Het opsporen van blaas- en prostaatkanker kent behoorlijk wat ongemakken voor de patiënt. Daarnaast kost het uitsluiten van de groep bij wie geen kanker aanwezig is veel tijd en geld. Met nieuwe manieren van diagnosticeren kan blaas- en prostaatkanker eerder worden opgespoord en ook het uitsluiten van tumoren sneller gebeuren.

Huidige methoden van diagnostisering

Prostaatkanker wordt meestal opgespoord via een bloedtest, legt prof. dr. Jack Schalken uit. Schalken doet aan het Radboud MC onderzoek naar moleculaire diagnostiek van prostaatkanker. De bloed- of PSA-test meet PSA-waarden in het bloed. Bij verhoogde waarden wordt overgegaan op een biopsie; het afnemen van stukjes weefsel uit de prostaat, die door pathologen worden onderzocht. De biopsie kan middels een MRI-scan of echo worden uitgevoerd om de kanker te lokaliseren. Vaak moeten mannen meerdere biopsies ondergaan, wat niet alleen onprettig is maar ook kans geeft op infecties. Blaaskanker komt voor bij mannen en vrouwen en komt aan het licht wanneer personen met bloed in de urine (hematurie) bij de huisarts komen, vertelt prof. dr. Ellen Zwarthoff, verbonden aan het Erasmus MC, alwaar zij een onderzoeksgroep leidt op de afdeling Pathologie. Van die gevallen heeft ongeveer 10 procent uiteindelijk te maken met blaaskanker. Om dat te constateren wordt een cystoscopie (kijkoperatie) uitgevoerd: een klein cameraatje gaat via de urinebuis de blaas in. Daarna volgt een echo of CT-scan om urinewegen en nierbekken te controleren op tumoren.

Richting een patiëntvriendelijk alternatief

De grootste beperking van de huidige opsporingsmethode bij prostaatkanker is volgens Schalken de vele negatieve resultaten. De PSA-test duidt niet specifiek genoeg aan wanneer biopsie noodzakelijk is. Omdat heel veel mannen te maken krijgen met prostaatkanker – een groot deel een niet agressieve variant – is de schifting niet goed genoeg. Bij een mildere variant zijn de ingrijpende vervolgstappen als biopsie niet nodig – dat brengt onnodige onrust, ongemak en kosten met zich mee.

Dit geldt ook voor blaaskanker, stelt Zwarthoff. “90 procent van de gevallen van hematurie betreft geen blaaskanker; bij deze personen is een cystoscopie eigenlijk niet nodig.” Recentelijk is een nieuwe test ontwikkeld die aan de hand van urine van de patiënt prostaatkanker opspoort, en aanwijst of het een agressieve vorm van prostaatkanker betreft. In het Radboud wordt van deze test al gebruik gemaakt, onder meer voor wetenschappelijk onderzoek. Met deze test kan veel specifieker worden geïdentificeerd of een biopsie nodig is. Voor het opsporen van blaaskanker is een soortgelijke test ontwikkeld, waarbij uit urine DNA geselecteerd, die wordt onderzocht op mutaties in de genen. De onderzoeksgroep van Zwarthoff heeft zogenoemde biomarkers bepaald aan de hand waarvan genmutaties worden opgespoord. Daarna kan alsnog met een cystoscopie de omvang en locatie van de tumor worden bepaald.

Tijdige maar geen overmatige opsporing

In Nederland krijgt grofweg 15 procent van de mannen een vorm van prostaatkanker van wie een kleine groep een levensbedreigende vorm. Als álle mannen onderzocht zouden worden, zou bij een veel groter percentage prostaatkanker aangetroffen worden. Het is een belangrijke balans om agressieve prostaatkanker tijdig op de radar te krijgen en tegelijkertijd de grote groep met een mildere vorm te vrijwaren van ingrijpende diagnostisering en behandeling. De gedachte is dat dit met de eenvoudige urinetest beter kan, stelt Schalken. Daarmee moet ook vermeden worden dat mannen die wel een bedreigende vorm van prostaatkanker krijgen, te laat worden gediagnosticeerd. Ook voor blaaskanker kunnen de nieuwe tests al in een vroeger stadium de kanker detecteren. Een probleem is nu dat vooral bij vrouwen eerst aan andere aandoeningen gedacht wordt, voordat op blaaskanker wordt getest. Terwijl het vroeger opsporen van blaaskanker levens kan redden, aldus Zwarthoff.