkt en – vanzelfsprekend binnen vooraf bepaalde kaders – zonder overleg met leidinggevenden beslissingen neemt. Het vereist ook het weloverwogen afwijken van die kaders omdat het in dat specifieke geval de juiste keuze is.

In de zorg wordt gesproken over een ‘presentiebenadering’. Daarbij probeert de hulpverlener zo goed mogelijk te zien, aan te voelen en te begrijpen wat de ontvanger van de zorg nodig heeft en waarom die hulp of aandacht juist op dat moment nodig is. Pas als die kennis en dat begrip er zijn, kan degene die zorg aanbiedt begrijpen wat hij voor de ander kan betekenen en besluiten wat te doen. Die benadering vereist dat zorgverleners niet alleen beschikken over vakmanschap maar ook over gevoel voor subtiliteit, praktische wijsheid en dat ze werken vanuit de overtuiging dat je er altijd moet zijn voor de patiënt.

Het belang van de patiënt

Er ‘voor iemand zijn’ betekent vooral iemand nooit afwijzen, in de steek laten of veroordelen. Dat is niet zo moeilijk wanneer een cliënt aardig is. Maar als sprake is van complexe problematiek, iemand die verward is, agressief reageert of telkens opnieuw in de problemen komt, dan wordt het al moeilijker om iemand constant menslievende zorg te blijven bieden. Het is geen romantisch plaatje van ‘alleen maar lief zijn’. Het betekent de zorg bieden waar iemand op dat moment het meeste baat bij heeft en dat kan ook schuren. Misschien wil een cliënt niet dat die zorg op dat moment, op die manier wordt geboden. Dan is het belangrijk te begrijpen wat er op het spel staat, na te denken over wat de mogelijke consequenties zijn van iets wel of juist niet doen en op basis van al die overwegingen een besluit nemen dat recht doet aan het belang van de patiënt.

Minder regels, meer morele overwegingen

De essentie van hulpverlenen is altijd keuzes maken over wat te doen. Tegenwoordig zijn veel van die keuzes in regels en voorschriften gevat en is de ruimte daarmee beperkt voor professionals om verstandige afwegingen te maken op basis van gevoel, de voorschriften en andere (kennis)bronnen. Natuurlijk zijn er veel logische en zelfs onmisbare regels en voorschriften waar goed over is nagedacht. Maar er zijn ook regels die vooral bijdragen aan regeldruk en voorbijgaan aan de complexiteit van de zorgpraktijk. “Het is goed om te onderzoeken welke regels geen meerwaarde bieden en mogelijk afgeschaft kunnen worden”, stelt Marjanneke Ouwerkerk, directeur van Stichting Presentie. “Maar dan moet je tegelijkertijd bespreken hoe je die vrijheid van handelen nadenkend en onderzoekend opvult.”

Menslievende zorg bieden vergt veel van zorgprofessionals. Zij moeten leren het perspectief van de ander op te zoeken, diens inbreng serieus te nemen, geen oordeel te vellen en de eigen kennis, ervaring en morele overtuigingen met mate in te brengen. “In de opleiding wordt nu vooral gestuurd op evidence based kennis en methodieken die een soort maakbaarheid en algemene geldigheid suggereren”, vindt Ouwerkerk. “Dat is natuurlijk nuttige kennis maar zorgprofessionals moeten ook leren reflecteren, leren omgaan met verantwoordelijkheden en leren afwegen wat goed is om te doen.” Een belangrijke vraag is wat iemand helpt om het leven zo goed mogelijk te kunnen leven. Om dat te kunnen beoordelen moet de zorgprofessional dichtbij durven komen en moeite doen om iemand goed te leren kennen.

Aandacht

Vaak wordt gesteld dat zorgprofessionals geen tijd hebben om iets extra’s te doen. “Natuurlijk is tijd belangrijk, maar met tijd alleen ben je er niet”, stelt Bernadette Willemse, psycholoog en programmahoofd ouderen van het Trimbos-instituut. “Het gaat erom dat je de tijd die je met een bewoner hebt anders besteedt en andere zorg biedt.” Als je zorgmedewerkers vraagt waarmee je iemand blij kunt maken dan geven ze voorbeelden van kleine dingen: een keer haring meenemen, een praatje maken over iemands verleden of iemands hand vasthouden. “Juist in kleine dingen kan veel levensgeluk zitten. Aandachtig zijn voor wie iemand is en wat er in diens leven speelt, daar draait het om.”

Menslievende zorg niet duurder

Menslievende zorg bieden is, alles doorberekend, niet per se duurder. Het gaat vooral om het veranderen van de zorg. In eerste instantie zal die verandering een investering vergen, maar daarna kunnen besparingen worden gerealiseerd. “Veel geld wordt verspild doordat sprake is van een mismatch”, verduidelijkt Andries Baart van Stichting Presentie. “Dan wordt zorg geboden die goed en nodig lijkt, maar die welbeschouwd irrelevant is voor de patiënt.” Baart geeft als voorbeeld een mevrouw met een complexe zorgvraag die ambulante zorg kreeg maar door het niet goed afstemmen van die zorg de voorgaande vijf jaar gemiddeld zesmaal per jaar moest worden opgenomen in een psychiatrisch centrum. Dankzij afgestemde zorg krijgt deze mevrouw nu zestien uur per week hulp aan huis. Dat is kostbaar, maar sindsdien is een opname niet meer nodig geweest. Al met al bedragen de kosten nu een derde van voorheen. “Dit voorbeeld kun je vertalen naar andere situaties. Door op de juiste wijze te investeren in liefdevolle, afgestemde zorg voor ouderen, jongeren en ggz-cliënten kun je enorm veel leed, zorgkosten, maatschappelijke problemen en maatschappelijke kosten voorkomen.”

Ook zorgverleners hebben baat bij liefdevolle zorg. Dat blijkt onder meer uit het promotieonderzoek van Willemse waarbij zij de werkomstandigheden en de persoonsgerichtheid van medewerkers onderzocht. Binnen organisaties waar kleinschalig en persoonsgericht wordt gewerkt, ervaren medewerkers minder werkdruk. Bovendien geven zij aan tevredener te zijn over hun werk. Als je naar huis gaat met het idee dat je iemand een geluksmoment hebt kunnen geven, voel je je prettiger dan wanneer je naar huis gaat met het idee dat je weliswaar volgens de regels ‘goede zorg’ hebt geleverd maar niemand echt blij hebt kunnen maken.

Kleinschalige woonvormen

Liefdevolle, persoonsgerichte zorg bieden blijkt eenvoudiger als sprake is van zorg- en woonvormen die huiselijk en herkenbaar zijn. Het Trimbos-instituut onderzoekt tweejaarlijks met de Monitor Woonvormen Dementie de tevredenheid van medewerkers, familie en bewoners van verpleeghuizen, zorgboerderijen en kleinschalige woonzorgvormen voor onder meer mensen met dementie. Bij kleinschalige woonzorgvormen wordt de zorg op een natuurlijker manier geboden en worden bewoners meer betrokken bij de dagelijkse bezigheden. Door aan te sluiten bij de levensgeschiedenis van de bewoners, bijvoorbeeld door in het interieur en de buitenomgeving meubels en gebruiksvoorwerpen te plaatsen die hen herinneren aan het verleden, behouden mensen meer hun identiteit. Er is een duidelijke relatie tussen persoonsgerichte zorg en het functioneren en welbevinden van bewoners.

Kleinschalige organisaties maken het ook makkelijker om familie en vrienden optimaal te betrekken bij het dagelijks leven van de bewoners. Dat hoeft zeker niet in de vorm van mantelzorg te zijn. Het gaat meer om het weer deel kunnen uitmaken van het dagelijks leven van de partner, vader, moeder, dochter, zoon of vriend. Door het bieden van menslievende zorg kan, zeker als sprake is van dementie, ook meer aandacht worden besteed aan de invloed daarvan op het leven van de naaste en gestreefd worden naar een verbetering van de kwaliteit van leven voor alle betrokkenen.