Slechthorend of doof zijn heeft voor iedereen, maar zeker voor kinderen een enorme impact. In één-op-één contact gaat de communicatie meestal goed, maar tijdens een verjaardag horen slechthorende kinderen meestal niets door de kakafonie aan geluiden. “Dove en slechthorende kinderen komen vaak in een isolement terecht omdat ze zich buitengesloten voelen”, vertelt Carla Vogelaar, opvoedondersteuner voor doven en slechthorenden.

Het belang van goede communicatie

Carla is zelf slechthorend en herkent de lastige situaties van slechthorende kinderen op school en zeker ook thuis als weinig anderen. Zelf heeft ze dove ouders en is ze tweetalig opgevoed: met gesproken taal en gebarentaal. “Goed kunnen communiceren is heel belangrijk. Als de communicatie thuis niet lekker loopt, voelt een kind zich al snel eenzaam en geïsoleerd. Dat gevoel kan belemmerend werken op de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind.”

Als het gehoorverlies groot is, spelen de gevolgen van een moeizame communicatie bij kinderen extra op. “Moeizaam communiceren is bijvoorbeeld heel vermoeiend. Sommige gevolgen zijn dan ook ongeacht de mate van het gehoorverlies altijd aanwezig.” In de puberteit is de impact van doof- of slechthorendheid dubbel voelbaar. “Ook dove en slechthorende kinderen zijn op zoek naar hun identiteit. Ze willen niet afwijken van wat ‘normaal’ is. Doordat ze slechthorend of doof zijn, zijn ze al een uitzondering en dat willen ze juist niet. Slechthorende kinderen proberen hun gedrag te camoufleren, door bijvoorbeeld te zeggen dat ze iets wel hebben verstaan en begrepen, terwijl het tegendeel waar is. Dat geeft weer nieuwe problemen. Het belang van een goede communicatie wordt enorm onderschat.”

Duidelijke afspraken met ouders en kinderen

Carla schetst het voorbeeld van een doof twaalfjarig meisje in een gezin met slechthorende kinderen en horende ouders. “De communicatie zou eigenlijk heel duidelijk en makkelijk moeten zijn, maar toch liep het met dit meisje niet lekker. Ik ontdekte dat er geen duidelijke afspraken waren gemaakt over de communicatie; en de afspraken die er waren, werden niet nageleefd. Bijvoorbeeld: oogcontact maken, iemand uit laten praten, korte zinnen maken. Als opvoedondersteuner is het mijn taak om mensen bewust te maken van vaak kleine dingen, die evenwel grote gevolgen kunnen hebben. Duidelijke afspraken maken met ouders en kinderen, dat is de basis.”

Extra lastig is het als het kind naast doof- of slechthorendheid ook een andere aandoening heeft. Dan wordt ouderbegeleiding gegeven om de ouders te leren om te gaan met deze bijzondere situatie. Carla: “Als een kind doof is en ADHD heeft, is het enorm moeilijk om te communiceren, want het maakt geen oogcontact. Je kunt maar heel kort aandacht vragen. Een oplossing is om korte, duidelijke opdrachten te geven met behulp van plaatjes. Dove kinderen zijn erg visueel ingesteld, en dan kan dit prima werken.”

Dove en slechthorende kinderen met een CI

In de nabije toekomst vormen kinderen met een CI (cochleair implantaat) een groep die volgens Carla wat extra aandacht behoeft. Een CI is een elektronisch implantaat dat geluid omzet in elektrische golven die de gehoorzenuw stimuleren. Zo kunnen doven en slechthorenden geluiden waarnemen. Kinderen met een CI worden vaak opgevoed als waren het horende kinderen en leren daarom vaak geen gebarentaal. “Maar de ouders gaan voorbij aan het feit dat al het geluid versterkt wordt, de ruis wordt ook versterkt. En als de CI uit is, hoort het kind niets. ‘s Nachts bijvoorbeeld, of tijdens de zwemles. Het is goed om deze kinderen toch gebaren te leren en kennis te laten maken met voorzieningen voor slechthorenden.”