Veel clichématige uitspraken vinden hun oorsprong in een kern van waarheid. Zo ook het gezegde over de mond als spiegel van de gezondheid. Steeds meer wetenschappelijk onderzoek toont de relatie aan tussen mondgezondheid en de algemene gezondheid. Helaas is de aandacht vanuit de praktijk hiervoor in de loop der jaren verslapt. In een tijd waarin er steeds meer mensen leven met een natuurlijk gebit, verdient de mond meer belangstelling dan er voor is.

“Het gezegde is simpelweg waar”, bevestigt Gert-Jan van der Putten, specialist ouderengeneeskunde en onderzoeker in het Radboudumc. Symptomen van bepaalde aandoeningen manifesteren zich in de mond, waardoor de mondgezondheid achteruit gaat. Dit kan soms een van de eerst zichtbare aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van een ziekte. Zo kan een gladde tong een indicatie zijn van bloedarmoede en kunnen specifieke verkleuringen en ontstekingen van het mondslijmvlies gerelateerd zijn aan de ziekte van Crohn. De relatie werkt echter ook de andere kant op. Bacteriën die zich in de mond rondbewegen ten gevolge van slechte mondhygiëne, kunnen zich naar de longen verplaatsen en daar schade aanrichten, bijvoorbeeld in de vorm van een longontsteking.

Zorgafhankelijk

De meeste Nederlanders gaan gelukkig zonder grote mondproblemen door het leven, vertelt Richard Kohsiek, bestuurslid bij de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde. Een groep die echter in toenemende mate kwetsbaar blijkt op dit gebied, zijn ouderen. Dat heeft te maken met het feit dat meer en meer mensen oud worden met hun eigen tanden en kiezen. Mede wegens veel restauratiewerk in het verleden behoeven deze gebitten nu veel aandacht, die ze niet altijd krijgen. Kohsiek: “Een deel van de ouderen heeft op latere leeftijd minder aandacht voor zelfzorg zoals tanden poetsen.” Het kan echter ook zijn dat stijvere handen of andere lichamelijke ontwikkelingen het lastiger maken om zelf goed voor de mond te zorgen. In feite is de cirkel dan rond: van kind dat nog geen tanden kan poetsen, naar een senior die het niet langer kan. Tot slot heeft medicatie een grote uitwerking op de mond, zeker in de grote hoeveelheden die senioren nemen. “Als je vraagt welke medicatie iemand gebruikt, krijg je soms een A4’tje vol.” Veel medicijnen beïnvloeden de speekselproductie, waardoor de mond droger is en de zelfreinigende functie afneemt.

Belemmeringen

Al met al meer dan voldoende reden om er als arts, tandarts, verzorgende en oudere zelf alles aan te doen om de mond zo gezond mogelijk te houden, meent Van der Putten. De onderzoeker ziet daarvoor momenteel een aantal belemmeringen. Om te beginnen denken artsen te weinig aan de relatie tussen de mond en de algehele gezondheid en kijken dan ook onvoldoende in de mond. Meer aandacht daarvoor tijdens de opleiding zou op zijn plaats zijn. Tandartsen kijken wel, maar houden onvoldoende rekening met de persoon die in de stoel zit. Zij zouden juist baat hebben bij meer kennis over geriatrie.

“Het behandelplan zou bij een vitale oudere heel anders moeten zijn dan bij iemand met bijvoorbeeld beginnende dementie. Je weet dat diegene niet meer zal genezen, dus is het zaak geen ingewikkelde constructies in de mond te plaatsen die veel schoonmaakwerk vereisen”, stelt Van der Putten. Ook bij mensen zelf zou hij graag meer bewustzijn zien, ongeacht de leeftijd. Uit schaamte of angst laten mensen hun gebit nog te vaak liever verslechteren dan hulp te vragen bij het onderhouden. Tot slot constateert Van der Putten op maatschappelijk niveau een probleem in de vorm van financiering en welke waarde men hecht aan een gezonde mond. Tandzorg wordt vanaf het 18e levensjaar niet meer vergoed vanuit de basisverzekering, iets wat op zichzelf al een boodschap afgeeft. “Aanvullend verzekeren wordt door veel mensen afgeraden; men spaart zelf wel. Wanneer er dan echter grote ingrepen nodig zijn, kiezen mensen voor de goedkoopste optie.”

Betere tijden

Kohsiek voorspelt betere tijden in de toekomst: “Over een jaar of veertig komt er een omslag. We zijn tegenwoordig zo preventief bezig, dat iedereens gebit tegen die tijd veel makkelijker schoon te houden is.” De groep die daarop vooruit loopt heeft echter nog extra mondzorg nodig. Voor hen valt er winst te behalen in de manier waarop men nu met mondzorg omgaat, denkt hij. “De tandarts is ook een zorgverlener. Die moet voor iedereen beschikbaar en betaalbaar zijn.” Daarnaast denkt hij dat een deel van de oplossing ligt bij een betere samenwerking. Men moet zich buiten het domeindenken begeven en als tandartsen, (huis)artsen en verzorgenden samen het complete welzijn van een persoon overzien. Inclusief de mond.