De schattingen lopen uiteen, maar deskundigen stellen dat de komende vijf jaar zo’n 100.000 vacatures in de zorg zullen ontstaan. Ook de ouderenzorg krijgt met dit arbeidsmarktvraagstuk te maken. In deze zorgtak voltrekken zich momenteel wezenlijke veranderingen, die niet alleen kunnen leiden tot betere zorg, maar ook tot meer werkplezier en voldoening bij verpleegkundigen.

De zorgbehoeftige schoonmoeder van Jaap van der Mei keek altijd graag naar het tv-programma De slimste mens. Als het programma op stond en er kwam een zorgverlener binnen, konden er twee dingen gebeuren. Soms zei de zorgverlener: ik kom wel terug als het programma is afgelopen.

In andere gevallen werd de tv werd afgezet, want de zorg ging voor. Van der Mei adviseert besturen van zorginstellingen en wil met dit voorbeeld illustreren waar het bij de op stapel staande veranderingen in de ouderenzorg in wezen om gaat.

Even liefdevol

In beide gevallen kunnen de intenties van de verzorgende even liefdevol zijn, legt Van der Mei uit. “Waar het om gaat, is eigenaarschap. Als jij taken opgedragen krijgt, vraag je je af: heb ik het wel goed gedaan in de ogen van mijn baas? Als je eigenaarschap voelt, vraag je je af: doe ik het goed in de ogen van de cliënt? Dan werk je niet het lijstje af, maar mag je zelf besluiten of de tv uitgaat of dat je daar nog even mee wacht.”

De kwaliteit komt dan van binnenuit. Het op deze wijze inrichten van de zorg vraagt volgens Van der Mei een fundamenteel andere kijk op organiseren, ook wel ‘Rijnlands organiseren’ genoemd. Deze nieuwe manier van werken begint bij de leiding.

Een zorginstelling die het werk op deze wijze inricht, heeft meer oog voor vakmanschap en gaat uit van vertrouwen in de medewerker. Medewerkers ervaren daardoor meer werkplezier en voldoening – en dat is nodig om vacatures in te vullen.

‘Hier heb ik geen tijd voor’

Van aanbodgestuurd naar vraaggedreven, noemt Lex Tabak deze benadering. Hij is themacoördinator bij Waardigheid en trots, een programma gericht op het verbeteren van de verpleeghuiszorg. “Het is nogal een veranderproces om de zorg te organiseren rondom de cliënt. Om dat goed te kunnen doen, zal veel verantwoordelijkheid bij de verzorgenden moeten liggen”, zegt Tabak.

Dat vraagt ook bij hen een omslag in het denken. Mensen zijn immers gewend op een bepaalde manier te werken en gewend aan een bepaalde structuur. Als ze hun werk op een andere manier moeten invullen, zullen ze moeten worden overtuigd van de zin daarvan. Daarbij is het de vraag hoe het centraal stellen van de cliënt en het leggen van meer verantwoordelijkheid bij medewerkers in de praktijk kan worden gebracht.

Volgens Tabak kan dat met faciliterend leiderschap. Verpleegkundigen hebben het doorgaans erg druk, en kunnen het gevoel hebben dat ze geen tijd hebben voor dergelijke veranderingen. “Je zult ze mee moeten nemen in je gedachtegang, aantonen wat er gebeurt als je de cliënt centraal stelt. Je moet de successen laten zien, bijvoorbeeld hoe rustig en blij een dementerende kan worden als jij bij de verzorging uitgaat van wat hij prettig vindt.”