Als iemand kort het bewustzijn verliest en daarbij schokkende bewegingen maakt, moet een arts voor het achterhalen van de oorzaak onder andere vertrouwen op het verhaal van een geschrokken ooggetuige. Is iemand flauwgevallen of is het epilepsie? Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en de Stichting Epilepsie Instellingen Nederland (SEIN) vonden een eenvoudige manier om het onderscheid te maken. Zo hopen ze verkeerde diagnoses te voorkomen. De onderzoekers publiceerden hun resultaten in het wetenschappelijke tijdschrift Neurology.

Hoeveel schokken treden er op?

Onderzoeker Sharon Shmuely bestudeerde samen met neurologen dr. Roland Thijs en prof. Gert van Dijk de video’s van 65 mensen die flauwvielen en 50 mensen met epilepsie.

Het belangrijkste verschil bleek dat er bij flauwvallen veel minder schokken voorkomen. “Minder dan tien schokken pleit sterk voor flauwvallen en bij meer dan twintig schokken is epilepsie veel waarschijnlijker. We hebben dit de 10/20-regel genoemd”, legt Shmuely uit. Flauwvallen is verder te herkennen aan een niet-ritmisch patroon van schokken en algehele slapte van het lichaam.

Verkeerde diagnose bij een wegraking

Minstens een derde van de Nederlanders heeft wel eens een wegraking gehad. Als iemand schokt bij een wegraking wordt vaak alleen aan epilepsie gedacht, terwijl dit ook bij flauwvallen kan voorkomen. “Een verkeerde diagnose kan grote negatieve gevolgen hebben op de kwaliteit van leven, en leiden tot onnodige medicatie of een rijverbod. Onze resultaten bieden mooie nieuwe handvatten voor de interpretatie van video’s en ooggetuigenverklaringen van wegrakingen. Door deze simpele regel toe te passen in de praktijk hopen we dat meer mensen de juiste diagnose en behandeling krijgen”, aldus neuroloog dr. Thijs.

Bron: LUMC.