Veranderingen in de basis-ggz en het zorgvraagzwaartemodel.

De geestelijke gezondheidszorg (ggz) ondergaat momenteel een enorme verandering en wordt de komende jaren opnieuw ingedeeld. Wat was de noodzaak? Met jaarlijks 3½ procent van de Nederlanders in behandeling bij de ggz heerste in 2004 schaarste en wachtlijsten. Het idee was om er marktwerking op los te laten en nieuwe aanbieders te laten concurreren. Jim van Os, hoogleraar Psychiatrische Epidemiologie, hoofd afdeling Psychiatrie en Psychologie van het Maastricht University Medical Centre en gasthoogleraar aan het Institute of Psychiatry in Londen: “Het gevolg was dat twintig procent van de Nederlanders die volgens epidemiologisch onderzoek per jaar diagnosticeerbaar is met een psychische stoornis opeens de inzet werd van een economische groeimarkt. De concurrentie boorde deze nieuwe klanten gretig aan in plaats van te focussen op de oude 3½ procent. De kosten liepen in de periode 2004-2010 volledig uit de hand, overigens niet alleen in de ggz.”

Suïcide

Een van de maatregelen is een onderscheid tussen de basis- en de specialistische ggz. Een herindeling in drie domeinen: huisartsen (bijgestaan door praktijkondersteuners voor de ggz), de generalistische basis-ggz en de specialistische ggz. De huisarts speelt een cruciale rol, want hij of zij moet in alle gevallen de ggz-zorg indiceren. Op zich een goed idee volgens Van Os. “Zo worden eerstelijnsbehandelingen bij lichte problemen niet meer tegen tweedelijnsprijzen verkocht. Maar dat de doorverwijzing van eerste- naar tweedelijns via de huisarts moet verlopen, vind ik veel te bureaucratisch. Bij een suïcidaal iemand kun je dan te laat zijn…”

Zorgvraagzwaartemodel

Er zijn vier producten in de basis-ggz voor vier cliëntengroepen: kort, middel, intensief en chronisch. Indicatie gebeurt op basis van vijf aan zorgzwaarte gelieerde criteria: DSM-stoornis*, ernst van de problematiek, risico, complexiteit en beloop van klachten. Van Os: “Er staan tienduizenden mensen met hun behandeltrajecten in databases, maar slechts vijf procent van hun behandelduur is door het zorgvraagzwaartemodel verklaard. Zo ebt het vertrouwen weg en ontstaan kafkaëske taferelen. Er wordt niet gepraat over onderbehandeling of regionale verschillen. Ik vind zo goed mogelijke zorg voor zo veel mogelijk mensen conform de WHO-richtlijnen belangrijk. De databases die zorgverzekeraars gebruiken zijn geldverspilling, onethisch en niet zo anoniem als patiënten denken.”

Epidemiologie

In zijn boek ‘De DSM-5 voorbij, persoonlijke diagnostiek in een nieuwe ggz’ pleit Van Os voor goede e- en mhealth. “Daarnaast blijft goede en persoonlijke hulp noodzakelijk, laat niet de zorgverzekeraars de dienst uitmaken. Wijs regio’s aan en leg populatiezorgbehoefte en zorgaanbod naast elkaar op basis van epidemiologische cijfers. Hiertoe zijn uitstekende onderzoeken beschikbaar. Kijk ook naar de in-, door- en uitstroom en gebruik het WHO-schaarstemodel in plaats van systeemexperimenten van verzekeraars. Ik merk dat deze vervreemding teweegbrengen op de werkvloer, maar wij inhoudsmensen moeten ook de hand in eigen boezem steken en de overheid met goede ideeën voeden. Dus we protesteren niet alleen, maar presenteren ook alternatieven.”

*DSM staat voor Diagnostic and Statistical manual of Mental disorders (Handboek Diagnose en Statistiek van Psychische aandoeningen)