UCL-wetenschappers beweren dat dunner wordende netvliezen een eerste teken zijn van cognitieve achteruitgang op latere leeftijd. “Het is voor het eerst dat een studie dit heeft aangetoond en de resultaten kunnen van nut zijn in het onderzoek naar dementie”, aldus professor Paul Foster (University College London Institute of Ophthalmology).

Optische coherentietomografie

De wetenschappers onderzochten gegevens van 32.000 personen tussen 40 en 69 jaar. Allen hadden tussen 2006 en 2010 een optische coherentietomografie (OCT) ondergaan. Hierbij wordt een scan gemaakt van de vaak inwendige structuren van het oog. Het gaat meestal om dwarsdoorsneden van (een gedeelte van) het netvlies, die ook wel de retina wordt genoemd. Door middel van een OCT kunnen afwijkingen aan het netvlies nauwkeurig in beeld worden gebracht.

Tegelijkertijd werd er ook een reeks cognitieve tests afgenomen om het geheugen, de reactietijd en het vermogen tot redeneren te evalueren. Na circa drie jaar werden opnieuw OCT-scans gemaakt en cognitieve tests afgenomen om de resultaten met elkaar te vergelijken.

Twee keer meer kans op achteruitgang

Bij het beoordelen van de gegevens bleek een duidelijk verband tussen Retinal Nerve Fiber Layer-dikte (RNFL) en cognitieve functie. Personen met een dunnere RNFL hadden twee keer zoveel kans op cognitieve achteruitgang in de komende drie jaar.

Volgens Foster is het bekend dat er sprake is van geleidelijke veranderingen in het netvlies en de optische zenuwen bij dementie. “Ons hoofddoel was om te bepalen of dit kon worden herleid naar vroege stadia van cognitieve achteruitgang”, vertelt hij.

Dementie in vroeg stadium remmen

Deze doorbraak wijst er volgens de onderzoekers op dat regelmatige oogtests zouden kunnen helpen bij het identificeren van het risico op dementie in een vroeg stadium. Dat zou betekenen dat er effectievere behandelingen kunnen worden toegepast om de ziekte in vroege stadia te remmen of te stoppen. Door de focus op vroege stadia te richten, zou het ook mogelijk moeten zijn om betere klinische proeven te doen. Hiermee kunnen behandelingen worden ontwikkeld die een wezenlijk verschil maken en de kwaliteit van te verbeteren.

De UCL-wetenschappers richten hun pijlen nu op onderzoek naar de relatie tussen alle lagen van het netvlies en de cognitieve functie, en andere oog- of zichtkenmerken die mogelijk gerelateerd zijn aan cognitieve achteruitgang.

De bevindingen zijn onlangs gepubliceerd in JAMA Neurology.