Jaarlijks lopen ruim een miljoen Nederlanders een tekenbeet op. Ongeveer 25.000 van hen krijgen de ziekte van Lyme. Het grootste deel van deze patiënten herstelt met een korte antibioticakuur. Maar er zijn ook mensen die langer klachten houden.

Vroege diagnose

De manier waarop een besmetting zich uit varieert per persoon. De verschillende uitingen maken een goede diagnose soms lastig. Een tekenbeet leidt niet altijd direct tot klachten, ook niet als de teek besmet is met de Borrelia-bacterie, die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Klachten kunnen later tot uiting komen, omdat artsen de ziekte soms niet meteen herkennen. Onbehandelde lyme kan ernstige klachten veroorzaken, zoals gezwollen gewrichten of huidaandoeningen. Bovendien kunnen de maatschappelijk kosten rond de ziekte flink oplopen, meldt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Jaarlijks bijna 20 miljoen euro. Ernstige infecties en langdurige klachten na de behandeling veroorzaken het grootste deel van deze kosten.

De ziekte van Lyme kan zich in het vroegste stadium uiten als lokale of systemische infectie, legt artsmicrobioloog Afke Brandenburg uit. Zij houdt zich bij Izore Centrum Infectieziekten bezig met de diagnostiek van lymeziekte. Vaak ontstaat een rode kring op de plaats van de tekenbeet, maar niet altijd. De vroege, klinische diagnose wordt gesteld door een arts en in dit stadium is de infectie met antibiotica goed te behandelen. Soms komen uitingen echter pas later naar voren. Hier ontstaan de eerste moeilijkheden rondom het diagnosticeren.

Antistoffen

Lymeziekte kan in een laboratorium middels een serologische test worden aangetoond door middel van de aanwezigheid van antistoffen in het bloed. Er wordt dus geen directe aanwezigheid van levende bacteriën aangetoond, maar de indirecte reactie op de ziekteverwekker. De infectie kan in de vroege fase meestal niet in het lab worden aangetoond, omdat de antistoffen niet direct ontstaan. Brandenburg: “Pas als iemand langer geïnfecteerd is, kunnen wij de antistoffen aantonen.” Bij de interpretatie van serologische uitslagen moet dus rekening worden gehouden met deze omstandigheden.

Verwarring rondom diagnostiek

Er zijn ook mensen bij wie wel antistoffen worden aangetoond, maar die die daar niet ziek van zijn, legt Brandenburg uit. Dat maakt het diagnosticeren extra lastig. Antistoffen die niet per se worden veroorzaakt door de ziekte kunnen voorkomen bij mensen die de ziekte eerder hebben gehad, of ooit een vroege infectie hebben gehad en daar nooit meer ziek van zijn geweest. Het gevolg: niet elke serologische testuitslag geeft 100 procent zekerheid op wel of geen besmetting met de Borrelia-bacterie. “Het aantonen van antistoffen is geen sluitend bewijs voor de aanwezigheid van de ziekte. Bij het aantonen van antistoffen onderzoeken we daarom welke verschijnselen spelen en of die aansluiten bij de ziekte van Lyme.”

Verschijnselen niet eenduidig

De verschijnselen vormen een ander punt van discussie rond de ziekte. Het presenteert zich namelijk op verschillende manieren. Zo is chronische vermoeidheid een van de genoemde klachten bij de chronische vorm. Helaas zijn er nog tal van andere ziekten die dit veroorzaken. Brandenburg: “Met de combinatie van serologische testuitslagen en verschijnselen bij de patiënt proberen we in te schatten of de klachten daadwerkelijk door lyme veroorzaakt worden.” Aan de andere kant is het ook mogelijk dat bij een negatieve serologie (geen antistoffen aangetoond) tóch sprake is van lyme. Er zijn kortom verschillende scenario’s mogelijk.

Discussie over lyme

Ook over de precieze verschillen tussen de termen lyme, late lyme en chronische lyme bestaat discussie. Een bewezen, late vorm kan klachten als een gezwollen gewricht of huidaandoening veroorzaken, met soms onomkeerbare schade aan het lichaam. “Maar wie een behandelde, vroege Borrelia-infectie heeft gehad, kan ook restklachten houden, zoals vermoeidheid of andere multi-interpretabele klachten.” Er bestaat dan ook een groep patiënten met een chronisch klachtenpatroon, mogelijk door de ziekte veroorzaakt. Dit wordt aangeduid met de term chronische lyme. Hier bestaat controverse over, omdat deze klachten lastig direct aan lymeziekte gelinkt kunnen worden.

“Dit zal zo blijven zolang we via een omweg, door antistoffen op te sporen, diagnosticeren.” Ook het Lymeziekteexpertisecentrum spreekt van een lastig te definiëren begrip, omdat ‘met chronische Lyme door zowel patiënten als artsen vaak verschillende en uiteenlopende uitingen van de ziekte bedoeld worden. Hoe langer klachten voorkomen, hoe lastiger het met zekerheid is te zeggen dat ze veroorzaakt worden door lyme.’ Voor patiënten kan het erg frustrerend zijn om dit te horen, weet Brandenburg. Helaas is dat wel de realiteit. “Je zou graag een test willen die direct ziekteactiviteit aantoont. Men is hier naar op zoek, maar tot nu toe heeft dat helaas nog niet tot een bruikbare test geleid. Deze kanttekening betekent niet dat we niet verder moeten zoeken naar nieuwe diagnostische methoden.”