Het gebruik van e-health-toepassingen wordt sinds 2013 jaarlijks gemonitord door Nictiz en het Nivel. Naarmate de jaren verlopen, zijn meer data beschikbaar en worden trends zichtbaar. Programmamanager Britt van Lettow van Nictiz, expertisecentrum e-health, bespreekt de meest opvallende trends en ontwikkelingen.

De afgelopen jaren was Britt van Lettow nauw betrokken bij de bekende eHealth-monitor. Nictiz en het Nivel startten in 2013 met de monitor en vervolgens kwam het rapport ieder jaar uit. “We volgen wat de ontwikkelingen zijn op het gebied van e-health, wat wordt aangeboden, wat het gebruik is, wie het gebruikt, dat soort zaken”, vertelt ze. De meest recente versie verscheen in november 2018. Door het continu nauwgezet volgen van de ontwikkelingen in e-health, zijn steeds meer data rondom e-health beschikbaar en kunnen bepaalde trends worden waargenomen. “De monitor is echt signalerend en agenderend, en geeft ook aan wat men vindt en wil, waar behoeftes en knelpunten liggen.”

Past de zorgvraag bij een e-consult

De cijfers uit de eHealth-monitor laten interessante ontwikkelingen zien. In 2017 bood 62 procent van de huisartsen de mogelijkheid van een e-consult aan, met daarvan 4 procent gebruik. Een jaar later biedt 55 procent van de huisartsen via een beveiligde mail of portaal een e-consult aan. Een daling? Van Lettow: “De vraag is anders gesteld en dat geeft een ander percentage. Bijna iedere huisarts heeft wel e-mail, maar wij waren bij deze vraag vooral geïnteresseerd in het feit of online contact tussen zorgverleners en patiënten via de beveiligde weg gaat. Dan zie je dat 55 procent een e-consult via e-mail of portaal aanbiedt via de beveiligde weg. Bij medisch specialisten is dat iets lager.”

Toch lijkt het gebruik vooralsnog laag. Uit de cijfers van Nictiz blijkt dat 15 procent van de patiënten op de hoogte is van de mogelijkheid en dat 4 procent ook daadwerkelijk van de mogelijkheid gebruikmaakt. “Misschien is dat weinig, maar je kunt er evenmin van uitgaan dat het 100 procent zal worden. Niet iedereen heeft regelmatig zorg nodig en het is afhankelijk van je zorgvraag of dat past bij een e-consult. Ik denk wel dat er meer e-consults mogelijk zijn dan dit aantal, maar het is nog echt iets wat in opkomst is.” Huisartsen geven aan dat e-consults in ieder geval de piekmomenten aan de telefoon wegnemen, inclusief het maken van online afspraken. Daardoor zou personeel tijd anders kunnen besteden.

Ontwikkelen mét mensen

Het programma Patiëntparticipatie en e-health loopt al een aantal jaren bij Nictiz. Het doel is om e-health succesvol te implementeren. “En dan is het belangrijk dat je implementatie en innovatie niet per se vóór mensen, maar mét mensen doet. Dus betrek de eindgebruiker. Dit jaar willen we meer naar voren laten komen dat zorgverleners én patiënten daar een grote rol in spelen. En het gaat niet alleen om de zorggebruiker, de patiënt of de zorgverlener, maar je moet multidisciplinair werken om goed te kunnen innoveren. Dat is ook wat het programma Patiëntparticipatie & e-health behelst, een praktische insteek om samen te bepalen waar behoeftes zijn.” Daartoe is inmiddels het handboek E-consult hoe regelen we dat?! uitgebracht, met praktische tips voor zorgprofessionals. Ook het Handboek Online inzage is belangrijk, omdat digitale inzage per 2020 verplicht is voor alle zorgverleners.

Plussen en minnen

De praktische insteek van het programma zorgt voor veel persoonlijk contact en gesprekken. “Door in gesprek te gaan, worden mensen meer bij de hand genomen en raken ze geïnspireerd. En wij zelf ook. We maken duidelijk wat je met een e-consult kan doen. We zien ook dat veel mensen best e-health-toepassingen willen gebruiken. Van de helft van de zorggebruikers horen we dat ze online inzage willen van hun zorg bij huisarts of specialist. Tegelijkertijd maakt maar een klein percentage daadwerkelijk gebruik van die mogelijkheid. Hoe dat kan? Veel mensen denken dat het niet kan of ze weten niet dat het kan. Daar is een slag te slaan”, aldus Van Lettow. Obstakels ziet ze ook: mensen, zowel zorggebruikers als -verleners, zijn bang om het menselijk contact te verliezen. Terwijl zorgverleners en -afnemers zelf kunnen kiezen op wat voor manier ze in de behoefte kunnen voorzien.

“Het is net als met winkels waar je ook online kunt kopen. Als je naar de winkel wilt om rond te kijken en om persoonlijk geholpen te worden, doe je dat. Wie online wil kopen, koopt online. Zo werkt het met e-health ook. Sommige mensen willen ’s morgens niet in de wacht gezet worden om telefonisch een afspraak te kunnen maken. Zij kunnen prima online een afspraak maken. Ik denk dat zorgverleners veel beter kunnen laten zien wat de digitale mogelijkheden zijn.”

Zoek de urgentie

Belangrijk is om nu te kijken waar de zorg mee geholpen is. “Waar zit de urgentie? E-health is geen doel, maar een middel. Het is zaak om te kijken waar in de zorg de knelpunten zitten en hoe e-health kan helpen om dat op te lossen.” Natuurlijk vraagt de inzet van e-health een investering qua tijd en geld. Je moet eerst investeren wil het zich op langere termijn terug kunnen verdienen. Maar ook: “Als je niet ziet dat e-health voor jou bepaalde knelpunten kan oplossen, gebruik het dan niet. Ga er vooral bewust mee om. Al denk ik wel dat e-health veel meer nut heeft dan waar het nu voor wordt gebruikt. Zeker voor simpele zaken als herhalingsrecepten. Je leest veel over robotisering en AI, dat is voor velen in de zorg nog een ver-van-mijnbedshow. Maar in de dagelijkse praktijk kun je echt met e-health meer doen dan nu wordt gedaan.”

Vertrouwen

Een belangrijk en terugkerend thema bij de implementatie van e-health is vertrouwen. Dit zien we in onze onderzoeken terugkomen, in de media rond e-health, en het thema staat hoog
op de agenda bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). “Online inzage is per 2020 verplicht. Opvallend is dat huisartsen en medisch specialisten hun mening daarover voortdurend bijstellen. We zien in de monitor een schommelend beeld bij de meningen van huisartsen, terwijl steeds meer medisch specialisten online inzage gewenst vinden. Het is belangrijk dat gebruikers er vertrouwen in krijgen dat zo’n e-health-toepassing doet wat het moet doen. Dat het veilig is. Dat het duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. En wat er allemaal mogelijk is.”

Dat vertrouwen is essentieel om e-health überhaupt te laten slagen en verder te innoveren. Maar ook vertrouwen in het idee dat mensen ermee kunnen omgaan en dat medewerkers snappen hoe een applicatie werkt. Zeker daarom is het belangrijk om e-health-toepassingen te ontwikkelen samen met de eindgebruikers. “E-health gaat niet werken als het niet aansluit op het werkproces. Er moet een samensmelting zijn, geen dubbel werk.”