In weerwil van wat kritische tongen beweren, is een andere manier van naar zorg kijken en het zelfs uitoefenen, wel degelijk mogelijk. En ja, dat kost tijd en moeite. Maar met de overtuiging dat het anders moet en kan, heeft Machteld Huber het concept Positieve Gezondheid in de wereld gezet. Met succes, want het concept heeft de wind in de zeilen.

Nadat ze als jonge huisarts een aantal maal achter elkaar ziek was geworden, realiseerde Machteld Huber zich dat de louter medische benadering van de zorg kansen tot herstel liet liggen. Haar wetenschappelijk onderzoek leidde uiteindelijk tot een alternatief voor de huidige definitie van de WHO, die stelt dat gezondheid ‘een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden en niet louter het ontbreken van ziekte of gebrek’ is, en daarna tot het concept Positieve Gezondheid.

“Na mijn ziektes realiseerde ik me dat gezondheid om veel meer gaat dan alleen het medische deel. Ik heb in die tijd mijzelf als onderzoeksobject gebruikt om te observeren en daarmee heb ik van de nood een deugd gemaakt. Daarna was ik ervan overtuigd dat de zorg veel breder bekeken moest worden.”

Hoe pak je dat vervolgens aan?

“Ik las onlangs een column van Bert Keizer, die schreef dat de zorg hardnekkig onveranderbaar is. Elke keer denk je dat er iets gaat veranderen, maar uiteindelijk blijft alles bij het oude. Toch ben ik er voor gegaan. Belangrijk was dat ik er wetenschap van heb gemaakt, zodat het serieus werd genomen. Ik ben lang onderzoeker geweest. Een tweede besluit was dat ik niet als huisarts door moest gaan. Wel met zeer beschadigde mensen blijven werken, om te toetsen of hetgeen ik meende ontdekt te hebben, inderdaad werkte. Drugsverslaafden en mensen met een oorlogstrauma. Ik heb me totaal op dit onderwerp gericht wat uiteindelijk leidde tot het concept Positieve Gezondheid.”

Wat behelst Positieve Gezondheid?

“Volgens de definitie van de WHO is eigenlijk iedereen ziek, want een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden kent bijna niemand. In de nieuwe formulering wordt gezondheid niet meer gezien als die ‘complete toestand’ van welbevinden, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te (leren) gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. We maken daarbij in de uitwerking gebruik van het spinnenwebdiagram, waarbij iemand de zes dimensies die een rol spelen in de beleving van gezondheid voor zichzelf op waarde inschat. Die dimensies zijn lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren. Ik ben dus aan het werk gegaan met een alternatief voor de definitie van gezondheid die de WHO heeft geformuleerd en dat hebben we een concept genoemd. Een definitie geeft namelijk meteen een begrenzing, namelijk dat als je daar niet aan voldoet, je ziek bent, maar dat wilden we pertinent niet.

Vervolgens wilde ik kijken wat het draagvlak voor dit concept was en hoe ik het handen en voeten kon geven. Het draagvlak bleek enorm groot, maar de invulling bleek lastig. Met name beleidsmakers, artsen en onderzoekers bleven naar het fysiek kijken en definieerden gezondheid toch als de afwezigheid van ziekte. Daar tegenover stonden de patiënten, die zeiden: gezondheid gaat over het hele leven. Toen zat ik met het dilemma hoe ik verder moest: een smalle of brede invulling. Met de keuze voor de brede invulling kon ik het motto ‘de patiënt centraal’ met de zes genoemde dimensies kwijt. Die brede invulling heb ik Positieve Gezondheid genoemd. Ik ben erop gepromoveerd, kwam met een pagina in de krant en toen ging het van alle kanten los.”

Kennelijk appelleert het aan een gevoel dat bij veel zorgprofessionals en patiënten al sluimerde?

“Het werd en wordt erg herkend. Met name de zorgprofessionals zeggen vaak dat het concept raakt aan hun initiële motivatie om voor dit vak te kiezen. Ze waren er ver vanaf gedreven en het concept brengt ze weer terug. Het spinnenweb zet mensen aan het denken, het roept bewustzijn op. Het gaat er vervolgens voor de professional om, om te luisteren naar wat de patiënt wil en daarbij aan te sluiten. Dan krijg je een patiënt in beweging en laat je hem eigen regie nemen. Het doet een appèl op eigen verantwoordelijkheidsgevoel en kracht. Waar we van af moeten is meteen sturen op hulpverlenen en adviseren. Niet ‘zorgen voor’, maar ‘zorgen dat’. Het ‘andere gesprek’, zoals ik het formuleer, is vooral luisteren naar wat iemand zelf wil. Natuurlijk moet je ziektes behandelen, maar bij de keuze voor een bepaalde behandeling is het heel belangrijk om te weten wat voor de patiënt zélf van belang is.”

Had u de tijdsgeest mee bij het groeien van de populariteit van Positieve Gezondheid?

“Zeker. De opkomst viel samen met de decentralisatie. Gemeenten zaten met de handen in het haar, ze hadden geen idee hoe de zorg te organiseren. Het spinnenweb werkte als een ordenend principe, waarin verschillende domeinen een plekje kregen. Daarnaast speelde er een moeheid met betrekking tot regelgeving: Positieve Gezondheid appelleert niet aan controleren, maar aan inspireren.”

Hoe werkt het in de praktijk?

“Ik sprak een huisarts uit Meppel die met drie andere artsen een oud Gamma-pand heeft gekocht, om daar multidisciplinair en met veel partijen te kunnen samenwerken op basis van Positieve Gezondheid. Ze hebben het pand ingericht met allerlei verschillende zorgverleners. Zij vertelde me ook dat het spinnenweb een ingang biedt tot een gesprek waarbij mensen aangeven waar hun belangstelling ligt. Dan lukt het om daar op te focussen en te kijken of de patiënt in kwestie meer kan doen in de richting van die belangstelling. Dan ontstaan er heel nieuwe perspectieven, waardoor iemand minder last heeft van de chronische klachten, maar aan de gang gaat met iets waar hij of zij erg blij van wordt.”

Zijn er hindernissen?

“De huisarts Hans Peter Jung, die de Compassieprijs 2017 won, vertelde me dat hij veel minder mensen doorverwijst naar de tweede lijn, maar meer naar het sociale domein omdat veel vraagstukken waarmee hij in zijn spreekuur wordt geconfronteerd op dat domein liggen. Tegelijkertijd blijkt dat de gemeente daar te weinig budget voor heeft en bovendien kampt met de hoge kosten van de jeugdzorg. Gevolg is dat de betreffende wethouder wegens budgetoverschrijding moest opstappen. De verzekeraar is blij vanwege de besparing, maar de sociale wethouder sneuvelt omdat daar het budget niet beschikbaar is. Pijnlijk. Dan zie je dat het systeem er nog niet klaar voor is en ook moet veranderen.”

Waar liggen de ambities?

“Ik vond het interessant om in het vorige nummer van Mijn Gezondheidsgids te lezen over Value Based Health Care. De vraag wordt mij wel gesteld hoe dat zich verhoudt tot Positieve Gezondheid. VBHC is in feite nog steeds ziekte-gericht. Positieve Gezondheid kijkt naar de mens als geheel. Ik denk dat de combinatie juist heel goed kan werken. Door de patiënt weer als mens te zien, krijg je een ander perspectief dat voor de behandeling van de ziekte van groot belang kan zijn. Het is een andere houding voor een patiënt: ziek zijn of een ziekte hebben. Het kost wel veel moeite om zorgprofessionals in een andere gesprekshouding te krijgen, ze zijn erg ziekte- en adviesgericht. Ze zijn op die manier opgeleid. Daarom is het goed om al in de opleiding te kijken hoe je een gesprek op een andere manier kan voeren en meer multidisciplinair, ook met het sociale domein, te leren samenwerken. En ten slotte heb ik een grote behoefte om dit goed te onderzoeken en te zien wat het oplevert.”

iPH en veranderende zorg

Het Institute for Positive Health (iPH), zoals de organisatie rondom Machteld Huber heet, is opgezet om in de groeiende vraag naar informatie te voorzien. Hoewel Huber het buitenland wat probeert te weren, is ook die trein niet meer echt te stoppen. Inmiddels wordt er een vergelijkbare organisatie in België opgezet. Tegelijkertijd streeft ze naar nog meer uitwerking van de methodiek en de consequenties voor het systeem, omdat de gevolgen van deze paradigmaverandering groot zijn.
“Ook voor de hele structuur er omheen. Hoe doe je dat met financiering; de verzekeraars zijn er ook nog niet klaar voor. Al die randvoorwaarden, daar moet nog veel aan gebeuren. Het is een proces dat gaande is. Ik begon als startup met voor twee dagen een secretaresse. Nu hebben we veertien mensen rondlopen en het breidt zich nog verder uit. Er zijn contracten met zorgverzekeraars om het te steunen, VWS steunt het en diverse stichtingen. We proberen de vraag bij te houden door in de organisatie veel structuur aan te brengen, zodat we faciliterende antwoorden kunnen geven en mensen helpen die dit echt willen implementeren.”

Dus toch: de zorg is veranderbaar?

“Wie weet. Het zal wel moeten, want alleen al de babyboomers kosten de zorg straks handenvol geld. En behalve dat zien we inderdaad dat zorgprofessionals met Positive Health hun energie weer terugvinden. Ook dat is winst.”