Voor antistollingspatiënten zal het innemen van medicatie altijd onderdeel uitmaken van het dagelijks leven. Om de regie te nemen en te behouden op het eigen ziektebeeld, is assertiviteit dan ook het sleutelwoord.

De openhartoperatie van Hans

Voor de 69-jarige Hans Rutte begon het acht jaar geleden, toen hij een openhartoperatie onderging om kapotte hartkleppen te laten repareren. De operatie slaagde, maar na de ingreep was Hans wel genoodzaakt om levenslang bloedverdunners in te nemen. Gelet op de operatie en het herstel is Hans in 2012 op advies van de chirurg gestopt met bloedverdunners en hoefde hij niet meer langs de trombosedienst.

De keuze voor NOAC’s

Daar kwam verandering in toen Hans na drie maanden een TIA (Transient Ischemic Attack), oftewel een beroerte kreeg. Na zo’n zes tot acht weken regelmatige controle bij de trombosedienst begon hij na te denken: is er geen alternatief? Op eigen initiatief is hij zich toen gaan inlezen over de mogelijkheden die er zijn voor antistollingspatiënten.

“Omdat het voor mij persoonlijk toch een belasting was om zo vaak langs de trombosedienst te moeten, heb ik vervolgens contact gezocht met mijn cardioloog.” Deze bevestigde wat Hans zelf ook al gevonden had: NOAC’s (nieuwe orale anticoagulantia) waren een optie voor hem. De cardioloog nam uitgebreid de tijd om Hans in te lichten over de voor- en nadelen van deze vorm van medicatie – iets waar Hans veel aan heeft gehad. “Mijn arts waarschuwde me bijvoorbeeld over de secure planning die het vergt wanneer ik over zou gaan op deze medicatie. Antistolling luistert heel nauw, dus als de strakke inname van de pillen niet goed in mijn systeem zou zitten, zou ik als het ware ‘onbeveiligd’ zijn.”

Afspraak met de cardioloog

Inmiddels is Hans ruim zes jaar verder en nog steeds erg blij met de stap die hij genomen heeft. Hij is zich er goed van bewust dat hij zijn eigen lijf nauwkeurig in de gaten moet houden, nu hij niet meer regelmatig onder controle is. Over enige tijd hoeft hij zelfs nog maar om de twee jaar naar de cardioloog. Blijven nadenken en de eigen kennis op peil houden, zoals hij zelf omschrijft. Zo zag hij enkele jaren geleden zelf de noodzaak in van een afspraak met zijn cardioloog, toen hij een reis naar Cambodja en Vietnam op de planning had staan.

“Voor mij was dat heel logisch. Ik begon me af te vragen of de kennis over mijn hartaandoening en antistollingsmiddelen wel universeel was. Stel dat ik in het buitenland plotseling geopereerd moet worden: weet men dan wel wat te doen?” Na een goed gesprek met zijn cardioloog kreeg Hans een uitgebreide brief mee die door buitenlandse artsen geraadpleegd kan worden in geval van nood. Ook heeft hij zijn medische rapport in zijn telefoon staan, zodat, mocht er iets gebeuren, alle benodigde informatie altijd bij de hand is.

Eigen regie bij antistolling

Een van de prettigste bijkomende voordelen vindt Hans dat hij enorm betrokken is bij zijn eigen ziektebeeld. Wel benadrukt hij dat dit valt of staat bij de assertiviteit van een patiënt. “Ik wil zelf altijd alles weten van wat er in mijn lijf gebeurt en wat ik precies krijg voorgeschreven.”

Hans houdt daarom ook zelf een lijstje bij van zaken die voorvallen en eventuele veranderingen in zijn gezondheid. Als zijn arts vragen heeft, kan hij de antwoorden dus altijd terugzoeken. “Gelukkig is het contact met mijn cardioloog heel goed. Die heeft altijd gezegd dat ik onmiddellijk moet bellen als ik denk dat er iets aan de hand is.”