Stellen met vruchtbaarheidsproblemen waarbij de man lijdt onder een zware depressie, hebben zo’n 60% minder kans op conceptie of een kind dat levend geboren wordt. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van NIH’s Eunice Kennedy Shriver National Institute of Child Health and Human Development. De publicatie verscheen onlangs in het tijdschrift Fertility and Sterility.

Combinatie van twee onderzoeken

Het onderzoeksteam combineerde gegevens van twee eerdere studies onder 1650 vrouwen en 1608 mannen. In één studie werd de effectiviteit van twee ovulatie-inducerende geneesmiddelen vergeleken bij het bereiken van zwangerschap en een geboorte. De onderzoekspopulatie bestond uit vrouwen met afwijkingen bekend als polycysteus-ovariumsyndroom.

In het andere onderzoek werd de werking van drie soortgelijke geneesmiddelen vergeleken bij paren met onverklaarbare vruchtbaarheidsproblemen. In beide onderzoeken werden de deelnemers op depressie gescreend. Uit de resultaten bleek dat 5,96% van de vrouwen en 2,28% van de mannen leden onder een zware depressie.

Invloed antidepressiva op zwangerschap

Bovendien werden de vrouwen gevraagd naar hun antidepressivumgebruik. Het onderzoek toonde aan dat het gebruik van een bepaald soort antidepressiva door vrouwen, niet-selectieve serotonineheropnameremmers (niet-SSRI’s), verband hield met een hoger risico op vroegtijdig zwangerschapsverlies. Vrouwen die niet-SSRI’s gebruikten, liepen in het eerste trimester ongeveer 3,5 keer meer kans op een miskraam dan vrouwen die geen antidepressiva gebruikten. De onderzoekers vonden bij andere typen antidepressiva, zoals SSRI’s, geen correlatie. Evenmin was depressie bij vrouwen een aantoonbare oorzaak van vervroegd zwangerschapsverlies.

Belangrijke informatie voor onvruchtbaarheidspatiënten

Uit eerder onderzoek bleek al dat 40% van de vrouwen die op zoek zijn naar vruchtbaarheidsbehandelingen, symptomen van depressie vertoont. In een ander onderzoek gold hetzelfde voor bijna de helft van de mannen die zochten naar een ivf-behandeling, ook wel bekend als reageerbuisbevruchting.

De auteurs van het nieuwe onderzoek wilden de mogelijke invloed van depressie bestuderen op paren die op zoek zijn naar niet-ivf-behandelingen. Stellen die wel zo’n reageerbuisbevruchting ondergingen werden bewust uitgesloten. De procedure zou mogelijk potentiële effecten van depressie teniet doen (bijvoorbeeld verminderde spermakwaliteit en lager seksueel verlangen), wat een vertekend beeld zou geven in de onderzoeksresultaten.

Esther Eisenberg, auteur van het onderzoek, vertelt over het belang van de bevindingen: “Onze studie biedt patiënten met vruchtbaarheidsproblemen en hun artsen nieuwe informatie om te overwegen bij de keuze van een behandeling. ”