Er is steeds meer wetenschappelijk bewijs dat gedragsproblemen van mensen met een beperking afnemen als de relatie tussen cliënt en begeleider veilig, liefdevol en wederkerig is. Nieuwe technieken kunnen ondersteunend zijn, maar zijn effectiever als de cliënt een band ervaart met zijn begeleiders.

Relaties in de zorg

Paula Sterkenburg, universiteit docent en gz-psycholoog, doet al 15 jaar onderzoek naar het bevorderen van relaties in de zorg. Ook internationaal ziet Sterkenburg groeiend bewijs dat heftig gedrag als spugen, schreeuwen, zelfverwonding en agressie door mensen met een beperking afneemt als de cliënt een liefdevolle band ervaart met zijn behandelaar. In de angstige wereld van de cliënt vormt die dan de veilige haven. “Als de veiligheid er is, kun je stapjes zetten richting aanleren van gewenst gedrag.”

Een nieuw behandelprotocol

Sterkenburg ontwikkelde een behandelprotocol waarin het steeds opnieuw contact maken met de cliënt, ook al liet die zeer ernstig probleemgedrag zien, uiteindelijk zorgt voor een goede hechting. Als een cliënt een band ervaart, vormt die veilige relatie als het ware een buffer bij oplopende stress. Ze traint behandelaren en begeleiders om sensitiever te worden in het signaleren van oplopende spanning bij cliënten.

De rol van technologie

Nieuwe technieken helpen daarbij. In een onderzoek krijgen mensen met een ernstig verstandelijke beperking een sok aan met sensoren die huidgeleiding meten. Zo kan je oplopende spanning in een vroeg stadium signaleren en tijdig inzetten op verminderen van stress.

Bij een ander onderzoek konden cliënten een appje sturen als ze paniek of stress ervoeren. Antwoord van de vertrouwde begeleider, die in een later contact ook terugkomt op het bericht, werkt beter dan alleen een standaard geruststellend appje. “Nieuwe technieken kunnen ondersteunend zijn, maar zijn effectiever als de cliënt een band ervaart met zijn behandelaar of begeleiders”, benadrukt Sterkenburg. De door haar ontwikkelde interventie is als bewezen effectief opgenomen in de databank voor de gehandicaptenzorg.

Het effect van Gentle Teaching

Een andere methodiek waarin de ontwikkeling van een onvoorwaardelijke veilige relatie centraal staat, is Gentle Teaching. Deze methodiek komt uit Amerika en is begin dit jaar erkend en eveneens opgenomen in de databank. Deze benaderingswijze staat haaks op de vaak beheersmatige manier waarop er met mensen in de zorg omgegaan wordt. Zeker met mensen die door emotionele of psychische problemen ‘ongewenst’ gedrag vertonen, vertelt Pouwel van de Siepkamp, Gentle Teaching-trainer en -voorlichter. De werkwijze laat niet alleen goede resultaten zien in de gehandicaptenzorg maar ook bij ouderen, dak- en thuislozen en chronische psychiatrie.

Vertrouwensband tussen cliënt en begeleider

Bij Gentle Teaching wordt niet gesproken over gedragsproblemen. Een cliënt heeft een probleem dat hij niet kan hanteren. Wat je volgens Van de Siepkamp nog vaak ziet, is dat er beheersmatig mee wordt omgegaan. “Je moet niet straffen en belonen, maar toch gewoon iets leuks gaan doen als iemand de tent afbreekt. Zo werk je aan een onvoorwaardelijke vertrouwensrelatie die nodig is om op een positieve manier te kunnen begeleiden”, legt Van de Siepkamp uit.

Het vraagt om vaardigheden om met jezelf om te gaan, want wat doet een begeleider als hij irritatie voelt opkomen. Hoe kan die zonder toneel te spelen de gevoelens die tussen hem en de cliënt in staan, ombuigen tot een positieve benadering? Er zijn praktische oefeningen waarin begeleiders leren te reflecteren en hun eigen grondhouding verstevigen, aldus Van de Siepkamp.