In de afgelopen dertig jaar is de levensduur van een getransplanteerde nier sterk verbeterd: tussen 1986 en 1995 functioneerde 75% van de getransplanteerde nieren na vijf jaar nog steeds. In 2016 was dat al 84%. Maar de vooruitgang stagneert. Dat blijkt uit een internationale studie onder leiding van nierspecialist Maarten Naesens van de KU Leuven.

Duur verder verlengen

Een getransplanteerde nier gaat gemiddeld 15 à 20 jaar mee. Als die nier stopt met werken, dan komt de patiënt weer op de wachtlijst voor een nieuwe niertransplantatie terecht. Een tweede of zelfs derde maal transplanteren, wordt sterk bemoeilijkt doordat geen goede match meer gevonden wordt tussen donor en ontvanger. In de praktijk houdt dat in dat de patiënten langdurig of vaak levenslang weer naar dialyse moeten. Om al die problemen te vermijden, is het noodzakelijk de levensduur van transplantnieren te verlengen.

Vooruitgang in afgelopen jaren

Er is al behoorlijk wat verbetering hierin gekomen, legt professor Maarten Naesens van de KU Leuven en UZLeuven uit. “Met de gegevens van meer dan 100.000 ontvangers van over heel Europa van 1986 tot 2016 zien we dat er in dertig jaar tijd een mooie vooruitgang is geboekt. Tussen 1986 en 1995 functioneerde 87% van de getransplanteerde nieren één jaar na de transplantatie nog steeds. Na vijf jaar was dat nog 75%. Tussen 2006 en 2015 was dat gestegen tot 92% één jaar na de transplantatie en 84% na vijf jaar.”

Dat is goed nieuws, maar toch is er een belangrijke kanttekening, vervolgt Naesens. “Die vooruitgang is vooral geboekt in de periode van 1986 tot 2000. De laatste 15 jaar zien we niet zoveel verbetering meer. Deze gegevens bevestigen wat we in het ziekenhuis ook al merkten. In vergelijking met andere domeinen uit de geneeskunde is dat frappant.”

Verklaring stagnatie

“Tegen de verwachtingen in heeft de stagnatie niets te maken met het veranderde profiel van donoren en ontvangers. De laatste jaren zijn die beiden gemiddeld ouder geworden, met meer kans op ziektes. Maar zelfs als we hier rekening mee houden, verklaart dat de stagnatie in de levensduur van een getransplanteerde nier niet.” De vraag is wat de oorzaak dan wel is.

De verklaring voor deze stagnatie ligt in de manier van behandelen, concludeert Naesens: “De medicatie die we nu nog altijd gebruiken om afstoting van een nier te voorkomen, dateert uit de jaren ’90. Uiteraard is onze wetenschappelijke kennis de laatste 15 jaar toegenomen, maar dat heeft zich niet vertaald in betere medicijnen. Dat betekent dat er duidelijk nood is aan innovatie op het vlak van niertransplantatie.”

Bron: KU Leuven