Zorgverleners in Nederland zien zorgvragen van cliënten veranderen. Zo krijgen ze steeds meer cliënten met complexe zorgvragen en ervaren ze een toename in zorgvragen die zich uitstrekken over verschillende domeinen, aldus het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL). Om hiermee om te kunnen gaan, zijn extra expertise van zorgverleners en samenwerking binnen de zorg essentieel.

‘Als een geheel benaderen’

Jan Kremer, gynaecoloog en hoogleraar Patiëntgerichte innovatie in het Radboudumc, en tevens voorzitter Kwaliteitsraad Zorginstituut Nederland, is van mening dat vrijwel alle zorgvragen tegenwoordig complex zijn. “Natuurlijk zijn er uitzonderingen en is er echt simpele zorg, maar veel dingen die simpel lijken hangen weer samen met veel andere factoren.” Zo kunnen bij patiënten meerdere ziekten bij elkaar komen, die weer invloed op elkaar hebben. Complexe zorg definieert zich volgens Kremer door de onzekerheid die gepaard gaat met bepalen wat ‘goed’ is. Het is niet meer in één oogopslag te zien wat de juiste behandeling is omdat alles met elkaar samenhangt. “Je kunt niet meer zeggen; ik behandel eerst de diabetes en daarna de kanker. De behandeling moet de gezondheid van de patiënt als een geheel benaderen.”

Voor complexe zorg is veel technische en specifieke kennis vereist, aldus Heleen Post, manager zorg Patiëntenfederatie Nederland. “Het is zorg die niet routinematig, maar kennisintensief en disciplineoverstijgend is.” Als voorbeelden noemt ze acute zorg, zeldzame aandoeningen, comorbiditeit, ernstige meervoudige beperkingen en specialistische ggz. Maar ook zij stelt dat zorg die deels routinematig is, bijvoorbeeld bij een chronische aandoening, toch complex kan zijn.

Expertise en samenwerking

Belangrijk bij complexe zorg is dat zorgverleners de onzekerheid die met dit type zorg komt niet ontkennen, maar juist als vertrekpunt nemen. Kremer: “Zie het als een verkenning, waar je samen zoekt en leert wat de beste volgende stap is. Het is niet erg als je niet direct weet wat het goede is.” Complexe zorg vraagt om samenwerking tussen verschillende disciplines, omdat geen enkele zorgverlener alle competenties in huis zal hebben om het gehele zorgpad te bewandelen. Kremer geeft aan dat om de samenwerking te doen slagen, niet alleen de verschillende expertises nodig zijn, maar ook zogenaamde grenscompetenties. Zorgverleners moeten dus in bepaalde mate breder worden qua kennis en een zogeheten T-profiel aannemen. Post vertelt dat samenwerken lang niet altijd makkelijk is en dat er verschillende manieren zijn om dit aan te pakken. “Het zal vaak in een netwerkvorm zijn, waarbinnen afspraken gemaakt worden over hoe de zorg geboden moet worden.” Zo ontstaan er steeds meer netwerken rondom complexe ziekten en zorg, waarbinnen bijvoorbeeld zorgverleners en ziekenhuizen samenwerken.

De patiënt centraal

Zorgverleners moeten niet alleen met elkaar samenwerken. Ook de patiënt moet meer betrokken worden binnen de zorg. Post benadrukt dat patiëntparticipatie en eigen regie zeker mogelijk en gewenst zijn binnen de complexe zorg. “Juist bij complexe zorg is het belangrijk. Omdat er meer onzekerheid is over de uitkomsten van de zorg, is het nodig samen met de patiënt of diens naasten de behandeling te kiezen.” Daarnaast moet volgens haar de patiënt op geaggregeerd niveau bij de zorg betrokken worden, bijvoorbeeld bij het bepalen van de inrichting van de zorg en de benodigde richtlijnen. Zorgverleners moeten hierbij altijd oog hebben voor de behoeften en wensen van patiënten, vooral als deze mensen zich moeilijker kunnen uiten door bijvoorbeeld een verstandelijke beperking. Waar kunnen patiënten en hun naasten dan over meebeslissen? Post legt uit dat er vaak meerdere behandelingen mogelijk zijn, en er bovendien voor gekozen kan worden om niet te behandelen. Dit is bijvoorbeeld een afweging bij een levensbedreigende ziekte. “Het komt steeds vaker voor dat mensen er dan voor kiezen geen levensreddende behandeling te ondergaan, omdat dit te veel invloed zal hebben op hun kwaliteit van leven.”

Hoge kwaliteit zorg

Bij complexe zorg kan het lastig zijn om te bepalen wat hoge kwaliteit zorg is. “Bij niet-complexe zorg is heel duidelijk wat wel en niet goed is. Bij complexe zorg is dit echter veel minder duidelijk omdat er een grote mate van onzekerheid is”, vertelt Kremer. Bij complexe zorg moet echt per patiënt gekeken worden, waarbij de wensen, verwachtingen en omgeving van de patiënt een rol spelen. Hier moet dan ook goed naar geluisterd worden door zorgverleners. Het draait bij complexe zorg meer om persoonsgerichte zorg. Daarom moet samen met de patiënt afgestemd worden wat voor hem of haar goede zorg is. Post vult aan dat het hierbij belangrijk is dat patiënten en hun naasten goed geïnformeerd worden tijdens het hele zorgproces, zodat ze weten wat hen te wachten staat. Er moet voldoende ruimte en tijd zijn voor zorgverleners om dit te bespreken. Daarnaast moet de zorg in een vloeiende lijn voor de patiënt worden uitgezet, hij of zij mag geen hinder ondervinden van de overgang van specialismen of organisaties.

Meer complexiteit

De verwachting is dat de complexiteit van zorg de komende jaren nog meer zal toenemen. Wat voor gevolgen zal dit hebben voor de zorg? Kremer: “We zullen nog meer afscheid moeten nemen van zeker weten wat wel en wat niet goed is. Hierdoor zullen we nog meer onzekerheid moeten gaan accepteren, omdat juist bij complexe zorg veelal niet duidelijk is wat de uitkomst zal zijn.” Volgens hem zal er nog meer samengewerkt moeten worden, waarbij sprake moet zijn van een gedeelde besluitvorming. Dit vereist een andere manier van werken van zorgverleners, aldus Post. Daarnaast zorgen innovaties in de medische wereld ervoor dat het vak steeds complexer wordt, en vraagt maatwerk om meer contact tussen zorgverlener en patiënt. “Deze zaken vragen veel van de zorgverleners. Hiervoor moeten zij dus goed worden opgeleid. Mogelijk moet de zorg ook anders ingericht worden.”

Kremer besluit dat hij verwacht dat de toename van complexiteit een beter betaalbare zorg als gevolg zal hebben. Dit komt omdat bij gepersonaliseerde zorg een groot aantal dingen niet meer ‘geprobeerd’ wordt, omdat men niet langer een volgorde afwerkt maar altijd naar het geheel kijkt. Dit levert winst op. “Bij echt gepersonaliseerde zorg zie je dat de zorg betaalbaarder wordt. De vele variabelen zorgen er namelijk voor dat er geen schijnzekerheid meer wordt nagestreefd.” De complexiteit van zorg moet dus worden omarmd door alle betrokken partijen. Door de onzekerheid op een
creatieve en open wijze te benaderen zal uiteindelijk de beste zorg per individu geboden kunnen worden.