Mensen reageren erg verschillend op een besmetting met de Borrelia-bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Onderzoekers van het Radboudumc, UMCG en het Broad Instituut van Harvard en MIT onderzochten de oorsprong van deze variatie. De resultaten verschenen in Cell Host & Microbe. Leeftijd, genetische aanleg en eerdere Lymebesmettingen spelen een belangrijke rol. Ondanks de grote variatie heeft de Borrelia-bacterie een duidelijk effect op de energiehuishouding van het afweersysteem. Dit biedt mogelijkheden voor onderzoek naar een betere opsporing van Borrelia-infecties.

Jaarlijks lopen één miljoen Nederlanders een tekenbeet op. Ongeveer een op de vijf teken draagt de veroorzaker van de ziekte van Lyme bij zich. De manier waarop een besmetting zich uit, varieert sterk tussen mensen. Zo krijgen veel mensen een rode kring of vlek op de plaats van de tekenbeet, maar een deel van de mensen niet. Dit maakt een goede diagnose van de ziekte van Lyme soms lastig.

Cytokinen

De variatie in afweerreactie is grotendeels te verklaren door een verschil in de productie van cytokinen, de belangrijkste signaalstoffen van ons immuunsysteem. Het Human Functional Genomics Project, onder leiding van hoogleraren Mihai Netea en Leo Joosten van het Radboudumc, UMCG-hoogleraar Cisca Wijmenga en hoogleraar Ramnik Xavier van het Broad Institute van MIT en Harvard, onderzocht bij vijfhonderd gezonde vrijwilligers hoe verschillen in cytokineproductie bij een Borrelia-infectie te verklaren zijn. Leo Joosten: ‘In een aanvullend onderzoek deden ook boswachters mee die soms wel 35 tekenbeten per dag oplopen. Sommigen van hen kregen nooit Lymeziekte, terwijl de kans daarop groot was.’

Leeftijd en genen

De afweerreactie tegen Lymeziekte blijkt allereerst sterk leeftijdsgevoelig te zijn. Met de leeftijd neemt de productie van het cytokine IL-22 af, waardoor de werking van de afweer tegen de Borrelia-bacterie minder wordt. Daarnaast vonden de onderzoekers een genetische variatie die de aanmaak van het eiwit HIF-1a tijdens een Borrelia-besmetting verhoogt. Onder invloed van dit eiwit ontstaat er meer melkzuur in de cel, wat normaal gesproken alleen gebeurt bij zuurstofgebrek. Hierdoor ontstaat er een energietekort in de afweercellen, waardoor ook de productie van IL-22 en andere ontstekingseiwitten afneemt.

Opsporing en bestrijding

Het gevonden effect op het metabolisme van de afweercellen is specifiek voor de Borrelia-bacterie. Dit biedt mogelijkheden voor onderzoek naar een betere opsporing en bestrijding van een Borrelia-infectie. Leo Joosten: ‘IL-22 kunnen we niet meten in het bloed van patiënten, en dat levert ook geen nieuwe test op. Wel willen we in de toekomst onderzoeken of het blokkeren van die melkzuurroute nuttig zou kunnen zijn. Helaas is dat lastig uit te voeren op celniveau. Een andere manier is om het afweersysteem te versterken door de hoeveelheid IL-22 te verhogen. Maar liever nog vinden we manieren waarop het afweersysteem de Borrelia-bacteriën beter kan doden.’

Geen immuniteit voor Lyme

Opvallend is dat eerdere Borrelia-besmettingen iemand niet lijken te beschermen tegen het krijgen van Lymeziekte. Leo Joosten: ‘We hadden verwacht dat mensen met Borrelia-antistoffen in het bloed een sterkere afweerreactie tegen de Borrelia-bacterie zouden hebben. Maar dat blijkt niet zo te zijn. De Borrelia-bacterie genereert blijkbaar geen betere afweer. Met verder onderzoek hopen we erachter te komen hoe eerdere Lymebesmettingen het afweersysteem specifiek beïnvloeden.’

Bron: Radboudumc.