De verbetering van kwaliteit van oncologische zorg kan in verschillende mogelijkheden worden gezocht. Er kunnen meer samenwerkingsverbanden worden aangegaan, of zorginstellingen kunnen zich gezamenlijk richten op verdere specialisatie, ofwel concentratie van zorg. Dit betekent dat bepaalde behandelingen door een beperkt aantal specialisten op slechts enkele locaties worden uitgevoerd.

Mate van concentratie

Voor de beste vorm van oncologische zorg wordt concentratie van zorg algemeen beschouwd als noodzakelijke en gunstige maatregel. Sommige oncologische aandoeningen komen immers zo weinig voor dat niet elk ziekenhuis in Nederland ervaring kan opdoen op dat vlak. Tegelijkertijd zijn patiënten gebaat bij nabije en laagdrempelige oncologische zorg. Dit uitgangspunt – dat algemene vormen van zorg voor patiënten zoveel mogelijk toegankelijk moeten zijn – wordt spreiding van de zorg genoemd. Tussen spreiding en concentratie ligt een spanningsveld, maar de twee kunnen elkaar ook aanvullen: bepaalde onderdelen van zorg kunnen meer gespreid worden terwijl andere specialistische onderdelen meer geconcentreerd worden.

Een goede afweging hiervan zal idealiter de gehele keten van oncologische zorg ten goede komen, meldt het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Het IKNL is gespecialiseerd in dit concentratie- en spreidingsvraagstuk en begeleidt zorginstellingen hierbij. Zo kan de behandeling van bepaalde kankersoorten door meer ziekenhuizen (veelal in dezelfde regio) gebundeld worden en de taakverdeling worden afgestemd. Dit laat meteen zien dat concentratie niet direct fusering tussen ziekenhuizen hoeft te betekenen. Goede, structurele en eventueel door het IKNL begeleide samenwerking tussen zorginstellingen kan ook al een duidelijk merkbare verbetering van oncologische zorg betekenen.

Gevorderde samenwerking oncologische zorg

Regionale netwerkvorming in de oncologische zorg is noodzakelijk, meldt de Taskforce Oncologie, een samenwerkingsverband tussen patiëntenvereniging Leven met kanker, NHG, NVZ, NFU, IKNL en Soncos. Het doel daarbij is de beste kwalitatieve oncologische zorg bieden, die tegelijk zo toegankelijk mogelijk is voor patiënten. Het betekent ook dat patiënten niet per se gebonden zijn aan het ziekenhuis waar zij de behandeling gestart zijn, maar naar gelang de eigen behoefte, de ervaring van de instellingen en de ontwikkelingen op behandelgebied, kunnen uitwijken naar andere instellingen binnen het netwerk.

Samenwerkingen voor een optimale kwaliteit van oncologische zorg gaan verder dan een netwerk van ziekenhuizen. Ook (wijk)verpleging, medisch specialisten, huisartsen en patiënten zelf dienen de toenadering op te zoeken. Dit moet zowel landelijk als regionaal gebeuren, en altijd met als uitgangspunt: concentreren waar nodig, spreiden waar mogelijk, aldus de taskforce. Wat dat concreet inhoudt en hoe dit bereikt kan worden, bespreekt de taskforce in haar ‘Koersboek 2015-2020’ waarin de ambitie wordt geformuleerd dat Nederland in 2020 vanuit “internationaal perspectief top-oncologische zorg biedt en leidend is in onderzoek en innovatie.”

CCN’s en patiëntgerichte zorg

Eén van de manieren om dit te bereiken is middels de ontwikkeling van zogenoemde comprehensive cancer networks (CCN’s). In zo’n CCN maken eerste-tweede- en derdelijns zorgaanbieders afspraken om binnen de regio “hoogwaardige oncologische zorg te bieden en deze zorg te organiseren, monitoren en continu te verbeteren”. Een CCN moet bestaan uit verschillende typen ziekenhuizen en moet daarnaast een belangrijke plek voor kennisuitwisseling, onderzoek en onderwijs zijn. De CCN’s zullen zich vooral richten op veelvoorkomende soorten kanker; voor heel specifieke of zeldzame vormen kunnen interregionale, landelijke of zelfs internationale samenwerkingen gezocht worden. Binnen de CCN’s moeten duidelijke afspraken gemaakt worden over onderlinge communicatie en gegevensuitwisseling. Tot slot is volgens de taskforce een belangrijke pijler van elke CCN dat de patiënt centraal staat in de behandeling.