Hoe bepaalt de cardioloog in het geval van coronair vaatlijden of een acuut coronair syndroom wat de juiste behandeling is? Cardioloog dr. Erik Lipsic van het UMCG bespreekt de mogelijkheden.

Hoe bepaal je als cardioloog welke behandeling voor welke patiënt met coronair vaatlijden passend is?

“We gaan dan uit van chronisch coronair syndroom. Een behandeling moet altijd een van  de twee doelen hebben: allereerst verbetering van de prognose van de patiënt en ten tweede het bestrijden van de symptomen. Voor de prognose heb je verschillende opties: medicamenten of een invasieve ingreep, zoals dotteren of een bypassoperatie. De keuze is afhankelijk van meerdere zaken, zoals omvang en lokalisatie van de ziekte en tevens individuele patiëntkenmerken. Hoe is de pompfunctie van het hart, nierfunctie of is er sprake van diabetes? Er is lang gediscussieerd over de vraag of je een patiënt een dotterbehandeling of bypassoperatie moet laten ondergaan, ook als er weinig klachten zijn. Het idee was lang dat we daarmee namelijk ook de prognose verbeteren. De meest recente studies stellen echter dat als de patiënt verder geen hartklachten heeft en er is geen vernauwing van de grootste kransslagader, dat een medicamenteuze behandeling gelijkwaardig is aan een dotterbehandeling of bypassoperatie.”

Dus, bij geen verdere klachten is medicatie de eerste stap.

“Ja, en je kunt in ieder geval kijken hoe de patiënt daarop reageert. Als dat goed gaat, kun je daarmee doorgaan. Tegelijkertijd is het wel zaak om de risicofactoren als roken, overgewicht, hoge bloeddruk en hoog cholesterol aan te pakken.”

Wat zijn bepalende factoren in de keuze?

“Het is een stukje maatwerk. Jonge mensen willen zo weinig mogelijk pillen, die bovendien bijwerkingen kunnen hebben. Chronisch coronair syndroom is bij uitstek geschikt om gezamenlijk tot een behandelplan te komen, waarbij we de voor- en nadelen van elke behandeling bespreken. Dat is mede afhankelijk van de leeftijd en conditie van de patiënt en de uitslagen van diverse onderzoeken. Een man met leeftijd 80-plus en een lage inspanning, kun je goed behandelen met medicatie. Jongere en actievere patiënten voelen de belemmering en bijwerkingen van medicijnen meer en dan maak je andere keuzes. Maar nogmaals: dat gaat allemaal in samenspraak.”

Dit artikel is financieel mogelijk gemaakt door Bayer. De hierin besproken meningen en ervaringen zijn afkomstig van de geïnterviewde personen, Bayer heeft geen invloed op de inhoud gehad.