Levensstijlmonitoring, realtime monitoring, e-health, domotica, robotica, zorg op afstand via het scherm; geavanceerde technologische hulpmiddelen om de zorg thuis te organiseren worden steeds gebruikelijker. Was een aantal jaren geleden een belletje van de buurvrouw of een familielid nog een afdoende manier om te horen of het goed met vader ging, tegenwoordig zijn er meer en slimmere mogelijkheden om de gezondheid en veiligheid van alleenstaande ouderen te controleren. Zoals een alarm dat afgaat als iemand de deur uitgaat of ineens niet meer beweegt.

Levensstijlmonitoring, want daar gaat het hier om, houdt in de gaten of er afwijkingen optreden in het ‘normale’ levenspatroon van een oudere. Wordt er op tijd opgestaan, wordt er gedoucht, slaapt iemand goed of is het ’s nachts onrustig?

Levensstijlmonitoring

Om een persoon te kunnen monitoren, moeten er in huis eerst sensoren worden aangebracht die beweging en warmte detecteren. Vervolgens wordt gekeken wat het standaard leefpatroon is. Opstaan, naar de badkamer, ontbijten, de krant lezen, een kop koffie zetten, naar de wc gaan enz. Al die gegevens worden verzameld in het systeem, zodat het weet wat de vaste gewoonten zijn. Op het moment dat er wordt afgeweken van het patroon- vader is niet opgestaan, hij heeft niet ontbeten, er wordt geen beweging gesignaleerd- geeft het lifestylemonitoringsysteem een melding aan de mantelzorger of aan een professionele hulpverlener als die is ingeschakeld.

Zo lang mogelijk zelfredzaam

Levensstijlmonitoring is een van die nieuwe technologieën die de kwaliteit van leven van ouderen of zorgbehoevenden, en niet te vergeten de familie of andere mantelzorgers, enorm kan verbeteren. Daarbij is het één van de oplossingen voor het verlangen van de overheid en patiëntenorganisaties dat burgers zo lang mogelijk thuis blijven wonen, zelf de regie voeren en zelfredzaam zijn. De toepassing van technologie binnen de zorg kan tevens een oplossing zijn voor de alsmaar toenemende behoefte aan zorg en de afname van het aantal zorgmedewerkers.

E-health rapport

“Er is een beweging gaande in de Nederlandse gezondheidszorg in de richting van meer zelfredzaamheid, zelfregie en zelfzorg van patiënten. De Nederlandse overheid wil deze beweging versnellen”, zo valt te lezen in het e-health monitor rapport van Nictiz en Nivel. En volgens Johan Krijgsman kunnen e-health en slimme ICT-toepassingen in de zorg hierbij helpen. Krijgsman is werkzaam bij het Nictiz (Nationaal ICT Instituut in de zorg) en is programmamanager van de landelijke e-health-monitor op verzoek van het ministerie van VWS. Doel van het rapport is inzicht geven in hoeverre e-health nu gebruikt wordt door zorgverleners en patiënten, wat het oplevert en welke randvoorwaarden er al of niet vervuld zijn. “Met andere woorden: wat gebeurt er op het gebied van e-health en wat moeten we stimuleren?”

Pluspunten en struikelblokken

Begin oktober wordt het nieuwe rapport met de resultaten over 2016 gepresenteerd. Die zijn nog geheim, maar volgens Krijgsman doen we het, zeker in vergelijking met omringende landen, op veel punten niet slecht. “Vooral op het gebied van elektronische dossiervoering loopt Nederland voorop. Onze huisartsen bijvoorbeeld zijn bijna honderd procent geautomatiseerd. Daar kijken wij misschien niet meer zo van op, maar in Amerika zijn ze nu pas bezig met een inhaalslag. Maar er zijn ook struikelblokken. In de eerste plaats op technisch gebied, het is met name moeilijk om verschillende systemen goed aan elkaar te koppelen, wat bij een onderwerp als e-monitoring een voorwaarde is. Zeker nu de consumenten e-health eraan komt, met steeds meer mogelijkheden voor patiënten om dingen zelf thuis te doen, zoals de slimme diabetesmeter waarmee je online je gegevens kunt bijhouden.

Systemen op elkaar afstellen

Eigenlijk zijn we daar als zorg nog best slecht op voorbereid. Dan heb je zo’n prachtige diabetesmeter die al je gegevens keurig online zet met grafiekjes erbij, alleen je kunt het niet delen met je arts omdat de systemen niet op elkaar afgestemd zijn. Als we daar niets aan doen, gaat dat een probleem worden, in plaats van dat we er de vruchten ervan plukken.”

Realtime monitoring

Een andere, heel interessante ontwikkeling binnen de e-monitoring is realtime monitoring. Het medisch monitoren van patiënten via ICT-toepassingen, zoals die slimme diabetesmeter of een pleister die digitaal het hartritme meet en de gegevens direct online doorspeelt naar de behandelaar. Dr. Nathalie van Breugel kwam tijdens haar opleiding tot cardiochirurg in aanraking met e-health en telemonitoring en raakte geïntrigeerd. Ze besloot haar carrière om te gooien omdat ze dingen wilde veranderen in de zorg. Ze is nu medisch directeur 1,5e lijn van een huisartsenorganisatie die een voortrekkersrol speelt op het gebied van e-health en fungeert als proeftuin voor VWC.

Zes jaar geleden begon ze met een onderzoek naar e-monitoring. Ze bedacht een speciaal programma voor huisartspatiënten die zes maanden lang werden begeleid om een doel te halen dat ze zelf bepaald hadden. Uit het onderzoek bleek dat mensen een directe link moeten hebben met de huisarts of medisch specialist, en dat ze meetinstrumenten moeten hebben waar de patiënt niet te veel werk aan heeft. Maar hij moet wel de terugkoppeling krijgen.

Veilig gevoel

Een recent project waar Van Breugel aan werkt is het op afstand begeleiden van patiënten met atriumfibrilleren, een veelvoorkomend hartritmestoornis. “Deze mensen kunnen enorm angstig worden en melden zich heel vaak op de eerste hulp omdat ze denken dat ze dood gaan. Als ze weten dat we hen op afstand monitoren, melden ze zich veel minder vaak op de SEH, plus wij kunnen als dokter veel beter de medicatie instellen.

Slimme pleister

Op dit moment wachten we op de validatie van een speciale pleister die ecg’s maakt en het hartritme volgt. Daarbij willen we gaan samenwerken met een bedrijf dat die data kan uitlezen en doorsturen aan ons. Een fantastische nieuwe ontwikkeling. En het mooie van dat systeem is dat zowel de thuiszorg voor de leefstijlmonitoring, als wij voor de medische monitoring, van hetzelfde netwerk gebruik maken en dus elkaars gegevens kunnen uitwisselen. Want dat was tot nu toe steeds het probleem met e-health en telemonitoring in Nederland. Er werden allerlei mooie nieuwe dingen bedacht, maar niets werkte samen.”

Degene die uiteindelijk van alle nieuwe technologieën hoopt te profiteren is de patiënt. Zo komt Google binnenkort met een ooglens die suiker, HB en temperatuur kan meten. Hoe fijn voor diabetespatiënten als ze niet meer de hele dag hoeven te prikken, maar dat de lenzen in hun ogen een signaaltje afgeven wanneer ze moet spuiten.