Longkanker is afhankelijk van de vorm en stadium van de ziekte te behandelen door middel van diverse therapieën: chemotherapie, radiotherapie, targeted therapy ofwel doelgericht therapie en immunotherapie. In het geval van een mutatie zijn de opties beperkter en wordt een patiënt ingesteld op een specifiek geneesmiddel zodat deze niet onnodig medicijnen hoeft te slikken. Dit principe van doelgerichte therapie kent steeds verdere ontwikkeling en verbetert de zorg bij gemuteerd longcarcinoom. In gesprek hierover met Daphne Dumoulin, longarts met aandachtsgebied thoracale oncologie in het Erasmus MC Kankerinstituut.

Wat heeft een ontwikkeling als doelgerichte therapie betekend in de behandeling van gemuteerd longkanker?

“Het woord zegt het in principe al. De behandeling is doelspecifiek, wat voor patiënten met een mutatie – bijvoorbeeld een ALK-genherschikking of een EGFR-mutatie – inhoudt dat een behandeling met chemotherapie minder vaak nodig zal zijn, of in ieder geval niet als eerste vorm van behandeling wordt ingezet. Gemiddeld genomen houdt dit in dat patiënten minder bijwerkingen zullen ondervinden, want de bijwerkingen van signaalremmers die worden gebruikt bij doelgerichte therapie worden over het algemeen beter verdragen en zijn tevens vaak beter te behandelen. Dit beïnvloedt de kwaliteit van leven positief, maar ook de prognose is gunstiger.

In hoeverre is er sprake van shared decision making?

“Patiënten krijgen altijd nadere toelichting waarom een behandeling als eerste keuze wordt voorgelegd. In het geval van patiënten met een longcarcinoom met bijvoorbeeld een ALK-genherschikking of een EGFR-mutatie is doelgerichte therapie de eerste keuze van behandeling omdat hiermee de kankercellen met bepaalde eigenschappen gericht kunnen worden behandeld. Betekent dit dat een behandeling met chemotherapie helemaal uitgesloten is? Niet per se, wel is het echter zinvoller om meteen de focus te leggen op de behandelingswijze waar de patiënt het meeste baat bij heeft.”

Is dit overal in Nederland zo geregeld?

“Ja. In Nederland zijn weliswaar een beperkt aantal ziekenhuizen die gespecialiseerd zijn in de behandeling van deze zeldzame vorm van kanker. Dit betekent dat het kan voorkomen dat een kankermutatie elders wordt gevonden en deze patiënten dan verwezen worden naar een van de gespecialiseerde behandelcentra.”

Hiermee verbetert dus de zorg bij longcarcinoom?

“Absoluut, want een longarts die vaker patiënten met deze specifieke indicatie ziet is beter in staat om de juiste stappen te volgen in de behandeling en is zich meer bewust van de mogelijke bijwerkingen die kunnen optreden. Zo proberen we bij bepaalde mutaties en daarbij behorende medicatie te voorkomen dat er te vroeg gestart wordt met bestraling op uitzaaiingen in de hersenen om de bijwerkingen hiervan op langere termijn te voorkomen. Deze gecentraliseerde zorg bij gemuteerd longcarcinoom houdt bijvoorbeeld ook in dat patiënten op een specifiek hiervoor ingericht spreekuur worden gezien door zowel longarts als een hierin gespecialiseerde oncologieverpleegkundige waardoor er extra aandacht wordt besteed aan het optreden van mogelijke bijwerkingen. Met een multidisciplinair team zorgen we ervoor dat patiënten de meest optimale zorg krijgen om de kwaliteit van leven te bewaken.”