De ziekte van Von Willebrand is de meest voorkomende bloedstollingsstoornis in Nederland. Ongeveer 1 procent van de bevolking heeft de aandoening. Niet iedereen ondervindt hevige klachten. Patiënten met relatief milde symptomen komen niet regelmatig op controle. Echter is het wel heel belangrijk de expertise van het hemofilie behandelcentrum te raadplegen bij een chirurgische ingreep of bij het trekken van een kies. Dr. Saskia Schols is internist-hematoloog in het specialistisch hemofilie behandelcentrum Nijmegen-Eindhoven-Maastricht, locatie Radboud UMC. Zij vertelt hoe het behandelplan voor een Von Willebrand-patiënt tot stand komt.

“Ten eerste is het belangrijk dat een patiënt bekend is bij het behandelcentrum.” Patiënten met een milde vorm komen veel minder regelmatig in het behandelcentrum. “Die groep patiënten heeft in het dagelijks leven niet veel last van hun bloedingsneiging, maar bij een medische ingreep kan dit wel tot hevige bloedingen leiden.” Het is daarom belangrijk om als patiënt aan te geven bij de operateur dat er sprake is van Von Willebrand. Dan kunnen de noodzakelijke maatregelen genomen worden. Het is van belang dat de patiënt een proactieve houding aanneemt. Immers zijn niet alle specialisten zoals kaakchirurgen of (orthopedische) chirurgen bekend met de aandoening en de mogelijke risico’s.

Behandelplan

“Voor elke Von Willebrand-patiënt die een operatie ondergaat, stellen we een behandelplan op. Dit plan wordt opgesteld op basis van de individuele Von Willebrand factor (vwf)-activiteit en de factor VIII-spiegels, welke invloed hebben op het bloedstollingsproces. Afhankelijk van het behandelplan, wordt het operatieplan opgesteld. In dit proces werken we nauw samen met de operateur en eventueel de lokale hematoloog. Als de operatie in een lokaal algemeen ziekenhuis plaatsvindt, begeleidt de hematoloog in dat ziekenhuis de patiënt tijdens de operatie.” Bij het opstellen van het operatieplan wordt rekening gehouden met hoe uitgebreid de operatie is: een verstandskies trekken heeft een andere impact dan een buikoperatie. Ook is het van belang te weten of het een open operatieprocedure betreft of dat het bijvoorbeeld om een minder complexe procedure via laparoscopie (een kijkoperatie) gaat.

“Wij bekijken wat een patiënt nodig heeft. Welke producten zijn nodig? Is het handiger een operatie in te plannen op maandag in plaats van vrijdag? Dit kan handig zijn als een arts enkel op doordeweekse dagen aanwezig is en de follow up met een patiënt wil doen in de dagen na de operatie. En is het nodig om voor nauwkeurige monitoring nog wat langer in het ziekenhuis te blijven? In een specialistisch behandelcentrum is de expertise beschikbaar om een goed plan op te stellen.”

Medicatie

Ongeveer een uur voor de ingreep begint de toediening van de medicatie zodat er nog tijd is om te controleren of de gewenste stijging van de stollingsfactor zichtbaar is in het bloed. “Ook na de operatie is het belangrijk goed te kijken of er sprake is van veel bloedverlies. Mogelijk worden er dan nog meer producten toegediend op de dag van de operatie. In de dagen na de ingreep wordt er gebruikgemaakt van medicatie om nabloedingen te voorkomen. Nadat een patiënt is ontslagen uit het ziekenhuis, hebben we sowieso nog een telefonische follow-up-afspraak. We vragen dan hoe het met iemand gaat, of er nog vragen zijn en of hij nog over voldoende medicatie beschikt. Als iemand niet vlakbij een behandelcentrum woont, is het belangrijk dat de lokale apotheek op voorhand wordt ingelicht zodat de juiste hoeveelheid medicatie aanwezig is.” Ook hierbij is de proactieve houding van de patiënt van grote waarde. Geef als er sprake is van een medische ingreep tijdig aan dat je Von Willebrand-patiënt bent. Op die manier kan optimale zorg worden verleend.

Dit artikel is financieel mogelijk gemaakt door Takeda. De hierin besproken meningen en ervaringen zijn afkomstig van de geïnterviewde personen, Takeda heeft geen invloed op de inhoud gehad.

C-ANPROM/NL//0411