Kinderjaren zijn vormende jaren. Dat geldt bij uitstek voor het kinderbrein. Sterker nog, de ontwikkeling van de hersenen begint al voor de geboorte. Het gewicht van de hersenen van een pasgeboren baby is ongeveer 400 gram en dat groeit tot uiteindelijk zo’n 1500 gram bij volwassenen. Dat wil zeggen dat een kwart van de hersenen al voor de geboorte is gevormd.

De invloed van de omgeving op het kinderbrein

Dat wil dus ook zeggen dat de invloed van de omgeving, in dit geval de moeder, al voor de geboorte begint. Kinderen van rokende of drinkende moeders krijgen tijdens de zwangerschap bepaalde gevaarlijke stoffen via het bloed van de moeder binnen. Het belang van een gezonde levensstijl voor zwangere vrouwen is van onschatbare waarde voor de hersenontwikkeling van het ongeboren kind.

Razendsnelle ontwikkeling

De hersenen ontwikkelen zich tot ongeveer het vijfentwintigste levensjaar. De ontwikkeling verloopt vliegensvlug van de periode vóór de geboorte tot de leeftijd van ongeveer drie jaar. Na de snelle start van baby tot peuter gaat het tot het zesde jaar nog steeds snel.

Vervolgens verloopt de ontwikkeling tot het begin van de puberteit iets minder onstuimig. De puberteit daarentegen is weer een periode van snelle ontwikkeling. Ooit waren er geleerden die meenden dat bij de geboorte alles wel zo’n beetje vastlag; intelligentie, karaktereigenschappen, gedrag. Tegenwoordig wordt daar een stuk genuanceerder naar gekeken, zo vertelt Hanna Swaab, hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden: “Mensen worden niet intelligent geboren, mensen worden met een bepaalde aanleg voor de mogelijke ontwikkeling van intelligentie geboren. Die intelligentie moet er vervolgens nog wel uitkomen en daarin speelt de omgeving een belangrijke rol. De combinatie van aanleg en omgeving is doorslaggevend voor de ontwikkeling van het kinderbrein.”

Nature versus nurture

Ook in andere opzichten speelt de omgeving een belangrijke rol. Kinderen die in een onveilige of liefdeloze omgeving opgroeien krijgen te maken met stressverschijnselen. Dat
heeft rechtstreekse gevolgen voor de ontwikkeling van het kinderbrein. Daar ligt een direct biologisch verband.

In het huidige onderzoek naar het kinderbrein is er niet langer sprake van een tegenstelling tussen wat vroeger nature (erfelijke factoren) en nurture (de rol van de omgeving) werd genoemd. Swaab vult aan: “Je zou kunnen zeggen dat de biologie de grenzen van de ontwikkelingsmogelijkheden voor een individu in belangrijke mate bepaalt. Vervolgens gaat de omgeving daarmee aan de slag en dat bepaalt voor een groot deel in hoeverre de door aanleg geboden kansen worden benut. Opvoeding, geborgenheid, veiligheid, school, uitdagingen, stimulatie; al deze factoren spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de hersenen.”

Het verschil tussen jongens en meisjes

Hoe groot zijn nu eigenlijk de verschillen tussen jongens en meisjes? Jongens zijn gemiddeld meer visueel en technisch ingesteld, meisjes vaak iets meer verbaal en sociaal. Daarnaast vinden de meeste ontwikkelingen in de hersenen bij meisjes iets eerder plaats dan bij jongens. Uiteindelijk is echter de individuele ontwikkeling van veel groter belang dan de groep waartoe kinderen behoren.