Cardioloog Marco Post van het St. Antonius Ziekenhuis praat in deze video over de symptomen, diagnose en behandeling van Pulmonale Hypertensie.

Video transcriptie

Wat is Pulmonale Hypertensie?

Mijn naam is Marco Post. Ik ben een van de cardiologen in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en ben onderdeel van ons pulmonale hypertensie-team. Pulmonale hypertensie is verhoogde bloeddruk in de longslagader. En pulmonale hypertensie is een uiting van een onderliggend ziektebeeld. Dat kan de longslagader zelf zijn die is aangetast, dan heet dat pulmonale arteriële hypertensie. Of een ander onderliggend ziektebeeld kan pulmonale hypertensie veroorzaken. En dan moet men denken aan ernstige hartklepproblemen of een ernstig verminderde knijpkracht van de linkerkant van het hart, longproblemen, longfibrose, ernstige COPD of bijvoorbeeld longembolie – dus klontertjes naar de longslagader. Dat zijn ziektebeelden die uiteindelijk kunnen leiden tot een verhoogde bloeddruk in de longslagader, dus pulmonale hypertensie.

Wat zijn de symptomen van deze ziekte?

De symptomen van pulmonale hypertensie kunnen heel divers zijn en dat maakt het vaak ook heel lastig. Dus patiënten kunnen komen met klachten van kortademigheid, kunnen komen met klachten van vermoeidheid, het vasthouden van vocht in de benen of in de buik. Of klachten van hartkloppingen. Soms ook pijn op de borst. Dus de klachten kunnen heel divers zijn, wat het moeilijk maakt om te herkennen.

Hoe wordt pulmonale hypertensie gediagnosticeerd?

De diagnose van pulmonale hypertensie gaat eigenlijk in principe als volgt: dus een patiënt komt met bepaalde klachten bij een arts. Hopelijk herkent de arts die klachten als zijnde ernstig en stuurt de patiënt dan door naar een bepaalde arts die ervaring heeft op een bepaald ziektebeeld. Wat je doet in ons geval, je maakt een echo van het hart en op basis van de echo kun je inschatten of er sprake is van een hoge bloeddruk in de longen. Je kan nog niet direct de oorzaak dikwijls vaststellen, behalve als dat het hart zelf is. Maar je kan wel een inschatting maken van de aanwezigheid van pulmonale hypertensie. De definitieve diagnose kan alleen maar gesteld worden met een hartcatheterisatie (CAG), dus waarbij je inwendig in de longslagader de bloeddruk meet. Pas dan kun je met zekerheid zeggen dat er sprake is van een verhoogde bloeddruk in de longen. En afhankelijk van de hartcatheterisatie, afhankelijk van de echo, afhankelijk van de klachten van de patiënt ga je verder op zoek naar de eventuele andere oorzaken van pulmonale hypertensie. Daar heb je een heel scala aan onderzoeken voor nodig.

Aan het ziektebeeld zelf is wat te doen ook weer afhankelijk van de onderliggende oorzaak. Allereerst moet je op zoek gaan naar de oorzaak. Dus de diagnostiek van een patiënt met hoge bloeddruk in de longen van pulmonale hypertensie is heel uitgebreid. Omdat er zo’n diversiteit is aan oorzaken is ook de diagnostiek tamelijk ingewikkeld, waarbij je dus alle belangrijke oorzaken, alle meest voorkomende oorzaken ook moet uitsluiten. U kunt zich voorstellen dat een slecht werkende hartspier vaker voorkomt dan een patiënt met bloedklontertjes in de longen. Zo moet je dus gaan kijken naar wat voor patiënt, wat voor meneer of mevrouw, zit er voor je? Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak van die hoge bloeddruk in de longen? En dan gaan we dus op zoek naar de oorzaak van de hoge bloeddruk. En afhankelijk van de gevonden oorzaak heb je een heel behandelplan. En dat kan je dus nooit alleen. En dus je moet daar heel nauw mee samenwerken met bijvoorbeeld in ons geval de longartsen, de radiologen, de hartchirurg, de reumatologen maar ook bijvoorbeeld een maatschappelijk werkster of een psycholoog, een fysiotherapeut en gespecialiseerde verpleegkundigen.