Je hebt pijn op de borst en denkt: mijn hart! Je gaat vlug naar de huisarts en na een test stelt die je gerust: het is niks ernstig. Zo’n testje is een voorbeeld van een point-of-care- of POCT-test. Ook voor andere ziektebeelden bestaan point-of-care-testen en dat heeft allerlei voordelen, ook voor de patiënt.

Wat verstaan we onder een point-of-care-test?

Geert-Jan Dinant is hoogleraar huisartsgeneeskunde bij de Universiteit Maastricht en legt uit wat in de huisartsengeneeskunde precies onder een point-of-care-test wordt verstaan: het is een test die de huisarts zelf doet en die hem helpt bij het stellen van een diagnose en het daaropvolgend behandelbesluit. Een ander mooi voorbeeld van zo’n test is de CRP-test. ‘s Winters hebben huisartsen het druk met patiënten die hoesten en ziek zijn.

Het is belangrijk vast te stellen of dergelijke patiënten een longontsteking hebben of niet, want longontsteking is een ernstige aandoening en zo’n patiënt moet antibiotica krijgen. Een patiënt die geen longontsteking heeft, moet juist géén antibioticum krijgen. Ook dat is belangrijk, want te veel gebruik van antibiotica leidt tot resistentie: de antibiotica werken dan later niet meer.

Met een CRP-test als aanvulling op het gebruikelijke onderzoek van de huisarts kan een huisarts snel en eenvoudig vaststellen of een patiënt longontsteking heeft. Een prikje in de vinger, bloed opvangen in een minibuisje, buisje in het apparaat en na enkele minuten kan de uitslag op het scherm van het apparaat afgelezen worden. Zoals gezegd, een mooi voorbeeld van een point-of-care-test. Ook al omdat die test – los van de vraag of er sprake is van longontsteking – aangeeft of iemand antibiotica moet krijgen: de test geeft dus al direct de behandelmethode aan. Dinant: “Dat noemen wij artsen innovatief; zo vaak heb je dat niet in de geneeskunde.”

Van hartinfarct tot soa

Point-of-care-testen kunnen in allerlei situaties nuttig zijn, vertelt Dinant. Als er snel en acuut gehandeld moet worden, zoals bij een mogelijk hartinfarct. Een andere mogelijke situatie: de aandoening is serieus, maar hoeft niet ogenblikkelijk opgelost te worden – het voorbeeld van de longontsteking. Derde voorbeeld: de niet-acute gevallen. Dinant: “Ook dan kan een point-of-care-test nuttig zijn. Stel, iemand komt met pijn in de heup bij de huisarts.

Is het slijtage of een ontsteking? Dat is geen acute vraag, maar als de huisarts hem meteen kan beantwoorden, hoeft de patiënt niet naar het ziekenhuis voor een onderzoek.” Prettig, en goedkoper bovendien. Patiënten met een chronische aandoening zoals suikerziekte zijn ook gebaat bij een point-of-care-test in de huisartspraktijk: in zo’n geval wordt de test gebruikt voor het monitoren van de patiënt. Preventie is een ander voorbeeld. Dan komen we op het gebied van de zelftest: je kunt bijvoorbeeld zelf testen of je een soa hebt.

Fijn om daar met niemand over te hoeven praten – ook niet met je huisarts, als je dat niet wil. Behalve soa-testen zijn er allerlei zelftests verkrijgbaar. Dinant: “Je kunt het zo gek niet bedenken, of je vindt er op internet wel een test voor.” Daarbij is het uitkijken geblazen, want onoordeelkundig gebruik en onjuiste conclusies liggen op de loer. Iemand denkt bijvoorbeeld dat hij een verhoogde kans op een hartaandoening heeft en wil zichzelf daarvoor testen.

Hij weet dat cholesterolgehalte daarbij een rol speelt en koopt op internet een test om dat te meten. Uit de test blijkt dat het cholesterolgehalte in orde is. Prima, denkt deze man, ik zit goed. Maar hij vergeet dat cholesterol slechts één factor is: bloeddruk, roken en gewicht zijn net zo goed belangrijke risicofactoren. Zo kan een test een vals gevoel van veiligheid creëren.

Betrouwbaarheid apparatuur en gebruik

Rogier Hopstaken, huisarts en hoofd innovatie bij een diagnostisch centrum met 170 locaties in Nederland, is het daar van harte mee eens. “Of een test goed werkt, is niet alleen afhankelijk van het apparaat waarmee je de test uitvoert. Een apparaat werkt pas goed als het oordeelkundig gebruikt wordt.” De betrouwbaarheid van point-of-care of POCT-apparatuur is natuurlijk belangrijk, want, stelt Dinant, artsen zijn geen ingenieurs.

Ze moeten erop kunnen vertrouwen dat die tests goed werken, zeker nu ze steeds meer gebruikt worden. Het diagnostisch centrum van Hopstaken controleert of de apparaten goed werken en door de bank genomen functioneren ze inderdaad goed, zeker de nieuwe apparaten die op de markt komen. Maar, benadrukt Hopstaken nogmaals: “Ze zijn betrouwbaar in de handen van een professional die weet hoe hij ermee om moet gaan. Als het fout gaat, komt dat vooral door verkeerd gebruik.”

De voordelen van een point-of-care-test

De voordelen van point-of-care-tests zijn niet lastig voor te stellen. Om te beginnen: door tests in de eerste lijn bij de huisarts te doen in plaats van in de tweede lijn in het ziekenhuis of laboratorium, kunnen de totale zorgkosten lager worden. Het gaat bovendien sneller: de uitslag is eerder bekend en je kunt vervolgens ter plekke bedenken wat je verder moet doen.

Het is ook prettiger voor de patiënt: die heeft vlugger een uitslag en hoeft niet naar het ziekenhuis. Of net wel natuurlijk, als de uitslag op een ernstige ziekte wijst. En, niet onbelangrijk: point-of-care-testen kunnen leiden tot veiliger zorg. Uit onderzoek is gebleken dat onveilige zorg kan samenhangen met de gebrekkige mogelijkheid om in de huisartspraktijk sneldiagnostiek te verrichten.

Vaak gaat het daarbij om niet of te laat herkennen van ernstige acute aandoeningen zoals hartinfarct, longembolie of ernstige longontsteking. Point-of-care-testen kunnen helpen dat te voorkomen. POCT heeft de toekomst, maar er is één obstakel dat Hopstaken graag uit de weg geruimd zou zien. “Om goed te werken, moet POCT-apparatuur kunnen communiceren met het HIS van de huisarts en het LIS van het laboratorium.”

HIS staat voor Huisarts Informatiesysteem, LIS voor Laboratorium Informatiesysteem. Hopstaken: “Het punt is: daar heb je IT-bedrijven voor nodig. En dat loopt niet altijd even soepel. Als het over kosten gaat, bijvoorbeeld. Dat belemmert de ontwikkeling van point-of-care-testen. Ik zou de IT-bedrijven willen uitnodigen daarover met ons in gesprek te gaan.”