Fijne muziek, een mooi uitzicht of een prettige geur; het zal voor niemand een verrassing zijn dat omgevingsfactoren van invloed zijn op het menselijk welzijn. De laatste jaren wordt binnen steeds meer sectoren duidelijk dat het optimaliseren van deze factoren zijn vruchten afwerpt in een professionele omgeving. Vliegtuigen worden voorzien van persoonlijke beeldschermen, aanpasbare ledverlichting en een optimale cabinedruk. In grote supermarkten overheersen de geur van versgebakken brood en de klanken van aangename achtergrondmuziek. Bij het ontwerpen van gevangenissen houden architecten rekening met een design dat zo min mogelijk agressie opwekt. Stuk voor stuk ontwikkelingen die positief bijdragen aan de gemoedstoestand van nietsvermoedende gebruikers. Maar hoe zit het met de zorg?

Healing environment

Professor Harry van Goor, werkzaam bij het Radboudumc, is zich bewust van de potentie die omgevingsfactoren hebben op het herstel van patiënten. Hij streeft naar het creëren van de ultieme healing environment, waarin deze factoren optimaal benut worden. Deze helende omgeving bestaat uit ziekenhuiskamers, elk bestemd voor één persoon om een gepersonaliseerde benadering mogelijk te maken. In deze kamers worden onder meer licht, geur en geluid afgestemd op de patiënt, om volledig tegemoet te komen aan diens welbehagen. Het principe draait het om vier kernpunten: rest, relief, relax en recover. Van Goor: “Stress, pijn, slaaptekort en een gebrek aan beweging vertragen het herstelproces. Helaas zijn ze na een operatie eerder regel dan uitzondering. Ik onderzocht een manier om deze aspecten te verbeteren, zonder gebruik te maken van dure investeringen.”

Beeld, geluid en interactie

Van Goor legt uit dat de ideale ziekenhuiskamers bestaan uit audiovisuele middelen die gemakkelijk aanpasbaar zijn. “Voelt iemand zich prettig in de natuur? Dan is het waarschijnlijk een goed idee om een foto van een bos op de muur te projecteren.” Want, zo is de gedachte, in een omgeving waar een persoon zich fijn voelt, herstelt diegene sneller. Ook interactie – door middel van virtual reality (VR) – is een belangrijk onderdeel van de innovatieve ziekenhuiskamers, vindt Van Goor. In de eerste plaats omdat uit onderzoek is gebleken dat het gebruik van VR tot 50 procent van de pijn kan wegnemen. Daarbij stimuleert ‘actieve virtual reality’ lichaamsbeweging na een operatie, een van de andere kernpunten uit het principe. Extra beweging komt vooral senioren ten goede, bovendien is de impact van VR bij deze groep het grootst, vertelt Van Goor. “Het effect is voor ouderen vaak nog de volgende dag merkbaar.”

Van Goor schetst ook andere scenario’s waarin audiovisuele, gepersonaliseerde zorg kan bijdragen aan het herstel. “Denk aan cognitieve stoornissen, zoals een delier. Iemand met tijdelijke verwardheid kan veel baat hebben bij een audiovisuele ervaring, zoals een projectie van een vertrouwd persoon of het afspelen van een herkenbare geluidsopname.” Niet alleen herstelt de patiënt daarmee sneller, ook kan diegene het af met minder pijnstillers, angstremmers of slaapmedicatie. En dat is tevens een uitkomst voor een ander probleem: in ziekenhuizen worden relatief veel medicijnen voorgeschreven, waardoor bijwerkingen de positieve effecten soms overstijgen.

De gevolgen van licht

Ook ingenieur Mariëlle Aarts van de Technische Universiteit Eindhoven wijst op het belang van omgevingsfactoren in de zorg. Als universitair docent bij de faculteit Bouwkunde is zij gespecialiseerd in de invloed van licht op het menselijk lichaam. Een van de eerste concrete aanwijzingen voor de waarde van licht in de ziekenhuisomgeving kwam uit Noord-Amerika. Aarts: “Begin jaren negentig werd onderzoek gedaan naar de duur van de patiëntopname in een Canadees ziekenhuis. Daaruit bleek dat patiënten aan de zonnige kant van het ziekenhuis gemiddeld drie dagen korter in opname verbleven. Een opmerkelijke uitkomst.”

Doordat de andere zijde van het ziekenhuis minder licht was, vermoedden de onderzoekers dat de zon het verschil had gemaakt. Ondanks deze bevindingen is er ruim twee decennia later nog altijd onvoldoende aandacht voor de gevolgen en effecten van licht, vindt Aarts. Wel stelt zij dat er steeds meer bekend wordt over het thema. “Ons lichaam heeft een dagelijkse cyclus, waarop alle functies zijn afgestemd. Het zorgt ervoor dat we overdag actief zijn en ’s nachts, als het donker is, gaan slapen. Licht kan dit ritme beïnvloeden of verstoren.” De oorzaak ligt in de werking van de ogen. Het licht wordt opvangen door middel van receptoren, beter bekend als staafjes en kegeltjes. Deze staan in contact met de visuele cortex, het deel van de hersenen dat betrokken is bij de visuele waarneming.

Begin 2000 ontdekten wetenschappers de lichtgevoelige ganglioncel. In tegenstelling tot staafjes en kegeltjes staat deze receptor niet in verbinding met de visuele cortex, maar met het deel van de hersenen van waaruit de biologische klok bestuurd wordt. Deze ganglioncel bleek het meest gevoelig te zijn voor het blauwe gedeelte van het licht, dat de aanmaak van het hormoon melatonine onderdrukt. Supplementen van melatonine worden vaak gebruikt om het slaapritme te bevorderen. “Licht is daardoor van fundamenteel belang bij het herstel van het menselijk lichaam. Een goedlopende biologische klok zorgt voor een gezond slaapritme en dit bespoedigt de heling, zoals een gebrek aan nachtrust juist vertragend werkt”, legt Aarts uit.

Aandacht voor zorgpersoneel

Hoewel in een ziekenhuis vanzelfsprekend de meeste aandacht moet uitgaan naar het herstel van patiënten, vindt Aarts dat het welzijn van het personeel niet mag worden vergeten. Gepersonaliseerde zorg heeft ontegenzeggelijk tot gevolg dat artsen en verpleegkundigen zich aan talloze, individuele wensen moeten aanpassen. In een dergelijke omgeving is het bijvoorbeeld niet wenselijk dat een vroege slaper ’s avonds wordt wakker gemaakt voor het innemen van medicatie. Aarts: “Het is een lastige afweging: wil je de patiënt laten slapen of wil je de verpleegkundige goed diens werk laten doen?”

Een verstoorde nachtrust kan het herstel negatief beïnvloeden, maar een onregelmatig werkschema van het personeel kan eveneens negatieve gevolgen hebben. “Alert personeel zorgt voor een betere zorgkwaliteit. Niet voor niets doen verpleegkundigen in nachtdienst hun belangrijke of complexe taken aan het begin van hun shift. Dan zijn zij het scherpst”, legt Aarts uit. Hetzelfde geldt voor de nachtelijke verlichting, aldus Aarts. Doordat witte verlichting blauw licht bevat, maakt het mensen geconcentreerder en alerter. Toch moet het nachtelijk personeel het vaak stellen met een schemerige omgeving. “De healing environment is een heel goed idee, maar kan wel het welzijn en de efficiëntie van de werknemers in het geding brengen. Het is aan de leidinggevenden om hier aandacht aan te besteden en de juiste afweging te maken”, concludeert Aarts.