In Westerse landen komt longembolie relatief veel voor: per 1000 inwoners krijgen 1 à 2 mensen jaarlijks met longembolie te maken. Meestal is het lichaam zelf in staat de stolsels op te ruimen, maar bij een deel van de patiënten is dit niet volledig het geval. Dit kan grote gevolgen hebben.

Pulmonale hypertensie

Niet of niet volledig geresorbeerde stolstels kunnen ervoor zorgen dat een deel van de longcirculatie wordt afgesloten. Daardoor zal de bloeddruk in de longcirculatie stijgen en is er sprake van pulmonale hypertensie (PH).

Als er sprake is van meer dan 25 mm Hg in rust in de arteria pulmonalis, spreken we van PH.

CTEPH door longembolie

Een bijzondere vorm van PH is CTEPH (lees hier meer over CTEPH), Chronische Trombo-Embolische Pulmonale Hypertensie. Bijzonder, omdat de oorzaak bekend is. Die oorzaak is namelijk een eerder doorgemaakt longembolie. CTEPH is onbehandeld een progressieve aandoening met een slechte prognose.

Behandeling CTEPH

CTEPH is bij een groot deel van de patiënten te behandelen. Het gaat daarbij om een chirurgische ingreep, een pulmonalis-endarteriëctomie. De progressie van CTEPH wordt hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door veranderingen in de bloedvaten in het niet afgesloten vaatbed.

Vroegdiagnostiek CTEPH

Vroegdiagnostiek is daarom essentieel, maar door onbekendheid van de ziekte ontstaat vaak een doctor’s delay. De klachten van CTEPH zijn a-specifiek, zoals toenemende kortademigheid en vermoeidheid. Als pas in een later stadium kan worden ingegrepen, is de kans op genezing kleiner en nemen de risico’s op postoperatieve complicaties en overlijden toe.

 Door de aspecifieke klachten is er ook vaak sprake van een lange tijd tussen het optreden van de eerste klachten en de uiteindelijke diagnose.Dit geldt met name voor patiënten bij wie de klachten geleidelijk ontstaan, zonder acute longembolie of diepe veneuze trombose.Bovendien geldt dat patiënten na het doormaken van een acute longembolie aanvankelijk een afname van klachten melden.

Diagnose

Voor de diagnose van CTEPH wordt meestal gestart met een perfusiescintigrafie van de longen en een echocardiografie. De gouden standaard is sinds vijf jaar de conventionele pulmonalisangiografie.